Mug en Ubu eren erfenis van Verlichting

In het decor van het toneelstuk Ubu staat het schilderij De kleine toren van Babel van Pieter Breughel, naar het Bijbelverhaal over de Babyloniërs die een toren zo hoog als de hemel willen bouwen, maar die op een ochtend wakker worden en allemaal een andere taal spreken, waardoor ze de bouw moeten stilleggen. „Man khodam behesht-o-jahannamam.” „Que?”

De verwijzing naar Babel onderstreept de taalverwarring die regisseur Sebastian Nübling in Ubu heeft verwerkt. Zijn cast, met acteurs van Toneelgroep Amsterdam en Schaubühne Essen, spreekt een komische mengeling van Duits en Nederlands met ook Engels, Frans, Vlaams en Zwitsers erdoor. Zo spelen zij Ubu en trawanten die een democratie omver werpen. Opmerkelijk is dat de meertalige junta elkaar uitstekend begrijpt. Dat wordt anders als Ubu wordt afgezet en voor een internationaal strafhof moet verschijnen. Dan is taal opeens wel een belemmering. De strafzaak ontaardt in een kakofonie van getuigenissen en simultaanvertalingen van tolken.

Ik begrijp niet helemaal wat Nübling hiermee wil zeggen. Zijn stuk gaat over de erfenis van de Verlichting en hoe eenvoudig die erfenis verbrast kan worden. Maar de dictatuur heeft doorgaans een nationalistisch karakter waarin taaleenheid juist een propagandarol speelt. De Verlichting, en de democratie die zij baarde, hebben internationale, zelfs universele pretenties. Een internationaal strafhof is een typische Verlichtingsuitvinding. Waarom kunnen de moordenaars elkaar wel en de handhavers elkaar dan niet verstaan? Misschien bedoelt Nübling: de Verlichting is een precair en moeizaam bouwwerk van rationele taal. Haar vijanden spreken de taal van het gevoel, die veel makkelijker aanslaat. De taal van de repressie is internationaal.

Verlichting is in. De door postmodernen gekritiseerde Eeuw van de Rede (1650-1789) doet weer mee in het politiek debat dankzij de moslimhaters die menen dat onze cultuur beter is dan de ‘hunne’ omdat wij de Verlichting hebben meegemaakt.

Mugmetdegoudentand reageert hier op met Verlichtinglight, spreekbeurttoneel over de Hollandse Verlichting, losjes verpakt in een historische komedie. Populisme en autoritair gedrag worden tegenover de Verlichting geplaatst, maar dan vanuit het achttiende-eeuwse perspectief. Wat we nu willen verdedigen tegen de Ubu’s werd toen op die boeven veroverd. De voorstelling eindigt met een Verdonkvormige politica die met platte retoriek en een goede mediatraining de redelijke politici wegblaast.

Ook de Mug schept een eigen kunsttaal, met archaïsche woorden die ons erop wijzen dat we ons in de achttiende eeuw bevinden, en die door de botsing met de vele anachronismen ook juist het kunstmatige benadrukken. Met verve toont Mug aan dat die revolutie in de nadagen van de Republiek nu nog relevant is. De groep wijst op het belang van de waarden die vanzelfsprekend lijken en zo makkelijk verloren gaan: vrijheid, gelijkheid, recht, de machten in evenwicht. En zelf denken.