tijdschrift

De Parelduiker 1/2. Bas Lubberhuizen, 155 blz. €17,50

Voordat Stefan Brijs furore maakte als romanschrijver, was hij een meer dan toegewijd fan. Hij schreef brieven aan zijn idool, herlas de brieven die zijn idool terugstuurde ‘honderden keren’ en wilde dezelfde genres boeken schrijven als zijn afgod. Jeroen Brouwers, want over hem hebben we het, was voor Brijs ‘in alles een voorbeeld’. Op een foto zien we de nog jonge Brijs vlak na de publicatie van zijn debuut aan een restauranttafel samen met een rokende Jeroen Brouwers.

Missie voltooid.

Een achttienjarige Christophe Vekeman liep zelfs met het idee rond om in geval van ‘de dringendste psychische nood [...] ‘niet zomaar even bij Jeroen Brouwers aan te bellen, maar meteen, zonder veel boe of bah, bij hem te gaan wonen.’

Brouwers, die de afgelopen tijd mede vanwege zijn rel met voormalig cultuurminister Plasterk veelvuldig in het nieuws was, is twee weken geleden, op 30 april, 70 geworden. Reden voor zijn uitgever om enkele hoogtepunten uit zijn oeuvre opnieuw uit te brengen, en reden voor het altijd bijzonder goed verzorgde De Parelduiker om een nummer aan hem te wijden. Naast de stukken van Vekeman en Brijs is er een interview van Johan Vandenbroucke met de meester zelf over zijn polemische werk. Brouwers biecht lachend over zijn vernietigende stukken op: ‘Je moet een slecht karakter hebben als je zoiets doet.’ In de andere stukken klinkt een plechtig ontzag en bewondering voor Brouwers door. Zoals Vekeman het in zijn bijdrage stelt: ‘hoe groter de schrijver, hoe groter zijn fans’. Van Brouwers’ eigen hand is er ‘Plasterk in plakjes’, een toetje bij het vorig jaar verschenen schotschrift Sisyphus’ bakens.

Zal Plasterk Jeroen Brouwers nog eens terug gaan schrijven, nu hij geen werk meer heeft?