Friemelende theezakjes

Hou jij van Engelse thee? Rooibos misschien? Of heb je liever een theezakje met maden? Je weet wel: van die witte beestjes die in het afval krioelen of die het vlees opeten van een dood konijn in het bos. Het klinkt héél vies, zo’n theezakje met friemelaars, maar het bestaat echt. Dokters leggen ze op wonden die maar niet willen helen.

Dat werkt prima, ontdekten dokters al eeuwen geleden. Vroeger waren er geen medicijnen tegen bacteriën. Mensen liepen wekenlang rond met vieze wonden. Soms werden ze zo ziek, dat hun arm of been er af moest. Een enkele keer legde een vleesvlieg eitjes in zo’n wond. Daar kwamen maden uit. Dan heelde de wond ineens wél.

De maden zijn vlijtige schoonmakers. Ze eten het dode en rottende weefsel in een wond op. Het schone en gezonde weefsel laten ze netjes met rust. Maar maden hebben nog een truc, blijkt nu. In hun poep en zweet zitten magische stofjes.

Die stofjes helpen tegen de hardnekkigste, met geen medicijn kapot te krijgen bacteriën. Zulke bacteriën verstoppen zich diep in de wond. Ze bouwen daar een schuilplaats van ondoordringbaar slijm. En vormen een bruisend miniwereldje met miljoenen onoverwinnelijke soortgenoten. De madenpoep lost het slijm op, zodat medicijnen er bij kunnen en de bacteriën doodgaan.

Nu hoef je niet bang te zijn dat de dokter bij de eerste de beste schaafwond een zakje met die behulpzame engerds te voorschijnt haalt. Maden worden alleen gebruikt als niets anders meer werkt. Veeleisend zijn de maden niet: geef ze af en toe wat water en de beestjes zijn dagenlang tevreden. Met het kriebelen valt het volgens de onderzoekers ook wel mee. En de beestjes zijn speciaal gekweekt, schoon en keurig opgevoed. Dat is wel anders bij maden zomaar uit de vuilnisbak. Die raken nog wel eens overmoedig en nemen een hapje van een gezonde arm of een gezond been.