Brits regeerakkoord erkent en organiseert de verschillen

Het Britse regeerakkoord van deze week beslaat 3000 woorden. Het coalitieakkoord van Balkenende IV van februari 2007 omvatte 20.000 woorden. Dat verschil ligt niet alleen aan de beknoptheid van de Engelse taal. Het akkoord tussen de Conservatieven en de Liberaal Democraten beschrijft zeer beknopt enkele hoofdlijnen voor de komende maanden  (waar bezuinigen, waar meer doen),

Het Britse regeerakkoord van deze week beslaat 3000 woorden. Het coalitieakkoord van Balkenende IV van februari 2007 omvatte 20.000 woorden. Dat verschil ligt niet alleen aan de beknoptheid van de Engelse taal.

Het akkoord tussen de Conservatieven en de Liberaal Democraten beschrijft zeer beknopt enkele hoofdlijnen voor de komende maanden  (waar bezuinigen, waar meer doen), maar inventariseert vooral de verschillen van mening en doet daar iets mee wat in Nederland zelden gebeurt: oplossingen aangeven.

David Cameron en Nick Clegg benoemen een aantal conflictpunten en omschrijven per geval het getroffen compromis óf geven de procedure aan waarlangs de kwestie wordt behandeld zonder dat dat tot ruzie hoeft te leiden. Bij het laatste Nederlandse regeerakkoord werden heikele kwesties meestal buiten de politieke orde geplaatst: onbespreekbaar verklaard of in een commissie geparkeerd.

Een actueel voorbeeld is kernenergie. Het regeerakkoord-Balkenende IV legde vast: ,,Er worden deze kabinetsperiode geen nieuwe kerncentrales gebouwd. De kerncentrale Borssele blijft open.” Dat was een compromis, maar het pakte uit als een bijna-verbod op nadenken, laat staan plannen maken. Het kabinet bevroor de kwestie en dook op onze gloeilampen.

Het Britse akkoord zegt ongeveer als volgt. <<De Liberaal Democraten zijn erkend tegenstander van nieuwe kerncentrales. De Conservatieven zijn voor vervanging van bestaande centrales. Wij zijn het eens geworden dat de LibDems op dit punt hun bezwaren mogen volhouden maar de regering toestaan nieuwbouw-voorstellen te doen. Die worden aan het parlement voorgelegd. De LibDem woordvoerder zal zich daar tegen uitspreken maar de LibDems onthouden zich van stemming. Dit zal niet leiden tot  de vertrouwenskwestie.>>

Kernenergie kan nog steeds tot heibel leiden, maar het verstand zit niet op slot. De Conservatieven hebben zonder LibDem-tegenstem misschien een meerderheid, maar zij zullen er wel hun best voor moeten doen. Misschien overtuigen zij Liberalen of Labour-leden, het kan ook zijn dat  de tegenstanders wel een aantal Conservatieven overtuigen.

De Britten omarmen hun nieuwe politieke realiteit met een directheid waar de Nederlandse politiek een dosis van kan gebruiken. Dat geldt ook voor het doen van concessies. De Conservatieven gunden de LibDems een referendum over het kiesstelsel (waar Cameron c.s. niets van moeten hebben), de LibDems hebben hun natuurlijke hang naar Europese samenwerking behoorlijk moeten inperken (geen euro voor de Britten de komende vijf jaar). En zij deden niet of hun concessie eigenlijk een winstpunt was. Dit punt moest ik opgeven.

Het akkoord is vooral een verklaring van basaal vertrouwen: <<Jullie zijn anders,  maar we willen dit land door de crisis slepen én vooruit helpen. Wij zijn het eens over economische hoofdzaken plus de noodzaak van een bescheiden staat.>> Dat laatste leidde tot een verrassend actieplan om de ook in Engeland veelvuldig met moderne smoezen beknotte bescherming van de persoonlijke levenssfeer nieuw leven in te blazen. CDA en PvdA, bent u daar?

Coalities zijn uitzondering in het monistische stelsel van de Britten. Volgens Cameron vragen nieuwe tijden om een nieuwe politiek, waarin samenwerken de norm is. Misschien dat Cameron, dankzij de Europese bijlessen van zijn nieuwe beste vriend Clegg, Ted Heath nog achterna gaat, de Conservatieve premier die Groot-Brittannië in 1973 de EU binnenleidde.

De Nederlandse politiek (en pers) duiken na de verkiezingen van 9 juni op de wie-met-wie vraag. Het zou mooi zijn als dat snel leidde tot het vaststellen welke coalitie het meeste onderling vertrouwen geniet. In Londen vonden ze het met vijf dagen heel lang  duren. De Nederlandse uitvoerigheid levert zelden meer op. Het publiek is sneller dan de spelers.

Getalsmatig was het in Londen eenvoudiger dan het in Den Haag zal zijn. Maar toch, het zou goed zijn als we nu eens niet doen of de hele wereld opnieuw moet worden uitgevonden. Wie dat regeerakkoord van drie jaar geleden terugleest raakt bedwelmd door de zoete walm van goede bedoelingen. Die Samen Fijn-brochure werd gevolgd door Honderd Dagen zelfbegoocheling. Allemaal uitstel van noodzakelijke compromissen. En als die komen worden ze vaak binnen onderwerpen in plaats van tussen onderwerpen gezocht. Wat leidt tot een serie gammele oplossingen.

Nederlandse regeerakkoorden willen politieke en economische risico’s uitsluiten. Een illusie. Iedereen weet het. Die fictie van beheersbaarheid leidt tot inactie. Dat is wat velen van de politiek vervreemdt. Burgers hebben wel een politieke voorkeur, maar zij willen vooral dat het land wordt bestuurd. Het Nederlandse monisme klinkt regeringsfracties aan een kabinet dat geen zaken doet.

Er was een tijd dat de premier wekelijks een broodje at met de vice-premier (van de coalitie-partner); het hele kabinet dineerde donderdagavond. Sinds het kabinet-Den Uyl vergadert men op die avond met de eigen fractie- en partij-top. Om vrijdags vol partijgevoelens in de Trêveszaal samen te komen.

Nederlandse politieke kopstukken missen de gedeelde school- en universiteitscultuur waar Cameron en Clegg elkaar in herkennen maken. Zij delen, zelfs met de verslagen Labourleider Gordon Brown, ook een kennis van de ongeschreven politieke spelregels dat hier mist: de vice-premier die het verschil niet weet tussen ‘ontslag aanbieden’ en ‘portefeuille ter beschikking stellen’ is deel van een politieke cultuur die voortdurend nieuwe codes wil vastleggen. En daar in een kazerne over moet nadenken.

P.S. Voor een analyse van het Britse regeerakkoord, en wie wat moest inleveren: zie hier.