Belangenstrijd om Nijl laait op

Tanzania, Rwanda, Oeganda en Ethiopië hebben gisteren tegen de zin van Soedan en Egypte een eigen Nijlcommissie opgericht. De vier stroomopwaartse landen willen meer Nijlwater benutten voor onder meer stuwdammen en irrigatieprojecten, terwijl Soedan en Egypte stroomafwaarts momenteel verreweg het meeste rivierwater verbruiken.

De ruim 5.500 kilometer lange Nijl bestaat uit twee hoofdaders: de Witte Nijl die ontspringt in het Victoriameer en de Blauwe Nijl die begint in Ethiopië. Volgens verdragen uit het koloniale tijdperk hebben Egypte en Soedan samen recht op bijna 90 procent van het Nijlwater. Ethiopië daarentegen verbruikt slechts 1 procent van het water, terwijl de Blauwe Nijl circa 85 procent van het Nijlwater in Egypte levert.

De zogenoemde Permanente Nijl Commissie die gisteren is opgericht moet onderzoeken op hoeveel Nijlwater de vier Oost-Afrikaanse landen recht hebben. De eenzijdige stap komt na jaren van vruchteloze onderhandelingen met Egypte en Soedan.

Binnen het bestaande samenwerkingsverband NBI (Nijl Bassin Initiatief) uit 1999 zouden alle landen vorige maand een nieuw akkoord over het verbuik tekenen. Toen Egypte en Soedan op het laatste moment weigerden, besloten zeven andere leden over te gaan tot een eigen verdrag.

Kenia heeft toegezegd zich aan te sluiten bij de commissie, al was de verantwoordelijke minister verhinderd bij de besprekingen in het Oegandese Entebbe. Burundi en Congo lieten zich vertegenwoordigen door ambtenaren in plaats van ministers en hebben nog niet getekend.

Egypte en Soedan weigeren zich bij de commissie aan te sluiten. Egypte zal geen enkel akkoord tekenen als het huidige waterverbruik wordt beperkt, aldus een woordvoerder van de regering. Hij noemde het verdrag in Entebbe „geenszins juridisch bindend”. (AFP, BBC, Reuters)