Oorlogsherinneringen

De hoogte van mijn leeftijd is van dien aard dat ik mij leeftijdgenoot van de verschillende auteurs van oorlogsherinneringen (Boeken 07.05.10) mag noemen. Mijn oorlogservaringen zijn die van joods ondergedoken kind. Bij de vraag ‘hoe verifieerbaar moeten de verschillende verhalen over jeugdherinneringen m.b.t. WO II zijn?’ dringt zich direct de vraag op: waarom verifieerbaar en voor/door wie? Mijns inziens wordt bij wetenschappelijk onderzoek de verifieerbaarheid, zeg bewijsbaarheid, geleverd doordat de gegeven informatie voor derden is te ‘controleren’ op een zo groot mogelijk waarheidsgehalte. De verhalen van betrokken auteurs echter zijn door hun individualiteit niet te verifiëren.

Het gaat in al die verhalen om individuele ervaringen, opgetekend op een veel later tijdstip, zodat de kans groot is dat niet alle elementen in dat verhaal voor 100 procent kloppen.

Naar mijn mening is dat niet belangrijk. Heel erg ver bezijden de waarheid moet een verhaal over eigen ervaring natuurlijk niet zijn. Onwaarschijnlijkheden moeten niet de overhand krijgen, hoewel men ten aanzien daarvan zelfs geen voorbarige conclusies kan en mag trekken.

Waarom zou verifiëren eigenlijk van belang zijn? Er staat immers niemand terecht, niemand is een verdachte, en er is niemand die de schuld krijgt of er iets aan heeft kunnen doen. Mijns inziens moet elk verhaal van elke betrokken auteur met mededogen gelezen worden. Geen twijfel en geen behoefte om na te gaan of alles wel geheel waar is, maar acceptatie van hetgeen geschreven staat als een ervaring van een individu en niet meer – maar zeker ook niet minder – dan dat.

Fred Cohenno, Westerbork