Kansen op iets nieuws

Als ze het menen en het hun lukt in het zadel te blijven, kan de nieuwe regering van Groot-Brittannië inderdaad voor een „seismische verschuiving” zorgen, zoals premier Cameron zij aan zij met vicepremier Clegg voorspelde.

Voor buitenstaanders is het referendum over een ander kiesstelsel het meest spectaculair. Conservatieven en Liberaal Democraten willen het daarbij niet laten. Hun financiële en rechtstatelijke plannen zijn ook inspirerend. Het bancaire stelsel wordt aan een hervorming onderworpen. Er komt een groene investeringsbank. De belasting op arbeid wordt aan de onderkant verlaagd, die op kapitaalgoederen verhoogd.

En de burgerlijke vrijheden worden verruimd, variërend van minder cameratoezicht tot een beperking van de opslag van dataverkeer via internet. Vooral deze laatste plannen zijn een breuk met de Labourregering die door haar controlezucht een ‘kindermeisjesstaat’ leek te willen bouwen.

Het geluid van de Lib Dems klinkt hierin duidelijk door. Maar de Tories hebben geen terrein prijsgegeven als het gaat om Europese integratie en vreemdelingenbeleid. Toetreding tot de eurozone is categorisch uitgesloten en immigratie is aan een maximum gebonden. Over de bezuinigingen op het overheidsbudget is alleen afgesproken dat ze een lange termijneffect moeten hebben. Minister Osborne van Financiën, een van de bondgenoten van premier Cameron, houdt alle opties open. Het besluit de ministerssalarissen met 5 procent te korten is daarbij een handige propagandistische zet.

Het zal Labour niet licht vallen hiertegen oppositie te voeren. De regering maakt een einde aan de minst populaire erfenissen van dertien jaar onafgebroken en soms ook rigide machtspolitiek.

De Labourparty is overtroefd. Ze was tactisch opgeschoven naar de Conservatieven, die nu juist een progressiever akkoord dan ooit hebben onderschreven.

Maar dat wil niet zeggen dat het nieuwe kabinet, dat vijf jaar wil regeren en een einde wil maken aan de traditie dat de zittende premier willekeurig verkiezingen kan uitschrijven, net zo duurzaam zal zijn als het regeerakkoord. Onder de partijgenoten van Cameron kan ressentiment groeien tegen de Liberalen. Die waren altijd de politiek culturele vijanden van de Conservatieven maar kunnen nu ineens een onevenredig sterk stempel op de regering zetten.

Dat verzet wordt niet alleen gevoed door inhoudelijke weerstand tegen het regeringsprogramma, maar ook door persoonlijke onmin. De Lib Dems hebben zo’n twintig regeringsposten gekregen die anders aan de Tories waren toebedeeld. Conservatieve carrières zijn in de knop gebroken.

Cameron kan dit compenseren met harde machtspolitiek en door zo min mogelijk rekening te houden met Clegg. Maar dat is slecht voor de sfeer. Mogelijk worden beiden door hun jeugdigheid – de regering wordt gedomineerd door veertigers – behoed voor die terugval in oude reflexen.

Dat zou mooi zijn. Want het regeerakkoord van Tories en Lib Dems heeft de glans van drastische en lang verwachte vernieuwing. Labour biedt nu sowieso geen alternatief.