Sjoel kijkt uit op crematorium

Waar winden stedelingen zich over op? In Amsterdam wil een begraafplaats vlak naast een nieuwe synagoge een klein crematorium bouwen.

Een netelige kwestie. Aan de rand van de begraafplaats Zorgvlied verrijst dezer dagen een nieuwe synagoge voor de Liberaal Joodse Gemeente van Amsterdam. Over drie maanden wordt de sjoel ingewijd. Wat de gelovigen bij het begin van de bouw niet wisten, is dat de buren van Zorgvlied in Amsterdam Zuid binnenkort willen beginnen met de bouw van een verbrandingsoven op een kleine vierhonderd meter afstand. „Een uiterst onverkwikkelijke situatie”, zegt rabbijn Menno ten Brink, wiens toekomstige kantoor in de sjoel uitkijkt op de begraafplaats. „Als je op zo’n pijp zit te kijken, is dat verschrikkelijk en eigenlijk onacceptabel. Er zijn in de oorlog miljoenen mensen door zo’n pijp heengegaan. Dit ligt heel gevoelig.”

Veel van de tweeduizend leden tellende joodse gemeente zijn „geschokt” door het vooruitzicht straks in de directe omgeving van zo’n verbrandingsoven naar de synagoge te moeten gaan, vertelt voorzitter Ron van der Wieken van het bestuur van de Liberaal Joodse Gemeente. „We schrokken ervan. Heel veel leden van onze gemeente zijn in een crematorium aan hun einde gekomen en enkelen zijn er ternauwernood aan ontsnapt. Het is een wrange gril van het lot dat wij hier nu weer mee worden geconfronteerd. Ik wil dat het crematorium er niet komt. Maar als het echt niet anders kan, zet het dan op een andere plaats, of onttrek het in elk geval van begin af aan aan het zicht door hoge bomen. Ik hoop dat we er in goed overleg uitkomen.”

We staan op het dak van de zestien meter hoge synagoge in aanbouw. Het gebouw herbergt niet alleen een sjoel voor ruim achthonderd bezoekers, maar ook onderwijslokalen, ontmoetingsruimten, een bibliotheek en kantoren. De synagoge zou nog een verdieping hoger zijn geweest, als omwonenden niet hadden geklaagd over de kans dat zij minder zonlicht zouden krijgen.

Op luttele meters afstand, aan de overkant van een wetering, zijn de eerste graven te zien van Zorgvlied. In de verte glinsteren de bladeren van een groepje populieren. Daar komt straks het crematorion, een variant op het doorsnee crematorium. Het wordt een klein vierkant gebouwtje met een zestien meter hoge zuil van tentdoek. Directeur Arpad Nesvadba van Zorgvlied: „Veel mensen klagen over de kille, efficiënte sfeer in een crematorium. Wij bouwen daarom een eenvoudige verbrandingsoven waar nabestaanden de overledene zelf naartoe kunnen rijden. Om esthetische redenen wordt het gebouwtje overkapt met een toren die de opgaande lijn naar de hemel symboliseert. De toren wordt niet gebouwd om een schoorsteen te camoufleren. Er is geen sprake van dat de omgeving iets ruikt of rookpluimen ziet. Die tijd is voorbij. Het enige wat je ziet is waterdamp. Om het verschil met huidige crematoria aan te geven, hebben wij de naam crematorion verzonnen.”

De Liberaal Joodse Gemeente betwijfelt of er in Amsterdam behoefte is aan meer verbrandingscapaciteit, nu de markt iets krimpt en in de omgeving meer crematoria zijn of worden gebouwd. „Er is behoorlijk veel capaciteit”, zegt rabbijn Ten Brink.

Zorgvlied denkt daar anders over. Met een elektrisch fluisterkarretje rijdt directeur Nesvadba over zijn begraafplaats naar de beoogde locatie. Hij zegt: „In Amsterdam laat 70 procent van de overledenen zich cremeren. De vraag naar crematies groeit, zeker op wat langere termijn als de vergrijzing ook hier in Amsterdam op haar hoogtepunt is. We willen onze klanten van dienst zijn. Dit is belangrijk voor ons.”

De directeur houdt halt bij de ruisende populieren ter hoogte van de verbrandingsoven die eind volgend jaar klaar moet zijn. De bomen drukken met hun ritselende bladeren het verkeerslawaai van de A10 naar de achtergrond. „Dit is de enige beschikbare plaats voor het crematorion”, zegt hij. Aan de rand van de begraafplaats. Op honderd meter afstand van een woning. En straks aan het zicht vanuit de synagoge onttrokken door een „gordijn” van groene bomen. Niet alleen naast de verbrandingsoven zelf, maar ook langs de rand van een nieuw aan te leggen mausoleum dichterbij de synagoge. En als dat allemaal nog niet genoeg is, bijvoorbeeld in de wintermaanden als het bladgroen is verdwenen, dan zou de joodse gemeente misschien ook zelf enkele maatregelen kunnen nemen, suggereert hij. „Misschien zou men schermen voor de eigen ramen kunnen aanbrengen. Er zijn kunstenaars die daar iets heel fraais van kunnen maken.”

De joodse gemeente lijkt voor dat laatste niet te porren. Voorzitter Ron van der Wieken heeft zich onlangs voor steun tot de politiek gewend. Het stadsdeel Zuid ziet vooralsnog geen reden om de bouwvergunning voor het crematorion te weigeren. „Het bestemmingsplan staat geen afweging toe”, zegt stadsdeelwethouder Egbert de Vries (PvdA). „Maar wij begrijpen de gevoelens van de joodse gemeente zeer goed en we zijn zeker bereid ons in te spannen voor een oplossing.” Ook de fractievoorzitter van de grootste partij in de deelraad, VVD’er Jeroen van Wijngaarden, vindt dat er op enige manier rekening moet worden gehouden met de gevoelens van de Liberaal Joodse Gemeente. „We moeten deze kwestie op barmhartige wijze regelen.”