Ik val niet meer aan, ik vergeef

Rai Weygerse was bokskampioen en zou naar de Olympische Spelen gaan. Opeens wilde hij niet meer.

Nu ziet hij alleen nog liefde en vergeving om zich heen.

In 1990 werd Rai Weygerse (43) Nederlands kampioen boksen in het zwaargewicht. Twee jaar later zou hij zijn ultieme doel als sporter gaan waarmaken op de Olympische Spelen in Barcelona. Maar net vóór de kwalificatie gooide hij de handdoek in de ring. Hij vond het boksen niet leuk meer. Rai Weygerse werd taoïst, ging tai-chi doen, werd portier bij nachtclubs en woonde een jaar in China. Daarna werd hij zenboeddhist, raakte kort dakloos en kwam in de gevangenis terecht. Uiteindelijk liep hij tegen Een Cursus In Wonderen aan, een populair new-ageboek dat een nieuwe, spirituele leer van Jezus zou bevatten. En nu is hij christen. En studeert hij voor zwemleraar en psychotherapeut.

Rai Weygerse is een reus van een man met een ontwapenende lach. Je zou geen ruzie met hem willen, maar tegenwoordig is dat ook bijna onmogelijk: hij ziet alleen maar liefde. De littekens op zijn ziel zijn geheeld door te vergeven, zegt hij. In zijn rommelige kamertje in een tehuis van de reclassering vertelt hij zijn verhaal.

Waarom zou een sporter de Olympische Spelen aan zijn neus voorbij laten gaan?

„De Spelen waren altijd mijn ultieme doel, maar opeens voelde ik het niet meer. Ook toen ik Nederlands kampioen was geworden, deed het me helemaal niets. Ik vond het boksen niet meer leuk. Mijn vader en mijn trainer hadden daar natuurlijk moeite mee.”

Lastig.

„Ik ben een jaar gaan feestvieren. Seks, drugs en rock-’n-roll. Maar dat was het ook niet. Ik deed portierswerk voor discotheken omdat het goed verdiende, maar het werk stond me niet aan. Ik had geen doel meer en werd zwaar depressief. Ik wilde zelfmoord plegen, maar durfde het niet.”

Heb je hulp gezocht?

„Nee. Ik ben geholpen door wat ik nu de Heilige Geest of Jezus noem – al wist ik daar toen niets van. Ik ben met het taoïsme in aanraking gekomen en ging tai-chi, yoga en meditatie beoefenen. Dat heeft me er weer bovenop geholpen. Ik kreeg een nieuwe vriendin, ben gestopt met portierswerk en ging naar China. Ik wilde nog meer tai-chi leren. Toen ik terugkwam was ik een hippie, een totaal andere persoonlijkheid. Ik dacht dat ik verlicht was, mijn ego had me echt te pakken.”

Hoe zag die verlichte periode eruit?

„Ik zat in een stroom, alles liep zoals het moest lopen. Ik kon mensen naar me toe trekken, zoals een meisje in een discotheek. Ik kon dingen laten gebeuren, ik had het gevoel dat ik alles in de hand had. Maar het maakte me niet gelukkig. Ik werd weer depressief. Ik kwam op een punt dat ik moest kiezen: alles doen wat ik wilde of echt voor verlichting gaan. Toen heb ik voor verlichting gekozen en ben ik zenboeddhisme gaan beoefenen. Dat is een weg voor krijgers.”

Jij bent een krijger?

„Nee. Ik heb misschien het masker van een krijger, maar ik ben eigenlijk een bang iemand. Maar doordat ik mezelf heb moeten verdedigen, ben ik wel een vechter geworden. Toch was zenboeddhisme het ook niet. Ik miste iets, dus ben ik verder gaan zoeken. Toen kwam Een Cursus In Wonderen op mijn pad. Dat boek heeft me laten zien waar het echt om gaat, namelijk om vergeving.”

Vergeving?

„Voor mij betekent vergeving dat alles wat plaatsvindt, niet werkelijk gebeurt. Als iemand anders mij iets aandoet, gebeurt dat niet echt. Het is niet meer dan een kans voor mij om te vergeven. Ik ga ervan uit dat jij en ik niet een lichaam zijn, maar alleen een geest. Dus als ik naar jou kijk, zie ik mezelf. Ik ben een oneindige geest, jij bent dat ook, iedereen is het. Dus als jij iets doet, zie ik alleen mijn eigen projecties. Als ik dat kan vergeven, kan ik het laten corrigeren. Zo heb ik heftige dingen meegemaakt waar ik nu dankbaar voor ben.”

Zoals?

„Zoals hoe ik in de gevangenis kwam. Na 11 september 2001 ging de politie strenger controleren. Ik woonde een tijdje in de binnenstad van Utrecht, waar we ’s avonds met veel mensen buiten zaten. Toen mocht dat opeens niet meer van de politie. Ik was het er niet mee eens en ik had een grote mond. Op een avond zat ik buiten met alle buren. De politie kwam en zei: het feestje is afgelopen, als u nu niet weggaat wordt u gearresteerd. Ik zei: arresteer me maar. Toen pakten ze me vast en trokken ze me de straat op. Mijn vrouw stond op en zei er iets van. Een agent sloeg haar vol in haar gezicht. Dus ik begon te spartelen, maar om de hoek stonden agenten klaar met gummiknuppels. Die kwamen aangerend, gooiden de buren aan de kant en sloegen me in elkaar. Nadat ik handboeien om had gekregen, hebben ze ook nog tanden uit mijn mond geschopt. Ik moest naar het Huis van Bewaring in Nieuwegein. Ik ben veroordeeld en heb er enkele maanden vastgezeten. Toch ben ik dankbaar dat het gebeurd is, echt waar. Ik haal er veel kracht uit.”

Leg dat eens uit.

„Iedere keer dat het naar boven komt, krijg ik een kans om te vergeven wat er is gebeurd. Ik ben het nog steeds aan het verwerken. Maar ik ben dankbaar. Ik zeg: bedankt broeders, dat jullie dat hebben gedaan. En dat meen ik echt. Dan voel ik liefde voor die politieagenten.”

Is het niet vreemd om zo te denken?

„Het is een totale omkering van je denken. In plaats van boos te zijn, ben ik dankbaar. Jezus is gekruisigd, maar hij heeft die mensen vergeven omdat hij inzag dat het niet werkelijk was wat er gebeurde. Wat werkelijk is, is waarheid, liefde en licht. En God.”

Dus dat incident met de politie is niet echt gebeurd?

„Nee. Ja, natuurlijk is het wel gebeurd, maar ergens ook niet. Het gaat uiteindelijk niet om wat er gebeurt, maar om hoe je erover denkt. Dat is de enige vrije keus die je hebt. En in plaats van te kiezen voor aanvallen of verdedigen, kun je kiezen voor vergeving en liefde. Dan verandert je leven totaal.”

Lukt dat ook altijd, dat vergeven?

„Het lukt me altijd, alleen niet altijd onmiddellijk. Maar hoe langer je de vergeving uitstelt, hoe langer je lijdt. En hoe sneller je vergeeft, hoe sneller je resultaat hebt. Het lukt me steeds vaker om direct te vergeven.”

Heb je nergens spijt van?

„Nee. Als ik mijn leven over zou moeten doen, zou ik het natuurlijk anders doen. Maar ik heb nergens spijt van, want ik weet dat alles gebeurt in mijn hoogste belang. Dat is een les uit het boek en dat is wat ik voel. Dus het is goed zo, perfect zelfs. Dat is een heerlijk gevoel.”

Vind je dan dat wij allemaal dat boek zouden moeten lezen?

„Dat weet ik niet. Er zijn meerdere wegen die naar huis voeren. Voor sommige mensen is Een Cursus In Wonderen goed, maar niet voor iedereen. Voor sommige mensen is het christendom goed, maar niet voor iedereen. Boeddhisme, islam: uiteindelijk maakt het niet uit, want we gaan allemaal naar huis. Het komt allemaal goed.”