Oud landingssysteem niet per se gevaarlijk

Moderne vliegtuigen kunnen landen met GPS-systemen aan boord, om oudere apparatuur op de grond te compenseren. Dan moet er wel informatie zijn over obstakels.

Tripoli International Airport heeft internationaal geen slechte reputatie, wel tekortkomingen. Het vliegveld beschikt op één landingsbaan over moderne navigatieapparatuur voor landingen, en werkt verder met oudere systemen, die overigens wereldwijd nog op veel plaatsen in gebruik zijn.

Volgens deskundige Benno Baksteen is het niet ongebruikelijk dat vliegvelden de dure en onderhoudsgevoelige moderne systemen alleen installeren op de meestgebruikte landingsbanen. Het enige nadeel van de oudere systemen is volgens hem dat ze wat minder nauwkeurig zijn, zodat piloten op wat grotere hoogte de landingsbaan met eigen ogen moeten kunnen zien. Voor de landingsbaan 09, waarbij de Airbus neerstortte, is die hoogte bepaald op 620 voet. Is de landingsbaan dan nog niet zichtbaar, dan moet een nieuwe landingspoging worden gedaan.

Piloten zien een landing met oudere systemen volgens Baksteen niet als een riskant of extra spannend. „De meesten zullen zeggen: leuk om zoiets weer te vliegen.”

De lagere nauwkeurigheid de oudere navigatiesystemen kan in moderne vliegtuigen gecompenseerd worden met GPS-systemen aan boord. Daarmee kunnen piloten exact hun positie bepalen. Volgens een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers is die apparatuur zo goed, dat het eigenlijk niet meer uitmaakt welk navigatiesysteem een vliegveld heeft. De GPS-apparatuur bestaat sinds tien à vijftien jaar en is bij nieuwe vliegtuigen, zoals de verongelukte Airbus, volledig geïntegreerd in het ontwerp.

Maar volgens een medewerker van Afriqiyah Airways, die anoniem wil blijven, kunnen piloten deze apparatuur op de luchthaven van Tripoli niet gebruiken. „Het is verboden omdat de luchthaven er niet de techniek voor heeft.” De medewerker noemt dit „heel, heel slecht”. De Libische autoriteiten waren niet bereikbaar voor commentaar.

Volgens Benno Baksteen kunnen de GPS-systemen inderdaad niet bij alle vliegvelden gebruikt worden. Om dit te kunnen doen moet een landingsprocedure worden ontworpen, die wordt opgeslagen in de boordcomputers. „Die moet rekening houden met mogelijke obstakels op de grond. Je moet weten of je die bij de landing mist en of je weer veilig weg kunt als je toch niet op tijd zicht krijgt op de baan. Nationale overheden moeten die gegevens verstrekken.” De procedures zijn volgens hem op steeds meer vliegvelden beschikbaar.

Of overheden hun medewerking verlenen hangt volgens Baksteen vooral af van praktische overwegingen. „Het is een investering in tijd en geld. Er moet een noodzaak voor zijn.”

Een Nederlandse piloot die ongeveer een half jaar geleden voor het laatst op Tripoli vloog, heeft goede ervaringen met het vliegveld. „Een precisielanding als op Schiphol is er niet mogelijk, maar dat wil niet zeggen dat het er dus onveilig is. Lufthansa vliegt op Tripoli, British Airways vliegt erop. Alleen als er wolken zijn of een zandstorm kan het landen moeilijker worden.” Zelf heeft hij de luchthaven alleen meegemaakt bij helder weer. Hij ontving er nooit verkeerde navigatiesignalen en zegt dat de verkeersleiding betrouwbaar leek.

De medewerker van Afriqiyah Airways spreekt dat laatste tegen. „Ze zijn zeer slecht opgeleid.”