VS vrezen Sahel als broeinest terreur

Met ontvoeringen en aanslagen heeft Al-Qaeda-in-de-Islamitische Maghreb als terreurgroep naam gemaakt. Maar is het geen ordinaire boevenbende?

Zijn ontvoerders waren amper 20 jaar en verveelden zich net zo in de Sahara als hij. Ze schoten op lege conservenblikjes om de tijd te doden, lazen de Koran of luisterden naar hun mp3-speler. Als gijzelaar van Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Magh-reb (AQIM) zat de Fransman Pierre Camatte (61) drie lange maanden gevangen in het niemandsland tussen Mali en Algerije.

Na grote diplomatieke inspanningen van Frankrijk werd hij in februari vrijgelaten. Maar eind vorige maand was opnieuw een Fransman aan de beurt. Ditmaal werden in het noorden van Niger een Franse toerist en zijn Algerijnse chauffeur ontvoerd.

Is AQIM een ordinaire boevenbende die miljoenen dollars verdient aan het ontvoeren van westerlingen onder de dekmantel van religieus fundamentalisme? Of vormt de groep een serieus gevaar voor de stabiliteit van de Sahel-landen, zoals de VS zeggen? De meningen zijn verdeeld. Washington behandelt de Sahel als potentieel broeinest van radicale moslims en schroeft sinds 2002 de militaire hulp aan landen in de regio op.

Anderen vragen zich af of de dreiging van terrorisme opzettelijk door Amerika wordt aangedikt om strategische redenen – het geeft Washington een excuus om voet aan de grond te krijgen in olierijk West-Afrika. „AQIM heeft haar principes nooit duidelijk uiteengezet”, aldus de Indiase analist Vijah Prashad onlangs in Newsweek. „De groep heeft geen ambities op het wereldtoneel. Ze heeft niet eens lokale ambities.”

Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb komt voort uit een gewelddadige Algerijnse groepering die in 2006 de koers verzette onder een internationaal bekende merknaam. De organisatie gaf een jaar later een eerste visitekaartje af met een bloedige zelfmoordaanslag in Algerije en de moord op vier Franse toeristen in Mauretanië. Sinds 2008 haalt AQIM vooral het nieuws met het ontvoeren van blanken in de desolate grensgebieden van Mali, Niger en Mauretanië. Grote delen van de Sahel bestaan uit snikhete vlaktes zonder dorpen, zonder wegen en zonder zichtbare grenzen.

AQIM is volgens waarnemers geen strak geleide organisatie, maar bestaat uit zelfstandig opererende mobiele brigades die rondscheuren in Toyota Land Cruisers en soms samenwerken met Toearegs, de woestijnnomaden die zowel in Niger als in Mali de regering bevechten voor meer autonomie. Over de omvang is weinig bekend: veel meer dan 500 à 1000 rekruten zou de groep niet hebben. Een van de sleutelfiguren is de Algerijn Mokhtar Belmokhtar, die verantwoordelijk gehouden wordt voor meerdere ontvoeringen. Hij opereert vanuit het noorden van Mali, met als basis de woestijnstad Kidal, die op het kruispunt ligt van de smokkelroutes voor wapens, sigaretten en benzine naar Noord-Afrika. Al in 2005 werd Belmokhtar in een rapport van de International Crisis Group omschreven als geheimzinnige smokkelkoning die vermoedelijk contact onderhoudt met Al-Qaeda, maar in de eerste plaats geïnteresseerd is in geld verdienen.

De belangrijkste bron van inkomsten van de groep is sinds twee jaar het ontvoeren van blanke toeristen en hulpverleners. De vrijlating vorig jaar van een Canadese VN-gezant, een Canadese diplomaat en twee Europese toeristen zou 8 miljoen dollar hebben opgeleverd, al ontkent Canada dat losgeld is betaald. De Oostenrijkse regering zou meer dan 5 miljoen dollar losgeld hebben betaald voor twee Oostenrijkse toeristen die in 2008 in Tunesië werden ontvoerd. Parijs betaalde dit jaar een onbekend bedrag voor de vrijlating van Pierre Camatte, en zette Mali onder druk om vier aangehouden AQIM-leden te laten lopen. Het enige land dat pertinent weigerde losgeld te betalen, was Groot-Brittannië. In juni vorig jaar executeerde AQIM daarom de 60-jarige Engelse toerist Edwin Dyer – tot dusver de enige gijzelaar die moedwillig is omgebracht.

AQIM is inmiddels ook betrokken bij drugshandel. Zwaarbewapende rekruten begeleiden steeds vaker vrachten cocaïne uit Zuid-Amerika die via de Afrikaanse woestijn richting Europese markt gaan, stelt de VN-afdeling voor drugs- en misdaadbestrijding UNODC. Ze leveren ‘protectie’ aan drugssmokkelaars of heffen belasting op drugstransporten. In New York staan drie West-Afrikanen terecht die Amerikaanse undercoveragenten aanboden te helpen bij het beveiligen van cocaïnetransporten door de Sahara. Ze zeiden regelmatig op strikt zakelijke basis samen te werken met Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb, dat volgens hen ook geld verdient aan mensensmokkel. Het is onduidelijk of AQIM iets te maken heeft met de met cocaïne volgeladen Boeing 727 die vorig jaar in het noorden van Mali een mislukte landing maakte en toen door de bemanning in brand werd gestoken om het belastende materiaal te vernietigen.

Zeker is dat de bevolking weinig sympathie heeft voor het radicale anti-westerse gedachtegoed dat AQIM in zijn uiterst spaarzame communiqués beweert aan te hangen. Mali en Niger zijn seculiere democratieën met een breed aangehangen, vreedzame vorm van islam die zich in politieke kwesties op de vlakte houdt. Mauretanië is officieel een islamitische republiek, maar de regering duldt geen inmenging van religieuze leiders. De meeste mensen zien de acties van AQIM als westers probleem – blanken zijn immers het doelwit – maar de aanslagen in Mauretanië en de ontvoeringen in Mali hebben het toerisme in beide landen een zware klap toegebracht.

De vier landen die het meest last hebben van AQIM – Algerije, Mali, Mauretanië en Niger – gaan een gezamenlijk militair hoofdkwartier in Algerije inrichten om terrorisme, drugshandel en smokkel effectiever te bestrijden. Voorlopig lijkt straatarm Mali de hulp het hardst nodig te hebben, omdat de smokkelroutes naar Algerije op Malinees grondgebied liggen.