Ter info: u gaat een misdaad plegen

In 2025 is misdaadpreventie op basis van sociale, psychologische profielen aan de orde van de dag, vermoedt Mariëtte Baarda. Deel 13 in een serie.

In het essay Brave New World Revisited uit 1959 gaat Aldous Huxley na in hoeverre de toekomstverwachtingen uit Brave New World – zijn beroemde roman uit 1932 – daadwerkelijk zijn uitgekomen. Hoewel hij niet ontevreden is over zijn voorspellende vermogens, moet hij erkennen dat hij iets belangrijks over het hoofd had gezien, namelijk de televisie en de daaruit voortvloeiende beeldcultuur.

Facebook en Twitter komen in sciencefictionfilms niet voor. Star Trek-fans zullen nu misschien protesteren en erop wijzen dat in de serie uit de jaren zestig iets voorkomt dat op een mobiele telefoon lijkt, maar eigenlijk gaat het om een geavanceerdere versie van een al bestaande uitvinding. De bedenker van de serie had de sociale effecten van digitale netwerken flink onderschat; ik wil een Hyvesprofiel van Captain Kirk zien voordat ik de visionaire kracht van scenarioschrijver Gene Roddenberry erken.

Wat fascineert aan het sciencefictiongenre is dat de verhaallijnen vooral iets zeggen over de tijd waarin het stuk geschreven is. Zo vertaalde in de jaren vijftig de angst voor het communisme of de atoombom zich in verhalen waarin mensen door straling veranderden in bromvliegen of wraakzuchtige reuzinnen. Dit soort films heeft nu iets koddigs, vooral als marsmannetjes koers zetten naar verlaten Amerikaanse buitenwijken in plaats van het Pentagon te bestormen. Eigenlijk maakt het in de meeste verhalen niet zoveel uit of de vijand een Romein is of een Klingon uit Star Trek. De decors zijn er alleen om het verhaal aan te kleden.

Een gemiste kans. Het contact met buitenaardse beschavingen zou op z’n minst een ingrijpende verandering in het mensbeeld tot gevolg moeten hebben. Waarschijnlijk zullen er in de toekomst thema’s en dilemma’s spelen die we ons nu totaal niet kunnen voorstellen.

Een film als Minority Report (Steven Spielberg, 2002) gaat wel in op de sociale en ethische gevolgen van geavanceerde technologie. In het verhaal komt een speciale pre-crime politie voor die boeven in de kraag vat nog voordat ze hun misdaad kunnen plegen. Sciencefiction? Vorig jaar kocht IBM een bedrijf op dat statistische software ontwikkelde dat recidive voorspelt op basis van sociale en psychologische profielen van first offenders. In Florida wordt druk geëxperimenteerd met op maat gesneden therapieën voor jonge delinquenten door middel van soortgelijke programma’s. Is dat vooruitgang?

Iets wat eind jaren zeventig een obscure trend leek, het verklaren van criminaliteit vanuit biologisch perspectief, is inmiddels uitgegroeid tot harde wetenschap. Na de rehabilitatie van grondlegger Buikhuisen volgt justitie met argusogen de voortschrijdende techniek met betrekking tot misdaadpreventie. We weten intussen dat ons gedrag in belangrijke mate gereguleerd wordt door een orgaantje in de hersenen, de amygdala. Bij gezonde mensen waarschuwt het bij potentieel gevaar, maar als het niet goed werkt kunnen gevoelens als spijt, empathie en schaamte zich niet ontwikkelen en verdwijnt het vermogen om te leren van voorgaande ervaringen. Ineens begrijp je waarom sommige mensen niet reageren op wat voor behandeling dan ook, en eindeloos recidiveren. Hoe humaan is detentie als misdaad het gevolg is van een neurologische aandoening?

De vraag is hoe de toenemende inzichten in het ontstaan van criminaliteit en de voortschrijdende techniek het detentielandschap van 2025 zullen hebben veranderd. Zal gedragstherapie hebben plaatsgemaakt voor neurostimulatie, zoals dat nu al gebeurt bij bijvoorbeeld parkinsonpatiënten en mensen met een dwangstoornis? In Brave New World zijn gevangenissen niet meer nodig. De burgers bevinden zich in een permanente en gelukzalige roes, al hebben ze daarvoor wel de vrije wil moeten opofferen.

Huxley had het belang van televisie misschien onderschat, maar zijn ideeën over de teloorgang van de vrije wil zouden wel eens visionair kunnen blijken.

Mariëtte Baarda is publicist, o.a. in de Groene Amsterdammer. In 2008 won zij de Hans Baaij-essayprijs, een essaywedstrijd over de beeldende kunst van Rotterdam.