Procedureel met af en toe een plaagstootje

Debatexperts Duursma en Vlam bespreken in de aanloop naar de verkiezingen de debatstijl van lijsttrekkers.

Deze week in de serie: André Rouvoet (ChristenUnie).

Als debater André Rouvoet een bokser was geweest, dan zouden er vele overwinningen op zijn erelijst prijken zonder dat hij ooit een tegenstander knock-out zou hebben geslagen. De leider van de ChristenUnie lijkt ongrijpbaar voor zijn tegenstanders: behendig houdt hij hen op afstand en behoedzaam verplaatst hij zich door de ring.

Rouvoet weet zich op een elegante manier te redden uit lastige situaties. Zoals in het spoeddebat voorafgaand aan de val van het kabinet, waarin zijn collega’s Bos en Balkenende tegenstrijdige boodschappen verkondigden. Als Kamerlid profileerde Rouvoet zich geregeld als het staatsrechtelijk geweten van de Kamer, en tijdens het debat probeerde Mark Rutte hem dan ook uit te tent te lokken door hem te vragen naar zijn oordeel over de gang van zaken. Het stoïcijnse antwoord van Rouvoet: „Als de heer Rutte mij aanspreekt op mijn voorliefde voor staatsrecht, zal hij ook begrijpen dat het niet tot de taken van een minister wordt gerekend om collega’s te jureren of te becommentariëren.” Het was meer dan een formeel antwoord, want hij gaf er subtiel mee aan dat ook Balkenende en Bos zich niet kritisch over de ander zouden moeten uitlaten. En de aanval van Rutte was eenvoudig afgeslagen.

Ook persoonlijke aanvallen weet hij eenvoudig te pareren met procedurele argumentatie. In een Kamerdebat over het elektronisch kinddossier maakte VVD-Kamerlid Dezentjé het wel erg persoonlijk. Zij vroeg zich af „hoe de kleine André Rouvoet het zou vinden als er gedurende zijn hele leven in zijn dossier te vinden was dat hij krullend schaamhaar rond de penis heeft in de kleur lichtbruin?”

Zonder blikken of blozen antwoordde Rouvoet direct dat hij de vraag of gegevens over schaamhaar moeten worden bijgehouden, een overweging is die hij aan artsen wil overlaten.

Toch schuwt hij ook zelf slimme trucs niet. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, was het niet Bos maar Rouvoet die de bekende truc van de drie voorbeelden introduceerde . Twee dagen voor het referendum over een Europese Grondwet trof hij Maxime Verhagen in een een-op-eendebat. „Kunt u nou eens drie terreinen noemen waarop deze Grondwet bevoegdheden verplaatst van Brussel naar Den Haag?” zo vroeg hij Verhagen. De CDA-leider ontweek de vraag. „Twee voorbeelden dan?” En even later: „Noemt u één voorbeeld dan, één voorbeeld.”

Ook bij partijbijeenkomsten kan hij fel uit de hoek komen. Zo haalde hij onlangs hard uit naar de VVD. Hij verweet de partij „een omgekeerde Robin Hood-benadering” door de hoogste inkomens buiten schot te laten en de laagste inkomens „wel te pakken”. Dergelijke populistische uitspraken doet de vrome Rouvoet doorgaans enkel in verkiezingstijd, waardoor ze extra aandacht krijgen in de media.

Zijn serieuze en degelijke imago ten spijt, komt de CU-lijsttrekker tijdens debatten en toespraken vaak geestig uit de hoek. Voor politici is dat een krachtig wapen: mensen die ons aan het lachen maken, vinden we sympathiek. Tijdens het meest recente partijcongres van de ChristenUnie vertelde hij dat hij zich had aangemeld op Twitter. Hij kreeg al snel een bericht terug: „Op naar de 10 zetels, met minder neem ik geen genoegen.” Met een ontwapenende glimlach vervolgde Rouvoet: „Hij maakte zich bekend als een VVD-stemmer en hij heette Mark.” Na wat gelach zei hij streng: „Nee, niet die.”

Zulke plaagstootjes lijken wellicht onschuldig, maar in de politieke boksring is elke klap belangrijk. André Rouvoet beseft dat als geen ander.

Lars Duursma en Victor Vlam coachen topmanagers en politici en trainen gemeenteraden voor trainingsbureau Debatrix

Volgende week: hoe debatteert Emile Roemer?