Standpunten gebeiteld als psalmen in de ziel

De SGP is consistent in haar blik op de samenleving.

Zijn er goede redenen om op deze partij te stemmen? Deel 3 van een serie.

Al geloven SGP’ers in een bovennatuurlijke macht, van zweven houden ze niet. Bij de Staatkundig Gereformeerde Partij zijn ze van stevige taal en dito handdrukken. De standpunten hechten zich in de hoofden van de achterban zoals psalmen zich beitelen in de zielen die de ruggegraat vormen van deze orthodoxe protestantse partij.

Zwevende kiezers binnenhalen is ook niet de grootste kracht van de partij. Tegelijkertijd kunnen flexstemmers natuurlijk wel houden van stabiliteit in de politiek, hoe gelovig, ongelovig, weifelend of instabiel ze verder ook zijn. En voor hen is de SGP geen verkeerde keuze, want van zigzaggen kun je de kleine en oudste partij van Nederland niet betichten. Gods wetten bieden houvast en „een moreel fundament”, zoals te lezen valt in het verkiezingsprogramma.

De blik op de samenleving is opvallend consistent sinds 1918, het oprichtingsjaar van de partij. De SGP komt daardoor wel steeds meer alleen te staan, want de samenleving veranderde intussen wel. Tot het begin van deze eeuw trok de partij vaak op met GPV en RPF, de partijen die opgingen in de ChristenUnie. Die samenwerking stopte toen Tineke Huizinga namens die partij in de Tweede Kamer kwam. De SGP meent dat de Bijbel duidelijk maakt dat voor vrouwen geen plaats is in de politiek.

Ook op andere punten verwijt de SGP de ChristenUnie te veel rekkelijkheid. Op het tienjarig feestjubileum van de ChristenUnie bood SGP-leider Bas van der Vlies ze een fles wijn aan. „En doe er niet te veel water bij”, zei hij schalks. „Dan is-ie niet meer lekker.”

Want de ChristenUnie is de SGP’ers te links geworden. Maakt dat de SGP tot bondgenoot van andere rechtse partijen, als VVD, Trots en PVV? Nee. In hun afkeer van de vermeende islamisering van Nederland steken die partijen de loftrompet over recente, Nederlandse ‘verworvenheden’ die de SGP juist met afgrijzen vervullen. Zoals het homohuwelijk, de abortus- en euthanasiewetgeving en het verlangen scholen op religieuze grondslag streng te inspecteren. In de afgelopen jaren was misschien het enige puntje waarop PVV en SGP elkaar vonden hun ergernis over het aantal minaretten in het straatbeeld.

Staat de SGP dan echt alleen? Dat vinden SGP’ers zelf wel. Niet alleen in de politiek, maar ook in de samenleving. Het wetenschappelijk instituut van de partij heeft in een onlangs verschenen studie de vergelijking met de christenen in het Romeinse Rijk gemaakt. Zij waren een vervolgde minderheid en leefden „net als wij” in „een cultuur die haaks staat op de Bijbel”. Maar die vroege christenen waren wel zichtbaar. En daar kunnen we een voorbeeld aan nemen, aldus de SGP.

De maatschappelijke eenzaamheid toont zich al geruime tijd op hun congressen. Die worden niet in een grote congreshal gehouden, zoals bij andere partijen, maar sinds het verliezen van de subsidie vanwege het standpunt van de SGP over vrouwen in de politiek houden ze hun partijcongres in de aula van een van hun ‘eigen’ scholen.

En nu die subsidie (voorlopig) is teruggekeerd, zijn ze in die aula blijven zitten. Het geeft een niet-eigentijds beeld, zoals afgelopen maart was te zien: rond de vierhonderd mannen in donkere pakken luisteren en discussiëren met hun twee Kamerleden. Er waren slechts drie vrouwen aanwezig. Die zorgden voor de koffie.

In de politiek van alledag maakt de SGP zich vooral sterk voor zaken als de zondagsrust, de verhoging van de minimumleeftijd voor prostituees en verplichte bemiddeling bij echtscheiding, zeker als er kinderen in het spel zijn. Ook wil de partij de euthanasie- en abortuswetgeving terugdraaien.

Voert de partij veel interne discussie over die standpunten? Niet echt. Tweespalt hoort niet bij de partij. Enkele maanden geleden werd een opiniepeiling gehouden onder SGP’ers, onder meer naar het vertrouwen in de leiding. Zo’n 90 procent had het meeste vertrouwen in de toenmalige nummer één: Bas van der Vlies. Enige tijd later werd besloten dat Kees van der Staaij, de nummer twee, Bas van der Vlies zou opvolgen als nummer één. Opnieuw werd het vertrouwen onder de leden gepeild. Nu bleek Van der Staaij het meeste vertrouwen te genieten, opnieuw een score van bijna 90 procent.

Over het doel bestaat ook geen discussie. „Bijbels genormeerde politiek”, noemde Van der Vlies het tijdens het negentigjarig jubileum. „God regeert”, zei Van der Staaij op het congres in maart.

Dat doel staat ver van het huidige beleid in Nederland, al was het maar omdat nog slechts een klein deel van Nederland wekelijks naar een protestantse kerkdienst gaat. Dus zit de SGP noodgedwongen in de oppositie. Toch willen ze geen ‘oppositiepartij’ worden genoemd. Wel: ‘niet-regeringspartij’. Omdat ze altijd ‘constructief meedenken’, zoals Van der Vlies het noemt. Maar hoe lukt dat als je hecht aan de eigen principes?

Dat laat de partij op lokaal niveau zien, in gemeentes waar ze er electoraal echt toe doen, zoals Sliedrecht, Woensdrecht en Elburg. Al strijdt de partij tegen fenomenen van „deze opgefokte tijd” (Van der Vlies), toch blijkt ze in deze gemeentes soms bijzonder pragmatisch. Zoals bij een gedoogbeleid jegens de zogenoemde ‘zuipketen’, jongerenhonken waar de drank rijkelijk vloeit.

De flexstemmer die van stabiliteit houdt, kan natuurlijk bang zijn dat een stem op de SGP is weggegooid. Een gerede angst, de partij staat immers langs de zijlijn. Maar niet gevreesd, de SGP kan het middelpunt van het Nederlandse politieke spectrum wel degelijk opzij trekken, zeker met kiezerswinst. De ChristenUnie trekt onder invloed van evangelisch gedreven christenen steeds verder naar links en de C in het CDA stelt niet veel meer voor: dat verkiezingsprogramma spreekt al niet eens meer over abortus en euthanasie. Zoals scheidend Kamerlid voor het CDA Eddy Bilder zegt: „Ik vraag me al langer af wanneer mijn kerkgenoten die nu CU en CDA stemmen, begrijpen dat ze eigenlijk bij de SGP horen.”

Deze serie belicht de komende weken de politieke partijen in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni. Van de serie is ook een boekje gemaakt: ‘Verkiezingswijzer’ door Joost Oranje e.a., 128 blz. 9,95 euro