Traditionele toekomstmuziek

Het Kronos Quartet uit San Francisco werkt samen met de Azerbajdzjaanse zanger Alim Qasimov. Het resultaat is een bijzondere vermenging van stijlen, op een nieuwe cd en in een reeks concerten.

‘Toen ik Alim Qasimov voor het eerst hoorde zingen stond ik versteld. Hij zweefde de hoogte in, wist een zaal vol mensen op sleeptouw te nemen. Ik moest hem leren kennen, erachter zien te komen hoe hij dat doet.”

Dat zegt David Harrington, eerste violist en artistiek leider van het Kronos Quartet uit San Francisco, dat bekend staat om zijn bijzondere projecten en samenwerkingen. Harrington leerde Qasimov, een van de belangrijkste zangers uit Azerbajdzjan, niet alleen kennen, hij nam met de zanger en zijn ensemble stukken op uit diens repertoire. Die zijn nu uitgekomen op Rainbow, deel 8 uit de cd-serie Music of Central Asia, naast een stuk dat het kwartet opnam met de Afghaanse musicus en componist Homayun Sakhi.

Alim Qasimov is actief in de moegam, een genre dat karakteristiek is voor Azerbajdzjan, maar banden heeft met een veel wijder verbreide stijl. Van Marokko tot Xinjiang in het westen van China wordt muziek gemaakt die op dezelfde grondslagen gebouwd is: suites van vaak religieus getinte liederen in modale toonsoorten. Melodie en versieringen staan voorop. Het ritme ondersteunt de teksten, die veelal afkomstig zijn uit werken van soefidichters. In deze stijl, bekend onder de verzamelnaam maqam, bestaan nogal wat variaties.

De Azerbajdzjaanse moegam wordt uitgevoerd door een trio waarin een tokkel- en een strijkinstrument de gezongen melodie omlijsten, vooruitlopen op de zanglijnen en er in meanderende ranken omheen krullen. Het is een klassiek genre dat mondeling wordt overgedragen en langdurig, intensief onderricht vergt. De zanger (het gaat vrijwel uitsluitend om mannen) wordt geacht veel gedichten uit het hoofd te kennen, om ze naar believen in te zetten tijdens concerten. Daarnaast moet hij met zijn voordracht van deze teksten het publiek in vervoering kunnen brengen, een kunst die Qasimov als geen ander verstaat. „Om een musicus te kunnen zijn moet er een vuur in je branden”, zegt hij zelf.

Qasimov vertegenwoordigt bij uitstek dat waar de serie Music of Central Asia, samengesteld door etnomusicoloog Ted Levin, voor staat. Levin reist nu al meer dan dertig jaar door Azië om er de muziek te bestuderen en op te nemen: „Er liggen verschillende ideeën ten grondslag aan de serie. Eerst en vooral willen we een breed publiek in contact brengen met de rijkdom van de muziek uit de gebieden die vroeger aan de zijderoutes lagen en die als voormalige Sovjetrepublieken nauwelijks toegankelijk waren.”

Music of Central Asia is een initiatief van de Aga Khan, geestelijk leider van een stroming binnen de shi’itische islam. Hij richtte de organisatie Akmica (Aga Khan Musical Initiative in Central Asia) op om de muziek uit deze regio meer bekendheid te geven en verder te ontwikkelen. Met dat doel voor ogen werd besloten om een tiendelige cd-serie uit te brengen.

Levin: „De uitgaven moesten voldoen aan de hoogste eisen, zowel wat betreft de artiesten als de uitvoeringen en opnamekwaliteit. Maar als je een breed publiek wilt bereiken, moet je een paar stappen verder gaan. Je moet de context laten zien waarin de muziek gemaakt wordt. Daarom zit bij elke uitgave een dvd met een documentaire over de musici, hun repertoire en achtergrond. We zijn afgeweken van het gangbare stramien om de verschillende landen afzonderlijk onder de loep te nemen. Dat heeft in deze regio weinig zin omdat de politieke en de culturele grenzen niet samenvallen. Er is een onderverdeling te maken tussen Perzisch- en Turkssprekende bevolkingsgroepen, maar die verschillen zie je niet terug in de muziek. Er is een groter onderscheid tussen stedelijke, sedentaire culturen en nomadische culturen.”

Levin heeft gekozen voor een thematische aanpak waarin een groep of musicus centraal staat, of een bepaald repertoire zoals de lange shashmaqâm-suites uit Tadzjikistan en Oezbekistan. Eén album is gewijd aan vrouwelijke barden, een recente ontwikkeling in een discipline die voorheen aan mannen was voorbehouden. Door de musici te portretteren en te laten spreken over hun muziek, geeft de serie hun een gezicht.

Levin: „Een van de heersende misvattingen omtrent traditionele muziek is dat die in een pure, ‘authentieke’ staat van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven door anonieme artiesten. Deze serie toont aan dat de traditie over onuitputtelijke bronnen beschikt om zichzelf te vernieuwen. Het is niet één op één kopiëren; er treden steeds weer mutaties op. Je kunt verschillende elementen onderscheiden, er nieuwe combinaties mee maken, veranderingen aanbrengen in de structuur en de verschijningsvorm. De meest creatieve musici voegen hun visie toe aan wat al bestond.”

Dat is in Azië niet wezenlijk anders dan in Europa, voegt hij eraan toe: „Alim Qasimov is zonder meer te vergelijken met de grote westerse componisten. Hij heeft veranderingen aangebracht in het oude en eerbiedwaardige moegam-genre. Hij heeft een rietblazer aan het instrumentarium toegevoegd. Ingrijpender nog, hij heeft zijn dochter Fargana opgeleid tot zangeres en haar in zijn ensemble opgenomen. Dat was voordien ongehoord.”

Qasimovs samenwerking met het Kronos Quartet is een logische stap. Musiceren met een kamermuziekensemble was een oude wens van de zanger. Het kwartet wilde al enige tijd iets met Qasimov doen. De organisatie Akmica bracht hen bij elkaar voor een reeks concerten en een opname. In San Francisco werkten de ensembles een week lang intensief met arrangeur Jacob Garchik om stukken uit het repertoire van de zanger door te nemen. Het bleek niet eenvoudig om de verschillende muzikale benaderingen op één lijn te krijgen. Terwijl de klassiek geschoolde strijkers zich fixeerden op de partituur die Garchik uitgeschreven had, veroorloofde Qasimov zich allerlei vrijheden in de uitvoering.

David Harrington van het Kronos Quartet: „Aanvankelijk noteerde Jacob zorgvuldig de frasen waarin Alim afweek van wat hij eerder had gedaan. Wanneer we dat speelden, deed Alim weer iets anders. Maar ineens zagen we hoe we onze partijen zo konden oprekken, dat Alim de ruimte kreeg die hij nodig heeft. Vanaf dat moment speelden we met onze oren. Als Alim iets inbracht, reageerden wij erop. Het werden muzikale gesprekken, waaraan iedereen bijdragen leverde. De muziek liep niet meer langs gebaande paden, werd vrijer. Tijdens zo’n repetitie duurde dat misschien vijf seconden, maar dat waren wel vijf magische seconden. Die ervaringen konden we in concerten weer naar boven halen.”

Het zijn ervaringen die Harrington koestert: „Waar het om draait is een gevoel van één zijn met de muziek, ongeacht of je Schnittke, Bach of Alim Qasimov speelt. Zelf kan ik dat het beste bereiken door mezelf als het ware uit te schakelen. Ik ben getuige van de momenten waarop we van de grond komen, maar ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe we dat voor elkaar krijgen. Wel merk ik hoe we ons in de loop van een paar jaar verder ontwikkeld hebben. Toen we enkele maanden geleden met Alim Qasimov in de Carnegie Hall in New York speelden, was hij plotseling een stuk vooruit gesprongen. We sprongen gezamenlijk achter hem aan, en liepen met hem op alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Zulke samenwerkingen zijn zoektochten waarin we nieuwe werelden ontdekken. We zoeken een weg naar elkaar, moeten daar moeite voor doen, er de tijd voor nemen. Het is een cultureel vertalen. Om in te kunnen vullen wat je niet letterlijk begrijpt moet je een beroep doen op je verbeeldingskracht. Dat maakt de muziek intenser voor iedereen. Ook voor het publiek.”

Meer informatie: akdn.org/music en www.folkways.si.edu/CentralAsia. Het Kronos Quartet treedt komende maanden met het ensemble van Alim Qasimov in Europa op, vooralsnog niet in Nederland.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

De foto's bij ‘Traditionele toekomstmuziek’ (CS 14/5) waren van de Aga Khan Trust for Culture.