Financiële barbaren voor een dichte poort

Europa reserveert 500 miljard euro om zijn euro en zijn schuldenstaten te redden. De angst voor speculanten zit diep, om te beginnen in Duitsland. Wat is het Nederlandse belang?

Dit was de week dat Europa de ‘financiële barbaren’ de doorgang versperde. Maar de oplossing voor het dreigend bankroet van schuldenstaat Griekenland is voor Europa binding én splijtzwam ineen.

In Brussel vonden de Europeanen elkaar om een verdedigingslinie van 500 miljard euro (plus 250 miljard van het Internationaal Monetair Fonds) op te werpen tegen gezichtsloze speculanten die het op hun euro, hun staatsobligaties, ja, op hun manier van leven hadden voorzien. En in Nederland bleek de Tweede Kamer nu een totaal andere kijk te hebben op de overnamestrijd om ABN Amro die in 2007 was aangewakkerd door financiële avonturiers. Toen hielden de grote fracties zich met uitzondering van de SP afzijdig, nu bekritiseert de breed samengestelde commissie onder leiding van Kamerlid Jan de Wit (SP) de dienstbare opstelling van minister Bos van Financiën en de accommoderende rol van De Nederlandsche Bank.

Voor wie van symboliek houdt is de ‘redding’ van Griekenland een herhaling, maar wel met een nieuwe wending van de plot. In februari 1947 meldde de Britse ambassade in Washington dat de Grieken dringend geld nodig hadden, anders zou de regering bezwijken en een communistische machtsovername dreigen. Maar helaas: de Britten waren blut. Hoeveel was nodig? Zeker 200 miljoen dollar. De noodsteun markeerde het einde van het Britse empire en de nieuwe Pax Americana.

Zal de ongeëvenaarde Europese steun voor Griekenland en volgende schuldenstaten nu hetzelfde doen voor de Europese positie van de Bondsrepubliek, de grootste financier? Geen Pax Germanica, maar een Europa Germanica? Europa wachtte de afgelopen weken op Duitse actie. Kanselier Merkel kreeg kritiek voor haar getreuzel, maar: zonder Duitsland verkeert Europa in een patstelling.

De steun van Duitsland is niet vanzelfsprekend. Het Europa van de euro en van de hoeder van geldzekerheid, de Europese Centrale Bank (ECB), zijn niet wat de Duitsers zich ervan hadden voorgesteld. De uitverkoop op de financiële markten van Griekse en andere Zuid-Europese staatsobligaties en de speculatie tegen de euro is de Duitsers rauw op het dak gevallen. Wie speculeerde vroeger tegen de Duitse mark? Niemand. Vandaar dat de rol van financiële markten en van de avonturiers die daar thuis zijn in Duitsland met argwaan en afgrijzen wordt gevolgd.

Werd de Duitse industriebank IKB een paar jaar geleden niet voor een bedrag van 150 miljoen dollar genept door de zakenbank Goldman Sachs, zoals de Amerikaanse beurscommissie SEC onlangs in een dagvaarding stelde? IKB was het eerste grote slachtoffer van de Amerikaanse huizencrisis in 2007 en moest gered worden.

De koersval van de euro voedt het Duitse wantrouwen jegens de ‘sprinkhanen’, jegens de private-equityfinanciers die bedrijven kopen en opzadelen met schulden, jegens de hedgefondsen en hun rücksichtslose speculaties waarover de latere SPD-minister van Financiën Müntefering vijf jaar geleden begon. Merkel werd niet moe het onderwerp van internationale controle en toezicht op deze financiers steeds weer op de agenda van internationale bijeenkomsten te krijgen. Zonder veel resultaat. De Amerikanen en Britten voelen er niets voor – hun financiële centra en hun geldbeheerders worden getroffen.

Maar ook Nederland, zo Angelsaksisch in zijn financiële liberalisme, voelt er niets voor: onze pensioenfondsen zijn majeure financiers van deze Britse en Amerikaanse geldbeheerders. In Nederland geldt: handel is handel. Het belang van de euro voor handelsland Nederland is voor minister De Jager (Financiën) het doorslaggevende argument voor de miljardentoezegging aan de eurosteun. En hier geldt: financiële handel is ook handel.

Maar niet in Duitsland. „Wij hebben in de eerste plaats financiële markten nodig die onder het primaat werken van de democratische politiek en in het belang van de economie”, zei bondspresident Köhler, voormalig topman van het IMF, eind april in een redevoering. Kanselier Merkel herhaalt het mantra in haar eigen interviews.

De steun aan de zuidelijke schuldenstaten bindt Duitsland strakker aan Europa, maar legt tevens de historische kloof bloot. Churchills ijzeren gordijn tussen Stettin in het noorden en Triëst in het zuiden is met de Muur verdwenen, maar een nieuwe scheidslijn verdeelt Europa. Wie zijn volgens het IMF de tien landen die het meeste kapitaal moeten importeren omdat zij ‘verslaafd’ zijn aan schuldfinanciering? De VS (1), Spanje (2), Italië (3), Frankrijk (4) en Griekenland (7). Wie zijn de landen die het meeste kapitaal exporteren? China (1), Duitsland (2) en Nederland (9).

De grote scheidslijn is meer dan het verschil tussen nijvere Noord-Europese spaarlanden, waar de overheid een partner is en de fiscus tamelijk effectief het geld int, en zuidelijke tekortlanden waar de overheid verdacht is en de belastingdienst een zwakke stee. De politieke economie van Duitsland staat sinds 1945 ten dienste van de industrie, van de export. Duitsland is rigide in zijn eis van lage inflatie en koerszekerheid voor zijn munt. Dat is niet alleen uit angst voor een herhaling van de hyperinflatie in de jaren twintig of de galopperende inflatie uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het zijn ook de ingrediënten van het succes van het wirtschaftswunder: een sterke munt tempert inflatie, lage inflatie tempert looneisen, loonmatiging schept concurrentievoordeel op de exportmarkten.

De hoeder van de Duitse politiek-economische zekerheid, de Bundesbank, maakte met de invoering van de euro plaats voor de Europese Centrale Bank (ECB). Net zo politiek onafhankelijk als de Bundesbank, was de belofte. Het stabiliteitspact zou tekortlanden straffen. Maar de ontsporing van de geliberaliseerde financiële markten, de kredietcrisis, de bankencrisis en nu de schuldenstatencrisis heeft oude conventies vermorzeld. Staten staken zich in de schulden om banken en spaarders te redden. Daarop namen de financiële barbaren de schuldenstaten en de euro op de korrel. Nu moeten schuldaankopen door de ECB landen redden. De grens tussen onafhankelijke geldpolitiek en stembuspolitiek vervaagt. De ECB doet nu hetzelfde als de Amerikaanse centrale bank deed en dat is in Duitsland geen aanbeveling. Onder de hoogste druk wordt ook de onafhankelijkheid van de ECB vloeibaar. Geen wonder dat de top van de ECB niet unaniem was en dat Bundesbank-president Weber zijn zorgen publiekelijk uitte.

Duitsland en Nederland staan aan dezelfde kant van de Europese scheidslijn. Nederland volgt het politiek-economische recept van Duitsland al decennia. In haar eigen belang. Sterke munt, lage inflatie, loonmatiging. Duitsland is de grootste klant van Nederland. Wil exportland Nederland aan de markt blijven, in Duitsland, in Europa en elders, zoals in de VS, dan moet zijn concurrentiepositie niet onderdoen voor die van Duitland. Eén keer, in 1983, dachten politici het beter te weten door de gulden te verzwakken tegenover de mark. De financiële markten straften dat af door Nederland nog jarenlang een hogere rente te berekenen. Goedkoop was duurkoop.

De belangen van Nederland en Duitsland lopen parallel. In de drie Kamerdebatten in de afgelopen zeven dagen over de euro noemden minister De Jager en premier Balkenende de tandem Duitsland-Nederland acht maal. Zelfs opvattingen lopen parallel. De commissie-De Wit beveelt toezicht op hedgefondsen aan, tenminste op Europese schaal. CDA-woordvoerder De Nerée tot Babberich opende in de afgelopen Kamerdebatten de jacht op anti-euro-speculanten in vergelijkbare schrille termen („schaamteloos”, „bijna lijkenpikkers”, „sprinkhanen”) als Merkel, zoals Kamerlid Vendrik (GroenLinks) constateerde. De Nerée kwam samen met Weekers (VVD) met een motie om de namen van marktpartijen die zich hebben „schuldig gemaakt” aan „onverantwoord handelen” te achterhalen en te publiceren. Naming en shaming.

De omarming van Duitsland is een opmerkelijke verschuiving. Nederland is traditioneel economisch vervlochten met Duitsland, dat is de onveranderlijkheid van de kaart van Europa, inclusief de positie van Rotterdam ten opzichte van het Duitse achterland. Maar in zijn denken en doen is de Nederlandse politieke en zakenelite eind vorige eeuw steeds Angelsaksischer georiënteerd geraakt: privatiseringen, aandeelhoudersmacht en miljardenovernames in de VS. Niet het Handelsblatt maar de Financial Times lezen.

Verschuift de blik nu weer oostwaarts? Gezamenlijk en effectief toezicht op de schuldenlanden is nu Duits en Nederlands belang. Wie betaalt, bepaalt. Maar het schept tevens verstrekkende verplichtingen. Duitsland heeft zich gebonden aan een sluitende begroting in 2016. Als Nederland zijn reputatie op de financiële markt als veilige belegging wil handhaven, zal het volgende kabinet meer moeten bezuinigen dan nu in de meeste partijprogramma’s staat. Achterblijven bij Duitsland was in 1983 een dure keus, nu achterblijven is een uitnodiging aan de financiële barbaren.