Ingeslagen schedel + relatieramp

Simone van der Vlugt: Op klaarlichte dag. Anthos, 280 blz. € 19,95

In Simone van der Vlugts succesvolle thrillerdebuut De reünie (2004) werd, net als in latere thrillers, het verhaal geleidelijk opgebouwd. Eerst een uitgebreide kennismaking met leven en werk van de vrouwelijke protagonist, in wier leven gewelddadig zal worden ingegrepen.

In Op klaarlichte dag pakt Van der Vlugt het directer aan: meteen belanden we bij een ingeslagen schedel op de huiskamervloer van een succesvol crimineel gezin. De gewonde is Vincent, een Klaas Bruinsma in spe. De massief ijzeren lamp waarmee hij geslagen werd, werd gehanteerd door zijn vrouw Nathalie, die inmiddels is gevlucht in Vincents Alfa met baby en de inhoud van de kluis. Ze weet maar één ding zeker: Vincent zal haar dit niet vergeven.

Klopt, want die schroeft zijn pistooldemper stevig vast en springt in zijn Porsche, het signaal van het zendertje achterna waarmee Nathalie is uitgerust. Wat volgt is een spannende roadmovie in urgente tegenwoordige tijd over de wegen van Limburg, Duitsland, Zwitserland en Italië – inclusief een goed geschreven kettingbotsing in de Gotthardtunnel – waarbij gewisseld wordt tussen de perspectieven van Vincent, Nathalie en de jonge Roermondse rechercheur Julia Vriens, die niets van Vincent & Nathalie weet, maar wel de lijken treft die in hun kielzog opduiken.

Het ietwat zoete vrouwelijke perspectief uit Van der Vlugts andere thrillers, dat aan critici het woord keukenmeidenroman ontlokt maar lezeressen niet weerhoudt het boek massaal te kopen, is in de Vincent & Nathalie scènes prettig afwezig. Hun beider levensverhaal en karakters worden in de loop van het boek steeds zwarter. Alleen rechercheur Julia kampt met een stomme relatie met de hapklare onbenul Taco en de heimelijke liefde voor collega Sjoerd. Men moet ervan houden, maar Van der Vlugt hanteert dit wat platte relatiedrama niet slechter dan het gevierde Zweedse keukenmeidenthriller-kanon Camilla Läckberg.

Het echte probleem van Op klaarlichte dag is de in te veel thrillers toegepaste constructie om rechercheur en dader in niet-professioneel contact te brengen. Dat is een garantie voor veel complicaties en emoties, maar ook vaak onoverkomelijk onwaarschijnlijk. Het toevallige begraafplaats-rendez-vous van Julia Vriens en Nathalie is zo volstrekt ondenkbaar dat ze net zo goed allebei ook nog de Staatsloterij hadden kunnen winnen.

Na deze deus ex machina-truc wordt het verhaal ook minder solide en vertoont het zelfs een enkele logische fout, hoewel het tot het einde toe onverwachte wendingen neemt. Bij de explosieve finale overheerst het gevoel dat ons hier een beter boek ontglipt is. Ook rijst de vraag waarom Van der Vlugt zo voorzichtig schrijft; alles wordt expliciet uitgelegd en maatschappelijke onderwerpen worden heel correct behandeld, alsof het niet netjes is om in een boek waarin vier schedels worden versplinterd iemand voor het hoofd te stoten.