'Het was een druk bestaan, maar altijd leuk'

Een markante vrouw neemt afscheid van NOC*NSF en de sport. Erica Terpstra (66) zal worden gemist, al is het maar vanwege haar sterke, persoonlijke présence.

De gulle, aanstekelijke lach verdwijnt uit de sport. Een schaterlach die overal bovenuit kwam, altijd herkenbaar en vertrouwd was. Het wordt er niet vrolijker op met het vertrek van Erica Terpstra als voorzitter van sportkoepel NOC*NSF.

Veel sporters zullen haar ongetwijfeld missen. Zij moeten het vanaf heden bij de Olympische Spelen doen zonder de luide aanmoedigingen van de in oranje gehulde Terpstra. Een aantal sportbestuurders zal haar ook missen. Als kiespijn. Want over voorzitter Terpstra wordt verschillend gedacht. Veel bühne, weinig inhoud, is de klacht van haar opposanten.

Hoe verschillend ook, de meningen over Terpstra hebben één gemene deler: ze wordt aardig gevonden. Dat komt door haar warmte en haar open, vrolijke karakter. „Ik ben zo gebakken”, verzekert ze. „Ik ben een mazzelaar, want ik was al een vrolijk kind. Dat is in de loop der jaren alleen maar versterkt, hahaha.”

Dat er mensen opkijken van haar uitbundigheid, verbaast Terpstra nog steeds. „Ik heb bij mijn aantreden gezegd: ‘Als ik van jullie onbeweeglijk op de tribune moet zitten, moeten jullie mij niet kiezen. Ik ben extravert, dat zullen jullie weten ook.’ Sommigen zullen denken: daar heb je die joelende juf weer. Gelukkig is mijn gedrag in meerderheid positief opgepakt. Als ik voor mijn sociale bewogenheid de Majoor Bosshardt Prijs krijg, ontroert me dat.”

Van de NOC*NSF-voorzitter wordt toch ook vormelijkheid verlangd? „Ik besef terdege dat ik een club van vijf miljoen mensen vertegenwoordig. Niemand zat op mijn partijpolitieke of spirituele pet te wachten. Daar heb ik direct afstand van genomen, terwijl het twee belangrijke componenten van mijn leven zijn. Bovendien voel ik me gesteund door de uitslag van een enquête ten tijde van de Olympische Spelen in Atlanta, waar ik samen met kroonprins Willem-Alexander feestjes op de tribune bouwde. Ondanks de negatieve stukken in de krant vond 83 procent van de bevolking het goed wat de prins deed, 86 procent steunde mij. Yes. Hahaha.”

Een gesprek met Terpstra is nooit saai. Wat de indruk zou kunnen wekken, dat Terpstra haar serieuze kant verstopt. Dat is allerminst het geval. Ze laat zich inspireren door het boeddhisme, waarin de compassie met anderen sterk wordt uitgedragen. Terpstra is van de schouderklopjes of een arm om iemand heen. „Daar heb je wat aan”, zegt ze stellig.

Ze geloof in mentale kracht, in beïnvloeding van je eigen leven. „Geluk is een keuze. Als ik ’s morgens wakker word, blijf ik altijd even liggen om de dag voor te bereiden. Als het een zware dag belooft te worden, kijk ik in de spiegel en zeg ik tegen mezelf: Yes, ik heb er zin in. Dat helpt.”

Haar optimisme hielp Terpstra ook bij het afvallen, hoewel ze zich liet begeleiden door een gedragspsycholoog. Zo leerde ze, zonder onaardig te zijn, bij werkbezoeken te voorkomen dat haar dikmakers werden aangeboden. Dat was dringend gewenst, nadat Terpstra bij een bezoek aan Peking door haar knie was gegaan. „Ik werd in zo’n klein Chinees rolstoeltje gezet die aan mijn heupen bleef hangen als ik wilde opstaan. Op dat moment besefte ik dat het anders moest.”

Terpstra ging op dieet, viel 40 kilo af en zegt lange tijd niet zo vitaal te zijn geweest als nu. Hoewel ze beweerde dat haar overgewicht nooit een item voor haar was, zegt ze nu: „Ik heb wel eens gedacht dat ik omgekeerde anorexia had. Bij anorexia ben je mager, maar voel je je dik. Ik was dik maar voelde dat niet zo. Als ik in de spiegel keek, dacht ik: dat valt best mee. Als ik weer eens onvoordelig op een foto stond dacht ik: wat een slechte fotograaf. Hahaha.”

Dik of dun, Terpstra staat goed gehumeurd in het leven. Omdat het haar, ondanks een pijnlijke scheiding, zo veel goeds heeft gebracht, vindt ze. Ze was Kamerlid, staatssecretaris van onder meer Sport en voorzitter van NOC*NSF, „wat ik vanaf dag één een cadeautje heb gevonden”.

Vooral omdat ze de strijd won van NOC*NSF-kandidaat Ruud Vreeman. Ze geniet er nog steeds van. Haar grootste triomf? „Er zijn meer gebeurtenissen in mijn leven waarop ik met plezier terugkijk, maar deze verkiezing was wel heel erg leuk.”

Hoe anders was haar leven gelopen als Terpstra een veertigtal jaren geleden haar camping op de Veluwe had gekregen. De koop ging op de valreep niet door. Dat verhaal begint in het Italiaanse Cogoleta, waar Terpstra en haar ex als studentenechtpaar in het zomerseizoen centjes bij elkaar schraapten door een camping te runnen. „Dat beviel zo goed, dat we zelf een camping wilden beginnen. Maar de boer in Nunspeet van wie we een perceel met boerderij zouden kopen, wilde twee weken voor het tekenen van het contract zaken doen met een projectontwikkelaar die 20.000 gulden meer bood. Nadat we alles hadden afgezegd, belde hij dat het alsnog kon doorgaan. Dat was te laat. Mijn wereld stortte in. Mijn moeder zei: ‘Meid, het zal wel ergens goed voor zijn geweest.’ Wat bleek? Die zomer verregende volledig. Als eigenaresse van een camping was ik nooit in de politiek beland en nooit bij NOC*NSF terechtgekomen.”

Van die laatste organisatie neemt Terpstra dinsdag na zeven jaar officieel afscheid, omdat haar zittingstermijn erop zit. Wat ziet ze als haar verdiensten? Volgens haar zijn er dat vier: een afrekening met de zesjescultuur, een versterkt maatschappelijk belang van sport, de toegenomen waardering voor vrijwilligers in de sport en de versterkte acceptatie van gehandicaptensport.

„Met die zesjescultuur zitten we in een omslagperiode”, zegt Terpstra. „Toen ik als zwemster de ambitie uitsprak dat ik naar de Olympische Spelen wilde, was ik een uitslover. Nu mogen jongeren hun ambitie uitspreken en is excelleren geen vies woord meer.”

Maar is het niet politiek correct gehandicaptensport gelijk te stellen met valide topsport? Verkeerde opmerking tegen Terpstra, die bij dat onderwerp fanatiek in de tegenaanval gaat: „Gehandicaptensport is absoluut wél topsport. Als iemand professioneel met zijn sport bezig is en de wereldtop bereikt, is dat topsport, valide of invalide. Dat is pertinent niet politiek correct. Waarom zou er op grond van hun handicap anders tegen die mensen aangekeken moeten worden? Het zijn sporters met toevallig een handicap, die niet zielig gevonden moeten worden, maar op dezelfde wijze behandeld moeten worden als valide topsporters.”

Het afscheid van Terpstra wordt enigszins overschaduwd door gedoe met de sportbonden, die meer macht willen. Een smet? Niet in de perceptie van de scheidende voorzitter. „Af en toe moeten de verhoudingen herijkt worden”, zegt ze. „NOC*NSF is een ledenorganisatie. Als een meerderheid ervoor kiest dat de bondsbelangen moeten prevaleren en NOC*NSF volgend in plaats van sturend moet zijn, moeten de bonden zich realiseren dat ze het Olympisch Plan 2028 en de ambitie tot de toptien van sportlanden te behoren kunnen vergeten. Veranderingen hebben consequenties. Anderzijds begrijp ik dat we het niet goed hebben gedaan als onze besluiten als dictaten worden ervaren.”

Meer moeite had Terpstra met het ontslag van directeur Sport Marcel Sturkenboom in 2008. Ze zegt het nog steeds verdrietig te vinden, „omdat ik hem hooglijk waardeer”. Het was volgens haar onvermijdelijk en het had niets te maken met haar veronderstelde bescherming van algemeen directeur Theo Fledderus. Op verbeten toon: „Bij een conflict op directieniveau moet je als bestuur een heldere analyse maken. Die was dat er tussen beiden een onwerkbare situatie was ontstaan. Ik concludeerde dat het beter was afscheid te nemen van Sturkenboom. Het was me een lief ding waard geweest als ik het had kunnen voorkomen. Dat was onmogelijk.”

Graag had Terpstra de overstap naar het Internationaal Olympisch Comité (IOC) gemaakt. Na een onderhoud met voorzitter Jacques Rogge werd haar die weg versperd. Over de beweegreden: „Na het vertrek van Hein Verbruggen en Els van Breda Vriesman uit het IOC, en straks ook kroonprins Willem-Alexander als hij koning wordt, zakt het Nederlandse aandeel van vier tot één, de zetel van Anton Geesink. Ik heb Rogge gevraagd of die tweede plek straks door Nederland mag worden ingenomen. En als dat zo is, dat ik natuurlijk beschikbaar ben. Rogge was duidelijk: er zijn zoveel landen zonder een IOC-lid, dat bij vertrek van de prins anderen voorrang hebben.”

Terpstra’s afscheid betekent ook haar vertrek uit de sport, „omdat ik mijn opvolger André Bolhuis niet voor de voeten wil lopen”.

Wat ze gaat doen? Spirituele leiders interviewen en daar een boek over schrijven, eventueel met televisieregistratie. Ze heeft al een afspraak met de Zuid-Afrikaanse dominee Desmond Tutu. Verder verwacht Terpstra te kunnen aanschuiven bij de daila lama, als de geestelijke leider van Tibet in India een teaching geeft onder de boom waar de Boeddha de verlichting heeft gevonden.

Eenmaal weg bij NOC*NSF wordt Terpstra verlost van haar krankzinnig volle agenda. Ze wekt niet de indruk daar opgelucht over te zijn. Ze ging ook zo graag in op uitnodigingen, vooral van kleinschalige gebeurtenissen. „Dan reed ik in mijn autootje op zaterdag helemaal naar een turnclub in Zuid-Limburg om een echtpaar, van wie de man dertig jaar secretaris was en zijn vrouw 25 jaar training gaf, in het zonnetje te zetten. Om ze te bedanken voor hun inzet. Zij zijn maatschappelijk goud. Het was een druk bestaan. Maar altijd leuk. Hahaha.”