Opera Wake troost bij rampen

Opera Wake van Klaas de Vries en David Mitchell door de Nationale Reisopera en Orkest van het Oosten o.l.v. Reinbert de Leeuw. Decor en kostuums; Conor Murphy; regie; Stephen Langridge. Gezien: 13/5 Nationaal Muziekkwartier Enschede. Herh. aldaar: t/m 18/5; tournee: 20/5 t/m 15/6. Inl.: reisopera.nl Radio 4: 15/5 19 uur ****

De opera Wake werd gisteren voor het eerst in Enschede uitgevoerd als onderdeel van de herdenking van de vuurwerkramp van tien jaar geleden. Eerder deze week werd het onderzoek naar de oorzaak van die ramp heropend. De opera van de poëtische librettist David Mitchell en componist Klaas de Vries gaat overigens niet over de vuurwerkramp, maar over elke ramp. En dus ook over de vliegramp in Tripoli.

Rampen blijven gebeuren en blijven ons bij, voor de nabestaanden komt de ramp, plotseling en onaangekondigd. Wake gaat over de broosheid des levens. Zoals Psalm 90 zegt: ‘Als gras zijn wij, ’s morgens ontkiemt het en ’s avonds is het verdord’. Of in de woorden van Caspar, die net met zijn geliefde Johan belde, „Toen werd de verbinding verbroken. Ik dacht: wat vreemd.” En later, in de slotscène met herinneringen: „Mijn wereld vermorzeld.”

Wake, in het Cultureel Supplement van vorige week uitvoerig beschreven, is geen echte opera, meer een geënsceneerd oratorium waarin slachtoffers en nabestaanden hun verhaal doen. Die verhalen treffen des te meer omdat na een inleidend ‘requiem’ met citaten uit de Klaagliederen, eerst een beeld wordt gegeven van het leven vóór de ramp. Al is het met drie kwartier een te lange en complexe scène, zo worden de slachtoffers en nabestaanden individuen, bekenden van het publiek. Er wordt langs negen levens gezapt op eigentijdse wijze. Het toneelbeeld oogt als een scherm met Windows van Microsoft. Videobeelden op de achtergrond wisselen af met speelscènes op de voorgrond.

Even eigentijds in deze retro-tijd is de muziek van Klaas de Vries, dreigend, scherp en verwrongen, maar soms ook lyrisch en melodieus met allerlei verwijzingen, van Wagner tot Berio. Het Orkest van het Oosten, het operakoor en de solisten voeren alles met grote inzet indrukwekkend uit onder leiding van Reinbert de Leeuw.

Het meest emotionerend en het pijnlijkst zijn de laatste twee bedrijven. Het derde, met een elektronisch geluidsdecor van René Uilenhoet, over het plotse moment van de ramp. En het slotdeel waarin doden alsnog afscheid nemen van de nabestaanden en hen troosten.