De stelling van Erik van den Emster: veroordeling Lucia de Berk is geen ernstig verwijtbare rechterlijke fout

De rechterlijke macht kreeg veel kritiek na de vrijspraak van Lucia de Berk, eerder veroordeeld tot levenslang voor seriemoord. Onder meer van rechtspsycholoog W.A. Wagenaar. Een debat tussen Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, en Folkert Jensma.

Heeft de rechtspraak geleerd van de zaak-Lucia de Berk?

„Daar hadden we deze zaak niet voor nodig, helaas. Na de Schiedamse parkzaak uit 2004 (onjuiste veroordeling, red.) is de rechterlijke macht echt hierover gaan nadenken. Dat heeft geresulteerd in het vergroten van deskundigheid – en dan niet alleen in forensische wetenschap, waarvan het belang is toegenomen. Maar ook aan het oplossen van het misverstand tussen de jurist en de niet-jurist. Rechtspsycholoog Wagenaar (die kritiek leverde op de rechterlijke macht na de vrijspraak van Lucia de Berk, red.) is nota bene zelf betrokken bij cursussen rechtspsychologie voor jonge rechters. Ook de deskundigen realiseren zich dat ze beter moeten weten wat rechters vragen. En of ze er in hun vonnis mee uit de voeten kunnen. Heeft de deskundige duidelijk gemaakt waar wetenschappelijke feiten ophouden en zijn mening begint? De rechter blijft vragen en de deskundige blijft antwoorden, vaak zonder die grens duidelijk te maken. Bovendien is er nu ook een register met deskundigen.

„Sinds een aantal jaren zijn we bezig met systematisch overleg tussen de negentien rechtbanken en de vijf gerechtshoven. Vooral na zaken die kantelden: vrijspraken die in veroordelingen veranderen en andersom. Hoe kan het dat fundamenteel anders werd geoordeeld? Wat waren de afwegingen? De wetgever is ook bezig met een nieuwe herzieningsprocedure. Daarin komt ruimte voor wat ik maar de ‘cold case’ benadering noem: zijn er nieuwe technieken die aanleiding geven voor een nieuwe beoordeling. De procureur-generaal bij de Hoge Raad zal ook niet-juristen kunnen vragen om mee te kijken naar een zaak die voor herziening is voorgedragen.”

Dus bij het hof en rechtbank in Den Haag hebben de rechters onderling de zaak-Lucia de Berk geëvalueerd? Met welk resultaat?

„Dat weet ik niet. Dat was in de Schiedamse Parkzaak overigens hetzelfde. Als president van de rechtbank Rotterdam heb ik toen voorgesteld onderling met elkaar te spreken onder leiding van een oud-rechter. Die resultaten zijn ook bekendgemaakt. Achteraf hebben die rechters geconstateerd dat ze voorzichtiger hadden moeten zijn omdat de verdachte z’n bekentenis had ingetrokken. Het Hof Den Haag heeft toen beslist hun uitkomsten niet naar buiten te brengen.”

Dat is toch raar. Het Hof Den Haag wil nu ook niet praten.

„Dat zijn de keuzen van de raadsheren in Den Haag zelf. Daar heeft hun president ook niks over te zeggen. Het hoeft ook niet, er is geen enkele noodzaak voor. Dit is een ingewikkeld vak. Het systeem van hoger beroep, cassatie en herziening bestaat juist omdat de wetgever ervan uitgaat dat wij niet zonder fouten kunnen werken. Je moet nu eenmaal oordelen over ingewikkelde kwesties waar je niet bij was. Je moet het hebben van verdachten, getuigen, stille getuigen, deskundigen... daar moet je een beeld van de zaak mee opbouwen. Dat is, kan ik u na dertig jaar wel zeggen, erg ingewikkeld.”

Maar niemand vraagt onfeilbaarheid. Wel transparantie.

„Dat is heel flauw, maar dat kunt u dan nalezen in het vonnis. Wat was de bewijsconstructie voor de bewezenverklaring. Welke bewijsmiddelen zijn er nog meer en waarom hebben we die wel of niet gebruikt. Ik zou niet weten wat je nog meer zou willen weten om de gedachtengang van de rechter te begrijpen.”

Maar de zaak-Lucia was uniek. Het ging bij Schiedam en Putten om dwalingen over het bewijs. En in de zaak-Lucia was er achteraf niet eens een misdrijf.

„Ja, dat zegt u nu. Was het maar zo helder geweest bij de eerste behandeling. Ik geloof dat er uiteindelijk zeventig getuigedeskundigen zijn gehoord. Als die deskundigen hetzelfde hadden gezegd, dan was het onbegrijpelijk dat al die rechters en raadsheren dat niet zagen. Maar zo was het natuurlijk niet. Pas door het onderzoek bij de Hoge Raad kwam de zaak echt ‘op de rij’ te liggen. Er is geen eenduidigheid geweest bij de deskundigen.

„Het laatste arrest is deels gebaseerd op nieuwe inzichten. Uiteindelijk ging het over de volgorde ‘ademhalingsstop en dan hartfalen’ of andersom. Dát maakte uit of er een digoxinevergiftiging was of niet. Dat zal toch echt een deskundige moeten zeggen. Bij de rechtbank heeft een deskundige, aangevoerd door de verdediging, gezegd dat het hoge digoxinegehalte voor één van de baby’tjes „niet natuurlijk” was. Ja, en dan? Wat denk ik dan, als jurist? Dat zal er dan toch niet vanzelf in gekomen zijn. Snapt u? En pas bij de Hoge Raad en het Hof Arnhem, met nieuwe deskundigen en nieuwe informatie, bleek de volgorde andersom. Toen was er dus geen indicatie meer voor een vergiftiging. Natuurlijk was het een foute uitkomst, met dramatische gevolgen voor mevrouw de Berk. Vreselijk, ik moet er niet aan denken. Maar ik kan het echt geen ernstig verwijtbare fout van de rechter vinden.”

Had het eerder en beter kunnen aflopen?

„Misschien, ik weet het niet. Waar ik mijn spijt voor heb betuigd, is dat we er niet in geslaagd zijn om het gelijk goed te doen. Pas bij het onderzoek door de advocaat-generaal bij de Hoge Raad kwamen er deskundigen die twijfelden aan één of twee elementen in de bewijsconstructie. Het Hof Arnhem ging daarmee verder.

„De rechter moet altijd kiezen tussen zwart of wit, een deskundige kan grijs-tinten aanbrengen. Mijn vak is kiezen tussen tegenstrijdigheden. Dat is altijd moeilijk uit te leggen.”

Hebben de rechters zich niet ook door hun idee over de verdachte op een dwaalspoor laten brengen, waardoor het bewijs achteraf is ingekleurd?

„Nee, dat is mij te snel. Ik heb dit vak echt lang gedaan. Je begint altijd met de constructie van wettig bewijs. Anders kom je nergens. Dat is ook het ambacht van de rechter. Je kunt zoveel overtuigingen of indrukken hebben als je wilt, maar zonder wettig bewijs wordt het vrijspraak. Hoe vervelend ook voor het slachtoffer. Als je niet overtuigd bent, ondanks het wettig bewijs, dan veroordeel je dus niet. Iets zegt je dan dat die man of vrouw het toch niet gedaan heeft. Je voelt het aan je water. Je begrijpt toch het motief niet. Het voelt niet goed. Dat wettig bewijs is de absolute ondergrens, de overtuiging is de controlerem.”

Maar uw stelling ‘het systeem functioneerde’ is wrang als je zes jaar onschuldig vast zit. Zó tevreden hoeft nou ook weer niet.

„Wat hier gebeurt, ook in de media, is dat de rechter eerst onderuit wordt geschoffeld omdat hij fouten maakt. Maar aan de andere kant heeft de rechter de fout ook gecorrigeerd. In ons systeem zit de controle van hoger beroep en herziening waardoor een zaak uiteindelijk, na maanden of jaren, weer op z’n poten terechtkomt. Dat heeft dramatische gevolgen voor degene die het moet ondergaan. Dat ontken ik ook niet, maar het kan in een rechtsstaat uiteindelijk niet anders.

„Wagenaar suggereert steeds dat je forensisch deskundigen of psychologen aan het roer moet zetten bij de vraag of een veroordeling in stand moet blijven. Maar in een gewone rechtsstaat als de onze kom je uiteindelijk altijd uit bij de rechter. Dat is ook in Engeland zo, waar het Review Comittee verwijst naar de rechter.”

Na Schiedam deed de Rotterdamse rechtbank tenminste nog een onderzoek, met een publieke uitslag. Nu horen we niks.

„Wat de burger hoort, is dat een hogere rechter anders beslist. Daarin zit ook het leervermogen voor de rechtspraak. Waarom denkt u dat we die arresten spellen? U moet mij niet zeggen dat we niet leren. Wat men wil, is dat we direct van die raadsheer horen: wat heb jij er van geleerd. Wagenaar zegt zelfs: laten we die rechters gaan wraken, wegens gebrek aan kennis!”

Dat zeg ik niet.

„Nee, maar het is in uw krant gepubliceerd. Rechters behandelen op jaarbasis 200.000 strafzaken. In een enkel vreselijk geval heeft er de afgelopen tien jaar herziening plaatsgevonden. Bekijk dit in die context. Denkt u nou dat die rechters in die tien jaar, sinds Schiedam, niks geleerd hebben? Moet je die nu wraken om wat ze toen niet wisten? Waar slaat dat nou op?”

Ik wil aannemen dat rechters leren, maar het onbegrip van Wagenaar kan ik ook plaatsen.

„Ga er van uit dat rechters hun vak bijhouden en dat we in de afgelopen jaren in versneld tempo naar deze aspecten hebben gekeken. Laten we aannemen dat ook die rechters zich hebben gevoegd in ons geharnaste systeem van kwaliteitsbeheer. Die hebben zich dat eigen gemaakt. Wat ga ik dan vertellen aan de samenleving? Ja, het is gebeurd en nee, deze fout gaat niet meer gemaakt worden? Maar ik sluit niet uit dat er in de toekomst een andere fout gemaakt gaat worden. Het is elke keer weer anders dan je denkt. De meeste fouten maak je maar een keer.

„Natuurlijk leren wij elke dag bij, net als andere mensen. Maar ik accepteer niet dat het zo op de individuele rechters wordt gespeeld. De rechter maakt überhaupt fouten. En leert van hogere rechters waar dat in schuilt.”

Raadsheer Peter Ingelse zei in de Volkskrant dat rechters die het met hun collega’s oneens zijn ‘afwijkende meningen’ moeten kunnen publiceren.

„Voor de hoogste colleges ben ik daar ook voor. Omdat het daar gaat om rechtsvinding en rechtsontwikkeling. Daar kan het een rol spelen. Op rechtbankniveau wordt het ingewikkeld, want dat is nogal bewerkelijk. Het kan ook ontwrichtend werken.

„Kijk, dat rechterschap veronderstelt veel kennis van wet, recht en de samenleving. Maar ook dat rechters de wil, durf en moed hebben om beslissingen te nemen die tegen de vleug van de samenleving in gaan. Je moet als rechter stevig zijn. In dezelfde maand dat de rechtbank Rotterdam Samir A. vrijsprak van terrorisme, bleek dat we in de Schiedammer Parkzaak de verkeerde hadden veroordeeld. Dat leidde tot dezelfde reactie in de samenleving: wat een schande! Maar bij twijfel mag ik als rechter iemand niet veroordelen. Wij zijn ingehuurd door de samenleving om te proberen het goede te doen. Maar ook rechters zijn niet onfeilbaar – dat is niet anders.”