Vanaf 14 jaar ben je al aansprakelijk

Morgen bestaat de Kinder- en Jongerenrechtswinkel in Amsterdam 25 jaar.

Toch weten nog te weinig kinderen de winkel voor juridische vragen te vinden.

Wie wist dat een zestienjarige officieel zelf mag beslissen over alle medische behandelingen die hij of zij ondergaat? En gevaarlijke sporten als parachutespringen mag beoefenen? Dat een veertienjarige al aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade die hij of zij veroorzaakt? En dat een jongere met Halt-registratie (taakstraf na kleine overtreding) niet mag worden afgewezen voor een bijbaantje vanwege die overtreding?

Niet veel volwassenen zijn op de hoogte van de rechten van een kind in Nederland en, belangrijker, ook weinig kinderen weten wat precies hun rechten en plichten zijn, zegt Manuela Limbeek, coördinator van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel in Amsterdam. Ze verwijst naar een onderzoek uit 2009 waaruit blijkt dat van alle Europese kinderen de Nederlandse het minst bekend zijn met hun rechten.

Morgen is het 25 jaar geleden dat de rechtswinkel in Amsterdam, vijf dagen per week open voor kinderen met juridische vragen als eerste in het land werd geopend. Met een team van zestig vrijwilligers, merendeels rechtenstudenten gespecialiseerd in het jeugdrecht, heeft de winkel vorig jaar 2005 vragen afgehandeld. Dat zullen er dit jaar waarschijnlijk meer worden, omdat de winkel langer open is en meer vrijwilligers tot zijn beschikking heeft.

„Ondanks de groeiende vraag vinden nog te weinig kinderen de weg naar een rechtswinkel”, zegt Limbeek. „Daarom geven we op basisscholen en middelbare scholen in verschillende stadsdelen voorlichting.”

Eerder is op verschillende manieren geprobeerd de rechtswinkel bekender bij kinderen te maken Zo had de Rotterdamse kinder- en jongerenrechtswinkel een radioprogramma, Vet in je recht, voor jongeren. In Den Haag gaf de Kinderrechtenbus kinderen de gelegenheid op verschillende locaties in de stad vragen te komen stellen. Er wordt gewerkt aan de mogelijkheid te chatten met medewerkers van de rechtswinkels.

De vragen waarmee kinderen aankloppen zijn divers van aard: van een zestienjarige wiens mobieltje door de schoolleiding is afgepakt tot een kind dat door zijn ouders tot speelbal wordt gemaakt in een echtscheidingsprocedure. Veel kinderen die de winkel weten te vinden zitten meestal al langer in een lastig parket. Ze zijn in behandeling bij jeugdzorg of zitten in jeugddetentie. Het zijn kinderen die nergens anders terechtkunnen; de Kindertelefoon biedt vooral een luisterend oor en is bovendien gespecialiseerd in relationele problemen. Het Juridisch Loket, waar iedereen terecht kan voor gratis juridische hulp, is niet gespecialiseerd in jeugdrecht.

Om zulke zware juridische zaken te kunnen bespreken met kinderen hebben alle vrijwilligers juridische en gesprekstechnische trainingen gehad.

„Het belangrijkste”, zegt derdejaars rechtenstudent Joni Dori, „is het kind de indruk geven dat ze je kunnen vertrouwen. Je bedankt voor het stellen van de vraag en benadrukt dat het goed is dat ze die stellen.” En je moet eerst het ijs breken, zegt Anne Ruijter, vierdejaarsstudent rechten en sinds ruim een jaar vrijwilliger voor de rechtswinkel in Amsterdam. Ruijter: „Een glaasje limonade aanbieden en vragen: heb je vandaag iets leuks gedaan? Naar de Efteling geweest? Wat leuk, daar ben ik ook weleens geweest. En vooral niet meteen fanatiek alles opschrijven wat het kind zegt.” Dat kan intimiderend overkomen. Dori: „We hebben geleerd het hele verhaal te laten vertellen en zelf het juridische probleem eruit te halen.”

De vrijwilligers die de winkel vandaag bemannen zeggen altijd elke zaak met elkaar te bespreken voordat er een antwoord geformuleerd wordt. Is de vraag te ingewikkeld, dan staat een contactadvocaat buiten de rechtswinkel klaar om te helpen. Ook vrijwillig.

Wat is de rol van de ouders? Coördinator Limbeek benadrukt dat rechtswinkels een onafhankelijke positie hebben die uitgaat van het kind als zelfstandig rechtspersoon. „We hebben met elk kind een persoonlijk gesprek, ook als het door een ouder wordt binnengebracht. Dan vragen we of die even willen wachten.”