Ik viel op moordballades

Topmodel en popzangeres Karen Elson bracht met haar man, zanger en gitarist Jack White, het album ‘The Ghost Who Walks’ uit. „Muziek die er toe doet, mag best donker en verontrustend zijn”, zegt Elson. „Dit album is het product van mijn morbide geest.”

Op school werd ze gepest om haar bleke huid en peenrode haar. „Je ziet eruit als een geest”, riepen kinderen haar na. De wraak van Karen Elson is zoet. Het tengere meisje uit Oldham, een voorstad van het Engelse Manchester, werd topmodel in campagnes voor modehuizen als Gaultier, Versace, Chanel en Dior. Ze verscheen op de cover van Vogue en trouwde met een rockster. The Ghost Who Walks, heet het album waarop ze haar niet geringe muziektalent openbaart. Echtgenoot Jack White, zanger en gitarist van The White Stripes, produceerde en speelde de drums.

„We zijn een circusfamilie”, zegt Elson over haar huwelijk met White. Hun twee jonge kinderen heeft hij mee op tournee genomen met zijn andere groep, The Dead Weather. Nu Karen in Parijs is om haar album te promoten, krijgt ze elke dag een videofilmpje op haar telefoon toegestuurd. Dochter Scarlett en zoon Henry Lee, respectievelijk vier en twee jaar, vinden de harde rock van hun vader interessanter om op te headbangen dan de subtielere muziek van hun moeder. Ze zijn nog te klein om te doorgronden dat mama een bijzondere visie op het fenomeen popmuziek heeft. Gewone popliedjes over bloemetjes en bijtjes zijn er al genoeg, vindt Karen Elson. Muziek die er echt toe doet mag best donker en verontrustend zijn. „Iedereen heeft een schaduwkant. Dit album is het product van mijn morbide geest.”

Jack White ontdekte het zangtalent van zijn vrouw toen ze hem thuis in Nashville voorzichtig een van haar zelfgemaakte liedjes liet horen. Hij veerde ervan op: zo goed. Ze hadden elkaar in 2005 ontmoet bij de opname van de White Stripes-video Blue orchid waarin Elson een mysterieuze, vleermuis-achtige fladderdans opvoerde. Het klikte tussen het breekbare model uit Manchester en de ruige rocker uit Detroit. Kort daarna traden ze in het huwelijk. Elson bleef modellenwerk doen, maar ontdekte haar muzikale ambities toen de cd Murder Ballads van Nick Cave een wereld van duistere liedkunst voor haar ontsloot. Ook werd ze gegrepen door de moorddadige grimmigheid van P.J. Harvey’s Down by the water. „Moordballades voeren terug op een Britse folktraditie uit de Middeleeuwen. Ze zijn zwanger van symboliek en tijdloos in hun melodische schoonheid. Ondertussen beschrijven ze de ernstigste gruweldaden, gepleegd uit passie of liefdesverdriet. Het was een stijlvorm die me meteen aansprak.”

In haar teksten wordt de liefde afgeschilderd als een wrede dans tussen verdoemde geliefden, omcirkeld door aasgieren in een veld vol wilde rozen. Elson zingt met zuivere stem, gedrenkt in galm en voorzien van statige instrumentaties die soms naar jaren zestig pop, dan weer naar blues en country neigen. Amerikaanse en Europese muziektradities vinden elkaar in muziek die Elson als ‘American gothic’ omschrijft. „Het landschap van mijn jeugd was grijs, industrieel en somber. Het noorden van Engeland in de jaren tachtig was een plek waar je zo snel mogelijk weg wilde. Mijn beeld van de Verenigde Staten werd gevormd door de boeken van John Steinbeck die ik las op school, Of Mice and Men en The Grapes Of Wrath. Daar kwam evengoed een hoop ellende in voor, maar ze speelden zich af in een landschap dat weids en open was. Daar wilde ik naartoe.”

Ze koos New York als uitvalsbasis voor haar modellenwerk. In haar zeldzame vrije tijd trad ze op met theatercollectief The Citizens Band en zong ze liederen van Kurt Weill, Woody Guthrie en Leonard Cohen. De roman The Worst Hard Time van Tim Egan inspireerde haar tot de nummers 100 Years from now en Mouths to feed, allebei terug te vinden op haar album.

In Nashville, waar ze woont met Jack en de kinderen, vond ze een omgeving die haar creativiteit stimuleerde. „Iedereen maakt er muziek, en iedereen wil er de wereld mee veroveren. Fantastische songschrijvers en muzikanten leiden er een armoedig bestaan. Totdat ze op de pot met goud stuiten.”

Fans van The White Stripes noemden haar een golddigger. Dat pikte ze niet. Ze ging direct in discussie met de briefschrijfster die haar betichtte van groupie-achtige neigingen. „Alsof ik niet keihard gewerkt heb in de jaren dat ik van New York naar Tokio naar Londen reisde, van de ene fotoshoot naar de andere. Geloof me: modellenwerk verdient oneindig veel beter dan het onzekere muzikantenbestaan, zeker in deze moeilijke tijden voor de platenindustrie. Mijn muziek is geboren uit liefde.”

Jack White speelt nadrukkelijk geen gitaar op haar plaat, want daarmee zou hij zijn stempel te veel op de muziek hebben gedrukt. De opname van haar cd was een pijnloos proces, nadat ze zich over haar eerste verlegenheid heen had gezet. Elson en White hebben een opnamestudio aan huis, waar The White Stripes en The Dead Weather ook werken. „Mijn songs componeerde ik in alle stilte, bij voorkeur met de deur op slot als er niemand thuis was. Toen ik ze eenmaal aan Jack had laten horen en hij er zijn zegen over had uitgesproken, zijn we zo nu en dan de studio in gegaan om ze op te nemen. In Nashville kost het geen enkele moeite om goede muzikanten te vinden. Ons huis wemelt er soms van. Zo kon ik mijn nummers langzaam naar hun definitieve vorm laten groeien. Kleine foutjes hebben we niet gladgestreken. Het rauwe randje mocht eraan blijven zitten, want dat past bij de aard van de muziek.”

Sentimentele liefdesliedjes krijgt ze niet uit haar pen, maar uiteindelijk draait het toch in veel gevallen om de romantiek.

„Cruel summer en The ghost who walks zijn nummers over onvervulde liefde en de wanhopige kronkels waarin het menselijk brein zich kan wringen. Ik zou nooit een nummer over de saaie werkelijkheid van het dagelijks leven kunnen schrijven. Mijn ideale popmuziek is tijdloos, in de traditie van de Anthology of American Folk Music zoals die door Harry Smith werd verzameld. Het is een flinke opgave om je als songschrijver niet te laten intimideren door alle fantastische muziek die er in het verleden gemaakt is. Ik ben een liefhebber en probeer te leren van de dingen die ik mooi vind. Een plaatje als Lips that lie van The Stanley Brothers, op 45 toeren, daar kan ik helemaal lyrisch van worden. Die oude countrysongs hadden vaak een moralistische strekking. Ontrouw werd bestraft, in het ergste geval met de dood.”

Ze heft haar vinger en lacht. „Ik probeer de moraal terug te brengen in de popmuziek.”

‘The Ghost Who Walks’ verschijnt volgende week via Third Man Records/V2.