Strafhof hoort slachtoffers Kenia

Het Internationale Strafhof wil de daders berechten van het verkiezingsgeweld in 2007 .Maar veel Kenianen vrezen wraak als ze persoonlijk getuigen.

Koert Lindijer

Eric Kioki (28) bedelt bij zijn vrienden in de sloppenwijk Mathare in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. „Ocampo is een held in Kenia, maar mijn leven is kapot sinds het geweld na de verkiezingen van eind 2007”, zegt hij, „de aanklager van het Internationale Strafhof kan me daarbij niet helpen.” Kioki verloor bij het geweld zijn arm.

Zijn grootmoeder Monica Waitheka (68) deelt met tien (klein-)kinderen een smoezelig hok van golfplaten. Haar woning is verbrand. „De hel van de verkiezingen is voor ons nooit geëindigd”, klaagt ze. „De blinkende hakmessen, de haat in ogen, de afgehakte arm van Eric, de beelden achtervolgen me. Laat Ocampo de daders meenemen naar Den Haag.”

Luis Moreno Ocampo is een gevierd man bij de gewone Keniaan. Zijn beeltenis pronkt op busjes in het openbaar vervoer. „Wees niet vaag, ga naar Den Haag”, zeggen de meeste Kenianen, volgens opiniepeilingen. Ze hebben geen vertrouwen meer in de Keniaanse rechtsstaat. Zij willen dat het Strafhof de wetteloosheid in Kenia beëindigt en de daders van het verkiezingsgeweld berecht. Daarbij kwamen ongeveer 1.500 mensen om, een half miljoen mensen raakte ontheemd. In Mathare gingen honderden krotten in vlammen op, zoals die van Eric en Monica.

Maar wie zijn de daders? En wie van hen moet Ocampo vervolgen? Zoals vaak bij bloedbaden in Afrika voerde een massa daders aanvallen uit op een massa slachtoffers. „Ik zie nog dagelijks daders lopen in Mathare”, vertelt oma Monica, „maar de aanvoerders zie je nooit. Politici deelden hier geld uit bij de verkiezingen.” Ze murmelt wat over de stammen de Luo en Kalenjin die je nooit kunt vertrouwen. Zij is zelf Kikuyu. Politieke strijd leidde tot tribale fricties en die spanningen duren voort in Mathare.

Ook bij Eric is het wantrouwen tegen ‘de andere stam’ niet gesleten. „Het waren Luo-schurken die mijn huis in brand staken en mij wilden onthoofden”, vertelt hij over de nacht van de uitslagen. „Ik beschermde mijn nek met mijn arm. Ik zie mijn arm nog op de grond vallen, met mijn horloge er nog aan.” Kan Ocampo hem gerechtheid brengen? Eric wuift die gedachte weg. „Mijn zaak is zo onbelangrijk, zo veel mensen werden invalide, zo veel vrouwen werden verkracht. Ik zou alleen een steuntje in de rug willen om mijn leven te kunnen hervatten.”

Monica legt haar arm op de schouder van haar kleinzoon. „Laat Ocampo politici afvoeren naar de cellen in Den Haag, als afschrikking voor andere machthebbers in Afrika. Om ze te tonen dat je niet straffeloos arme Afrikanen tegen elkaar kan opzetten.”

Dat is ook de boodschap van Ocampo, die gisteren een vijfdaags bezoek aan Kenia afsloot. De aanklager heeft het voorkomen van nieuw geweld bij de volgende verkiezingen, in 2012, nadrukkelijk als het achterliggende doel van zijn werk in Kenia bestempeld. De afgelopen dagen verrichtte hij nog geen onderzoek, maar ontmoette hij slachtoffers en bereidde zo Kenia voor op de verwachte processen. „Kenia hijst de rode vlag”, aldus Ocampo, „als je misdaden begaat, ga je naar Den Haag.” Ocampo wil vóór het einde van het jaar twee zaken beginnen tegen zes, nog onbekende verdachten.

Ocampo mag niet de schijn wekken partij te kiezen in het Keniaanse machtsspel. Bij gebrek aan verzoening tussen stammen en politici kunnen zijn aanklachten nieuw geweld juist in de hand werken. Hij zal proberen uit ieder politiek kamp een verdachte aan te klagen, een tribale leider of zakenleider van de Kikuyu en van de Luo of Kalenjin, en twee aanvoerders van de ordetroepen. Eenderde van de dodelijke slachtoffers tijdens de rellen overleed door politiehanden, de rest door burgermilities.

Ocampo heeft ook tegenstanders in Kenia. De afgelopen weken zijn getuigen en slachtoffers ondergedoken of gevlucht na bedreigingen door verdachten. „Wat gebeurt er met mijn vrouw en kinderen als ik naar Ocampo stap”, wil Eric weten. „Ik vrees wraak”, zegt Eric, „en daar kan Ocampo mij niet tegen beschermen”.