Wankelend, maar wel op eigen benen

Hapert het herstel van de Nederlandse economie? Die vraag komt op bij een eerste blik op de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de economische groei in het eerste kwartaal. 0,1 procent groei ten opzichte van een jaar eerder is niet om over naar huis te schrijven. Na vijf kwartalen van forse krimp, met een dieptepunt van 5,5 procent in het tweede kwartaal van vorig jaar, is de eerste positieve groei weliswaar gunstig. Maar veel is het niet.

Nu is een groei van jaar op jaar wel de meest rustige manier om de conjunctuur te beschrijven, maar op de financiële markten wordt het steeds gangbaarder om de groei van kwartaal op kwartaal te nemen. Dat is ingewikkelder, want daar moeten onder meer seizoenscorrecties op worden toegepast. Maar het geeft wel een beter beeld van de vaart van de conjunctuur.

Zo bezien is het beeld heel anders. De economie groeide in het eerste kwartaal 0,24 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2009. Ook dat vierde kwartaal, en het kwartaal daarvoor, gaven al een positieve groei te zien van achtereenvolgens 0,6 procent en 0,4 procent. Toegegeven, de vaart gaat er dus wel een beetje uit, maar zo slecht lijkt het allemaal niet. De kwartaal-op-kwartaalcijfers leggen uit waarom: de invloed van de overheid op de conjunctuur begint sterk af te nemen.

De overheidsconsumptie steeg met slechts 0,2 procent, en dat is de geringste groei in twee jaar tijd. De overheidsinvesteringen krimpen al een tijd, maar zijn relatief gering van omvang en zijn bovendien in de kwartaalcijfers nogal wispelturig. Het goede nieuws is dat de consumptie van huishoudens flink is gestegen: de groei met 1,1 procent in het eerste kwartaal is de sterkste sinds het eerste kwartaal van 2004. De particuliere investeringen vertoonden, met 0,1 procent, de eerste toename in twee jaar.

Wat de groei van het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal tegenhield, was de sterke toename van de invoer met 4,9 procent. Dat heeft zijdelings te maken met de toename van de consumptie. De exportgroei bleef er met 3,5 procent wat bij achter, en het verschil tussen die twee gaat ten koste van de toename van het bbp.

Overhouden doet het nogmaals allemaal niet, maar de boodschap is belangrijk: de groei van de economie was niet langer te danken aan overheidssteun, maar aan de particuliere sector. De Nederlandse economie houdt voor het eerst zijn eigen broek weer op. Dat gaat moeizaam, maar is toch reden tot enige blijdschap. De mus komt weer een beetje bij.

Maarten Schinkel