Toch geen gemummificeerd einde bij Harrods

De Egyptische zakenman Mohamed Al-Fayed kreeg nooit erkenning van de Britse elite. Nu heeft hij het sjieke warenhuis Harrods in Londen verkocht.

Boven de weelderig groene vallei die ten zuiden van Londen het uitzicht vormt, komt met regelmaat kletterend een helikopter over. Niemand klaagt over de herrie: Mohamed al-Fayed komt thuis. In het naburige dorp is hij minder de (ex-)eigenaar van Harrods dan wel de plaatselijke landheer, schenker aan vele goede doelen en lintendoorknipper bij de jaarlijkse meifeesten.

Omnia Omnibus Ubique, in het Engels met dubbele betekenis vertaald als ‘all things for all people’, is niet alleen het motto van warenhuis Harrods, maar ook een goed etiket voor Al-Fayed zelf. Een weldoener in het dorp, maar een oplichter in de ogen van de Britse regering, een leugenaar in die van de koninklijke familie en een manipulator en een dief volgens inmiddels wijlen Tiny Rowland, de zakenman die zich door Al-Fayed Harrods liet ontfutselen. Het satirisch weekblad Private Eye noemt hem de „Phoney Paraoh”, het „Hello!”-lezende deel van de natie ziet hem als de nog immer rouwende bijna- schoonvader van Prinses Diana.

De 15 miljoen toeristen die jaarlijks Harrods bezoeken, zullen het niet hoeven doen zonder zijn sentimentele monumenten voor Dodi en Diana – één bij „deur drie”, van een dansende Dodi en Diana die een albatros loslaten, en één aan de voet van de Egyptische roltrap. De nieuwe eigenaar, Qatar Holding, die Al-Fayed deze maand 1,5 miljard pond (1,7 miljard euro) betaalde voor het eigendom van Harrods, heeft beloofd deze gedenktekens „uit respect” intact te zullen laten. Maar van Al-Fayeds belofte dat hij zich gemummificeerd zal laten tentoonstellen in een glazen piramide aan de top van de Egyptische roltrap, „zodat mijn klanten mij altijd zullen kunnen zien”, zal het niet komen. In plaats daarvan moet hij genoegen nemen met een erebaantje: hij mag nog wel grandioos rondlopen en in mengelmoes-Engels de klanten aanspreken. Maar over Harrods heeft hij niets meer te zeggen.

Pretenties heeft Al-Fayed altijd gehad. De zoon van een schoolmeester in een arme wijk van Alexandrië, de tweede stad van Egypte, klauwde zich omhoog naar de status van business tycoon door aangeboren zakelijk inzicht en met behulp van het kapitaal van de toenmalige Sultan van Brunei. Met zijn broer Ali kocht hij in 1979 eerst het Ritz Hotel in Parijs. Toen liet hij zijn oog vallen op Harrods.

’s Werelds beroemdste warenhuis was toen al een object van begeerte voor de half-Duitse, half-Engelse Tiny Rowland, eigenaar van de multinational Lonrho, een mijnbedrijf dat rijkdommen had vergaard in Afrika. Rowland, destijds onder meer eigenaar van de zondagskrant The Observer, besteedde naar verluidt 20 miljoen pond aan een campagne om Al-Fayed aan de kaak te stellen, nadat die Harrods in 1985 met list en bedrog aan hem wist te ontfutselen.

De Egyptenaar bleek inderdaad een opschepper. Het ministerie van economie deed een onderzoek naar zijn achtergronden toen het al te laat was en publiceerde in 1990 een rapport: de Al-Fayeds hadden over alles gelogen – over hun vermogen, over hun zogenaamde Britse achtergrond en over hun zogenaamde sjieke afkomst van rijke Egyptische voorouders. Het sjieke ,,Al’’ dat Mohamed en zijn broer vooraf lieten gaan aan Fayed, was ook al een verzinsel. „Wij zijn ervan overtuigd dat het imago dat zij creëerden volstrekt gefingeerd was”, schreven de inspecteurs. Het is de enige keer dat The Observer midden in de week verscheen: de wraak van Tiny.

Het is sindsdien nooit meer goedgekomen tussen de eigenaar van Harrods en het Britse establishment. Mohamed, meer dan zijn broer Ali, werd sociaal en zakelijk een onwenselijke figuur geacht. Ali kreeg wel een Brits paspoort, Mohamed bij herhaling niet. Spugend van kwaadheid – fucking dit en fucking dat – vervloekte hij de heersende klasse die hem goedkeuring onthield en hem zo vernederend links liet liggen. Hij kocht een kasteel in Schotland en hing daar, in kilt, de landheer uit.

En in Engeland nam hij wraak: eerst door Conservatieve politici te overladen met cadeautjes (gratis verblijf in het Ritz in Parijs), vervolgens door ze aan de kaak te stellen als mensen die voor „een bruine enveloppe met bankbiljetten” te koop waren. Carrières sneuvelden, staatssecretaris Jonathan Aitken kwam in de gevangenis terecht. En het was Mohamed al-Fayed die de bonnetjes verstrekte, waaruit bleek dat de bewindsman simultaan met Saoedi Arabische wapenhandelaren in het Ritz-hotel had verbleven.

De romance tussen zijn zoon Dodi en de net gescheiden prinses Diana kwam voor hem dus als een godsgeschenk. En toen die eindigde door het auto-ongeluk in Parijs – zijn Ritz-auto, zijn Ritz-chauffeur – was het vanuit zijn visie begrijpelijk dat hij datzelfde Britse establishment zag als de moordenaars. Prins Philip, Prins Charles, ze hadden er alles aan gedaan om te voorkomen dat een (gekleurde) moslim zou trouwen met de (blanke) moeder van de toekomstige Britse koning.

Toen hij in een van de vele door hem aangespannen gedingen Prins Philip als leugenaar bestempelde, nam het paleis Harrods de drievoudige status van hofleverancier af. Voor die tijd al had prins Philip laten vallen dat hij zijn kostuums daar al lang niet meer kocht. En de Koningin, die gezien wilde worden als zuinig, bestelde mince pies voor het Kerstpakket voortaan bij Tesco.

De Qatari’s hopen op betere tijden, maar met dat dansende paar en die albatros in de hal van Harrods- weinig kans.