De buitenlandse vrienden van Geert Wilders

Hoe opereert PVV-leider Geert Wilders in het buitenland? En hoe wordt hij internationaal gebruikt bij de ‘Counterjihad’? Over zijn radicale vrienden in Israël en de Verenigde Staten.

De kleine nederzetting, midden in de Jordaanvallei, valt vanaf de snelweg nauwelijks op. Eenmaal binnen, langs een Israëlische militair die een automatisch hek bedient, ziet Tomer er paradijselijk uit. Kleine huisjes, omringd door bomen en parken. Het dorp is een moshav, een collectieve werkgemeenschap, middenin bezet gebied, op de Westelijke Jordaanoever. De tachtig families en buitenlandse werknemers verbouwen dadels en vruchten.

Inwoner Meir Maman (55), een gebruinde man met kort grijs haar, herinnert zich nog de beroemde oud-bewoner, „die nu zegt dat hij minister-president van Nederland wil worden”. In 1980 en 1981 werkte een jonge vrijwilliger op de moshav. Geert Wilders, een tiener uit Venlo, was met een vriend naar Israël vertrokken. „Hij was een stille, ietwat zonderlinge jongen. Een harde werker ook. In de ochtend stond hij vroeg op om te werken. Zoals meer vrijwilligers zonderde hij zich ’s avonds wat af van de Israëliërs. Hij draaide zijn eigen muziek, keek televisie.”

Het was een tijd, zegt Maman, dat veel Europese jongeren in Israël wilden werken. „De kibboetsbeweging was nog springlevend. Jongeren trok het harde werken, het idee van saamhorigheid. Geert moet dat ook aangetrokken hebben, al herinner ik me niet dat hij het daarover had. Van die beweging is niets meer over. We hebben alleen nog maar Thaise werknemers.”

De maanden in Tomer zijn bepalend geweest voor Wilders’ ideeën over Israël, de islam en de Arabische wereld. In het boek Veel gekker kan het niet worden zegt Wilders dat hij het een spannende tijd vond. Geregeld vonden er aanvallen plaats, het was er „zeker niet veilig”. „Ik herinner me ook dat ze mensen van de bergen afknalden ’s nachts, nadat er magnesiumbommen waren gegooid waarna de hemel verlicht werd.”

De inwoners van Tomer zeggen dat Wilders zich vergist. „Er is die tijd niets noemenswaardigs gebeurd”, zegt een oudere man die destijds voor de vrijwilligers zorgde. Meir Maman: „Het enige incident vond hier twaalf jaar geleden plaats, toen een soldaat werd vermoord bij de ingang. Toen was Wilders al vele jaren weg.”

Wilders keert naar eigen zeggen tientallen keren terug naar Israël. Hij bezoekt Tomer af en toe, en krijgt connecties in de politiek en de kolonistenbeweging, waarvan Tomer deel uitmaakt. In interviews en toespraken noemt hij Israël „het stootkussen tegen de jihad”.

Internationale doorbraak als islam-criticus

Tijdens zijn verblijf in Israël krijgt Wilders ook een bredere internationale interesse. Hij reist naar Egypte, Turkije en Syrië. Die interesse blijft. Al voordat hij in 1998 in de Tweede Kamer komt, maakt hij op eigen kosten studiereizen naar het Midden-Oosten. In 2003 krijgt hij als Kamerlid de felbegeerde portefeuille Buitenlandse Zaken. Na zijn vertrek uit de VVD en de publiciteit rondom de moord op Theo van Gogh, beide in het najaar van 2004, vestigt hij internationaal zijn naam als islamcriticus. Dan raakt het buitenland, in het bijzonder de Verenigde Staten, ook in hém geïnteresseerd.

Begin 2005 reist Geert Wilders naar de VS voor een week terrorisme- en integratiestudie. In Washington bezoekt hij onder meer het ontbijt dat de Republikeinse strateeg Grover Norquist elke woensdag houdt voor conservatieve activisten uit het hele land. Het is een bont gezelschap. ‘Evangelicals’ die op bijbelse grondslag strijden tegen abortus, homorechten en ander normverval. Libertairen die de overheidsbemoeienis met wapens en ander bezit zo klein mogelijk willen houden. Haviken, bijna allemaal ‘neocons’, die een sterke krijgsmacht nastreven, gecombineerd met compromisloze steun aan Israël.

‘Het elfde gebod’ van oud-president Ronald Reagan houdt de groepen bijeen: val in het openbaar nooit andere conservatieven af. Dus als Wilders in 2005 in zijn onberispelijke Engels verklaart dat hij een volgeling van Reagan is, wacht hem een hartelijk welkom. Een veelbelovende start – vooral de neo-conservatieve haviken zijn erg op Wilders gesteld. Die is op zijn beurt onder de indruk van de manier waarop Republikeinen praktische politiek combineren met permanent activisme. „Zoiets zouden wij ook moeten hebben’’, zegt hij in die dagen tegen deze krant.

Het loopt anders. Wilders belandt bij een marginale groep op de uiterste rechterflank. Een van de mensen met wie hij in 2005 op eigen verzoek een gesprek heeft, is Daniel Pipes, directeur van het Middle East Forum (MEF), een conservatieve denktank. Pipes is tegen een Palestijnse staat en voor een militaire aanval op Iran wegens het vermeende kernwapenprogramma van dat land. Binnenslands is hij bekend om de actie Campus Watch: hij stimuleert studenten de „progressieve vooroordelen’’ van academici tegen Israël te openbaren.

Al tijdens die eerste ontmoeting in 2005 blijkt dat Wilders in de ogen van Pipes te radicaal is. „Wilders ziet ‘de’ islam als het probleem’’, zegt Pipes. „Ik zie een vorm van de islam als het probleem. Dat verschil van mening hebben we altijd gehouden.’’

Pipes’ analyse is allerminst uitzonderlijk in conservatief Amerika. Na 9/11 trekken alle gezichtsbepalende Republikeinen – Bush, Cheney, McCain – de conclusie dat er met ‘de’ islam niets mis is. Zij concentreren hun kritiek op al-Qaeda en andere gewelddadige elementen. Dat is negen jaar later nog steeds zo. Charles Krauthammer, een neoconservatieve intellectueel van FoxNews en The Washington Post, deed Wilders’ opvattingen in maart nog af als ,,extreem, radicaal en fout’’.

Islamkritiek wordt in de VS nog altijd omzichtig gebracht. Als in 2006 de controverse rondom de Deense cartoons uitbreekt, weigeren nagenoeg alle media de tekeningen te publiceren ,,uit respect voor de islam’’. Onlangs ontvingen de makers van de comedy-serie South Park bedreigingen, omdat Mohammed hierin respectloos zou zijn behandeld; de anonieme bedreigers verwezen naar de moord op Theo van Gogh. De zender bond meteen in.

Het verschil met Europa, zegt Pipes, is dat religie een grotere rol speelt in de Amerikaanse maatschappij. Islamkritiek kan al snel worden uitgelegd als inmenging in andermans religie – een taboe in de VS. ,,Mensen willen in dit land niet overkomen als intolerant tegenover welke religie dan ook.’’

De marginale stroming waarin Wilders na 2005 belandt, kent twee prominente gezichten. De eerste is theoloog Robert Spencer (48) uit New Hampshire, die het blog Jihad Watch maakt. Spencer zegt niet dat de islam als geheel verdorven is. Wel wantrouwt hij gematigde moslims, „omdat de radicalen een sterkere theoretische, theologische en juridische grondslag voor hun opvattingen hebben dan de gematigden’’, zegt hij in 2007 tegen het blog Right Wing News.

Een oproep voor financiële steun

Wilders’ vurigste aanhanger in de VS is blogger Pamela Geller (Atlas Shrugs). De conservatieve Geller was eerder uitgever van weekblad The New York Observer en verklaart op haar blog dat voor haar „alles veranderde op 9/11’’. Sindsdien is zij activiste met drie aandachtsgebieden – tegen de islam, vóór Israël, vóór Wilders.

Wilders „is een rolmodel voor elke Amerikaanse politicus die worstelt met de sharia en islamitische suprematie’’, antwoordt zij per e-mail op vragen. Via een link op haar blog roept zij haar lezers op Wilders’ verkiezingscampagne financieel te steunen. Typerend voor haar positie op de rechterflank is dat ze voortdurend conflicten uitvecht met Daniel Pipes, die zij stelselmatig aanvalt op zijn „gematigdheid’’.

Pipes, een historicus, heeft zijn opponenten niet erg hoog zitten. „Degenen die mij op dit punt bestrijden – ook al zijn we bondgenoten – weten helaas niet veel van de islam. Ik bestudeer de islam al decennia. Ik heb in moslimlanden gewoond. Ik heb gezien hoe de islam de afgelopen decennia is opgeschoven – eind jaren zestig was de islam veel gematigder. Maar als het kan veranderen, kan het ook ten goede keren.’’

Het probleem van mensen als Wilders en Geller is dat ze pas na 9/11 zijn gaan opletten, zegt Pipes. „Zij zien een statische situatie.” Gevolg is volgens hem dat Wilders voorstellen doet waaraan elke realiteitszin ontbreekt. „In een westerse democratie kun je niet elke moslim het land uitwerken of de koran verbieden. Want wat dan?’’ Op zeker moment moet ook Wilders toegeven dat een verbod op de koran onmogelijk is, denkt Pipes. „Ik wil niet citeren uit privégesprekken, maar ik heb precies dat punt aan hem voorgelegd. Als hij premier zou worden, heeft hij geen andere keuze dan de gematigde islam te versterken en de radicale te verzwakken. Al het andere is onuitvoerbare retoriek.’’

Na verschijning van zijn anti-islamfilm Fitna in 2008 groeit Wilders’ bekendheid in de VS. In september dat jaar spreekt hij op een bijeenkomst van het Hudson Institute, een conservatieve denktank, in het Four Seasons hotel in New York. De speech krijgt nauwelijks aandacht: de VS zijn in de ban van de kredietcrisis en Obama. De Amerikaanse bondgenoten van Wilders zijn dan vooral bezig met Obama’s islamitische roots. Zo verkondigt Daniel Pipes dat hij in zijn Indische kinderjaren moslim was.

In het Four Seasons hotel zegt Wilders drie dingen die Amerikaanse conservatieven activeren of alarmeren. Hij vertelt dat „de islamisering van Europa’’ zich mogelijk „in de laatste fase’’ bevindt en dat „alleen Amerika’’ de wereld van dit kwaad kan afhouden. Hij noemt Churchills onverzettelijkheid als voorbeeld (,,Zwicht niet, nooit, nooit, nooit, nooit’’). En hij maakt bekend dat „het anti-jihadisme’’ een internationale politieke dimensie krijgt: enkele maanden later, december 2008, zal in Jeruzalem een ‘Alliantie van Europese Patriotten’ worden opgericht. Een coalitie van gelijkgezinden uit heel Europa die ,,de ruggengraat vormen voor alle organisaties en politieke partijen tegen de jihad en de islamisering’’, aldus Wilders. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om – heel Amerikaans – financiële steun voor zijn strijd te vragen. Het zal niet de laatste keer zijn.

‘Europa is al voor de helft verloren’

In werkelijkheid is de ‘Europese alliantie’ een samenwerking van Wilders’ conservatieve aanhangers in de VS en Israël – die nauw met elkaar verbonden zijn en voor wie solidariteit met Israël boven alles gaat. Spin in het web is de Californische ‘neocon’ David Horowitz (71). Deze kapitaalkrachtige zoon van joodse communisten uit New York is een van de vurige bestrijders van de progressieve elites in de VS. In 2004 poneert hij in het boek Unholy Alliance: Radical Islam and the American Left dat ,,links’’ in de VS – soms onbedoeld – de wegbereider van het moslimterrorisme is geweest. Europa is al helemaal niet bereid te vechten tegen de groeiende invloed van de islam, zegt Horowitz. Daarom is Wilders zo belangrijk. „Europa is al voor de helft verloren.’’

Elk jaar brengt Horowitz de invloedrijkste conservatieve denkers uit de VS bijeen in het David Horowitz Center in het zuiden van Californië – vorig jaar trad Wilders daar ook op. Daarnaast publiceert hij het conservatieve FrontPage Magazine, waarvan Spencers blog Jihad Watch tegenwoordig deel uitmaakt.

Spencer bezoekt in 2007 een ‘Counter jihad’-conferentie in Brussel – een voorloper van de conferentie in 2008 in Jeruzalem. Behalve Spencer zijn ook Filip Dewinter (Vlaams Belang) en de Nederlandse arabist Hans Jansen aanwezig. Voor Israël treedt de extreemrechtse parlementariër Arieh Eldad op.

Eldad is enkele jaren met Wilders bevriend. De plastisch chirurg en kolonistenleider is voorman van de Nationale Unie, die tegen een Palestijnse staat is en voor verwijdering van Palestijnen uit Israël. Eldad zegt dat zijn beweging geïnspireerd is op het gedachtengoed van Ze’ev Jabotinsky, de revisionistische zionist die voor de stichting van Groot-Israël was, zonder Arabieren. Ook Wilders haalt Jabotinsky vaak aan. „Jabotinsky (..) had gelijk”, schrijven Wilders en fractiegenoot Martin Bosma in 2008 in de Volkskrant. „Een migratie (van Palestijnen, red.) naar de Arabische landen is logisch en wenselijk.”

Voor Wilders, zegt Eldad, „staat liefde voor Israël voorop”. Net als in de VS heeft Wilders in Israël contact met groepen en individuen aan de (uiterste) rechterzijde. Het zijn meestal prominente leden uit de kolonistenbeweging op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Wilders zei vorig jaar in een interview met de Israëlische krant Ha’aretz dat hij Avigdor Lieberman goed kent, kolonist, leider van Yisrael Beiteinu (Israël Ons Huis) en minister van Buitenlandse Zaken. Lieberman stelde voor een atoombom op de Gazastrook te gooien en Palestijnen met een Israëlisch paspoort de grens over te zetten. „Lieberman is een intelligente, sterke en slimme politicus”, aldus Wilders.

Tussen Eldad en Lieberman klikt het niet. Volgens Eldad is Lieberman te gematigd. Ze praten niet meer met elkaar. „Het is een zielige man, die alles persoonlijk opvat.” Tijdens Liebermans bezoek aan Nederland eind vorig jaar staat een etentje met Wilders gepland, maar Wilders zegt dat wegens ziekte af.

Volgens Eldad is zijn vriend in Israël op zoek naar „morele steun”, niet naar geld. „Hij haalt hier tijdens zijn bezoeken veel van zijn ideeën en inspiratie.” Zo neemt Wilders beelden voor Fitna over van Palestinian Media Watch, een Israëlische organisatie die Palestijnse en Arabische media volgt op radicaal-islamitische teksten. Directeur Itamar Marcus, een kolonist uit Efrat, was daarvan vooraf niet op de hoogte gebracht, maar vindt het geen probleem. „Er zijn mensen die zeggen dat de koran een oud boek is, waarvan de geldigheid verstreken is. Geert weersprak dat uitstekend in zijn film.”

‘Wilders’ werk is uitermate belangrijk voor ons’

Op de conferentie eind 2008 in Jeruzalem, Facing Jihad, komen Wilders’ Amerikaanse en Israëlische contacten publiekelijk samen. Eldad heeft de conferentie georganiseerd, met geld van onder meer het Ariel Center for Policy Research van de kolonist Arieh Stav. Dit studiecentrum voor de kolonistenbeweging op de bezette Westelijke Jordaanoever publiceert boeken en artikelen tegen de islam en een Palestijnse staat. „Het werk dat Wilders doet, is uitermate belangrijk voor ons”, zegt Stav. „Het is een fantastische man.” Het centrum is verbonden aan David Horowitz: hoofdredacteur Jamie Glazov van FrontPage Magazine, een van Horowitz’ belangrijkste medewerkers, is er ook aan verbonden.

Robert Spencer praat de bijeenkomst in Jeruzalem aan elkaar. Pamela Geller blogt en twittert. Daniel Pipes spreekt. Itamar Marcus spreekt. Arieh Eldad spreekt. En Wilders zelf natuurlijk. Hij weet precies te verwoorden wat zijn Israëlische en Amerikaanse aanhangers met elkaar verbindt. „Wij allen dragen Jeruzalem in ons bloed, in onze genen.” De aanvallen van moslimterroristen op Israël zijn een aanval op de hele westerse wereld. Israël verdient steun van anti-jihadisten uit Europa. „Israël vangt de klappen op die voor ons allemaal bedoeld zijn’’, zegt Wilders. „Fantastisch’’, blogt Pamela Geller vanaf de eerste rij.

Arieh Eldad zegt dat hij en Wilders in die tijd geprobeerd hebben een echte „pan-Europese” beweging te vormen. „Islamkritische partijen zouden het gevoel moeten krijgen dat ze deel uitmaken van een groter geheel.”

Maar het loopt op niets uit. „Te vaak kwamen we in contact met personen die ook een anti-joodse agenda hebben, zoals Filip Dewinter. Dat was voor Geert onbespreekbaar.” Eldad en Wilders trekken zich stilletjes terug uit de zo groots aangekondigde samenwerking. „Het is doodgebloed.”

Als Wilders voorjaar 2009 officieel voor de rechter wordt gedaagd wegens haat zaaien, en hem daarna de toegang tot het Verenigd Koninkrijk wordt ontzegd, gaat een nieuwe fase van zijn Amerikaanse doorbraak in. Elk televisiestation wil hem op de zender hebben. Zijn toespraak uit het Four Seasons hotel wordt ontelbare malen doorgelinkt op het web, vergezeld van de boodschap dat „deze man in eigen land de mond wordt gesnoerd’’.

De vrijheid van meningsuiting is nagenoeg absoluut in de VS. Een politicus die wordt vervolgd voor zijn opvattingen is bijna per definitie een slachtoffer van machtsmisbruik door de overheid.

Wilders geeft daarom een andere uitleg aan zijn fondsenwerving in de VS. Van de Alliantie van Patriotten wordt nooit meer iets vernomen en hij spreekt nog zo min mogelijk over een verbod van de koran: Wilders vraagt financiële steun voor zijn juridische verweer tegen Nederlandse censoren die de ongemakkelijke werkelijkheid over de islam niet onder ogen willen zien.

Het is opnieuw een zeer Amerikaanse strijdwijze: het politieke gevecht als inkomstenbron. Zijn medestanders Horowitz en Spencer doen het al jaren zo. Hun strijd tegen de jihad is hun broodwinning geworden. Volgens de laatst gedeponeerde belastingaangifte (over 2008) van het David Horowitz Freedom Center boekt Horowitz een jaaromzet van ruim 5 miljoen dollar met zijn conservatieve gevecht tegen de jihad. Horowitz zelf krijgt daarvan bijna een half miljoen dollar uitbetaald (waaronder een bonus van 120.000 dollar). Ook Spencers Jihad Watch is allang geen ‘liefdewerk oud papier’ meer: daarvoor trekt Horowitz in 2008 ruim 350.000 dollar uit, zo staat in de aangifte.

Pragmatische fondsenwerving

De fondsenwerving zit pragmatisch in elkaar. Horowitz en Spencer gaan in zee met joodse organisaties en evangelicals voor wie Israël het Heilige Land is. Dat diezelfde evangelicals er vaak opvattingen op nahouden die Amerikaanse joden verwerpen – homoseksualiteit bestrijden, tegen abortus vechten, et cetera – wordt weg gemasseerd door Reagans elfde gebod: spreek nooit kwaad over andere conservatieven.

Ook Wilders’ fondsenwerving in de VS krijgt die vorm. Aansporingen tot steun van Wilders komen bijvoorbeeld van evangelicals van het Oak Initiative in South Carolina, waarvan bestuurslid dominee Lou Sheldon bekendstaat om zijn strijd tegen ,,de homoseksuele agenda’’. Maar ook de Zionistische Organisatie van Amerika (ZOA) propageert steun aan Wilders. Vice-voorzitter Steven Goldberg vertelt dat hij de Nederlander beschouwt als de belangrijkste vrijheidsstrijder van deze tijd. ,,Hij verdient onze steun, hij is de nieuwe Churchill.’’

Ook Daniel Pipes helpt mee. Een onderdeel van zijn Middle Eastern Forum zamelt geld in ,,voor mensen die de radicale islam aan de orde stellen en daardoor in de problemen komen’’. Pipes zet zijn meningsverschillen met Wilders daarom opzij, zegt hij, en het Forum haalt sinds begin vorig jaar „een bedrag van zes cijfers’’ op voor Wilders’ verdediging.

Pipes wekt overigens niet de indruk dat het storm loopt. ,,De mensen die steun geven, zijn zeer begaan met dit onderwerp’’, zegt hij. ,,Maar veel van zulke mensen zijn er niet.’’

David Horowitz helpt Wilders als deze voorjaar 2009 in Washington is om Fitna in de Senaat te vertonen. De opkomst valt niet mee: slechts enkele Congresleden komen kijken. Diezelfde week houdt de Amerikaanse Conservatieve Unie (ACU) zijn jaarvergadering, het belangrijkste conservatieve evenement van het jaar. Typerend voor Wilders’ precaire positie in de VS is dat de ACU de Nederlandse politicus niet in het programma wil opnemen. Pas als Horowitz en anderen een zaal huren in hetzelfde hotel krijgt hij de kans het woord te voeren – afgescheiden van de rest van de conservatieve conferentie. „Dit zijn donkere dagen, voor Europa en de rest van de wereld’’, zegt Horowitz. „Dus ik zal alles doen wat in mijn macht ligt om Geert Wilders te steunen.’’

Horowitz brengt Wilders ook in contact met „een man’’ – de naam wil hij niet geven – die Horowitz’ strijd eveneens ondersteunt. „Ik weet niet hoe dat is afgehandeld’’, zegt Horowitz. Ook uit zijn toelichting blijkt dat het met de financiële steun voor Wilders tot nu toe tegenvalt. „We zijn in een vroeg stadium van het gevecht. Ik bedoel: hoeveel mensen steunden Churchill in de jaren dertig?’’

Initiatiefnemers van kleinschalige steunprojecten voor Wilders hebben een zelfde ervaring. De werkloze accountant Robert Dager uit Juno Beach, Florida, begint voorjaar 2009 op Facebook de pagina ‘Support Geert Wilders’. Hij komt uit op 708 fans – maar geld geven ze nauwelijks. De economie is te slecht voor fondsenwerving, zegt hij. „En Nederland is gewoon te ver weg.’’

Tegen homo’s op bijbelse gronden

Zo komt Wilders in de VS uit bij fundamentalisten met ideeën die haaks staan op zijn Nederlandse politieke principes. Op een fondsenwervingsbijeenkomst, vorig voorjaar in Florida, vertelt een actiegroep van evangelicals, het Christian Action Network (CAN), Wilders dat ze een documentaire over hem en zijn strijd tegen de jihad wil maken. CAN-directeur Martin Mewyer zegt dat een van zijn medewerkers daarover voorjaar 2009 met Wilders in Florida contact had; zelf was hij die dag verhinderd.

Mewyer is op bijbelse gronden tegen homoseksualiteit, beaamt hij, en heeft zich in het verleden „in niet mis te verstane termen tegen de homocultuur uitgesproken’’. Zijn actiegroep filmt Wilders’ toespraak in Florida, en vermengt deze daarna met beelden van Fitna en andere illustraties van moslimterreur. Dit voorjaar stuurt CAN een kopie van de documentaire Islam Rising aan de PVV: wil Wilders naar de première komen?

Dat wil hij, zegt Mewyer. Robert Spencer en Pamela Geller helpen bij de organisatie van het evenement, dat op 1 mei in Los Angeles zou plaatsvinden. CAN koopt volgens Mewyer voor 8.000 dollar vliegtickets voor de PVV. „Ze wilden business class vliegen.’’

Maar als dagblad De Pers daarna bericht over het homofobe verleden van CAN trekt Wilders zich meteen terug. De PVV retourneert ook de 8.000 dollar aan CAN, zegt Mewyer. Of Wilders zijn bijbelse afwijzing van homoseksualiteit kende, zegt Mewyer niet te weten. „Maar ik geloof niet dat hij niets meer met mij te maken wil hebben. Ik denk dat er in de toekomst nog wel mogelijkheden voor samenwerking zijn.’’

Zo raakt Geert Wilders in de VS verstrikt in een milieu van gepassioneerde supporters voor wie alles draait om de bescherming van Israël. Een milieu dat hem bewondert om zijn moed, hem een conservatieve logica oplegt die in Nederland amper verkoopbaar is, en hem gebruikt om zijn openheid. De ideale agitator. Horowitz: „Is Mohammed een pedofiel? Uiteraard. Maar ik zou dat hier niet schrijven. Alles wat hier gebeurt, heeft mondiale impact. Daarom gaat het zoals het gaat: Geert Wilders spreekt dingen uit die wij nu eenmaal nooit zullen kunnen zeggen.”