Guillotine

Heel vroeger op de kermis had je het spookhuis. Tegen betaling van een kwartje ging je in een karretje op de rails zitten en dan reed je een grote tent binnen. Daar was het grafdonker. Plotseling sprong er met een akelige schreeuw een krijtwitte gedaante tevoorschijn. Nog niet was je van je schrik bekomen of van de andere kant werd je belaagd door een geraamte dat met al even akelig gerammel zijn knoken naar je uitstrekte. Weer ging je de duisternis in en daar voelde je plotseling iets vochtigs over je gezicht slieren. Dat was een soort gordijntje van natte draden. Ook die ervaring werd begeleid door een griezelig geluid. Dit heb ik allemaal meegemaakt toen ik een jaar of elf was, op de kermis in Groningen. Daar heb ik ook nog de Dikke Dame gezien maar die bewaar ik voor een ander stukje.

Toen, eind vorige eeuw, kwam een Amsterdamse ondernemer op het idee, het Martelmuseum op te richten. Torture Museum, want Amsterdam is een toeristenstad, en er zijn genoeg Amerikanen, Japanners, Fransen en Chinezen die willen weten hoe onze voorvaderen de verdachten een bekentenis ontlokten. Een Guantanamo uit de Gouden Eeuw, gevestigd aan het Singel. Om de nieuwsgierigheid te prikkelen staat in de ingang een stoel waarvan de zitting, rug- en armleuningen beslagen zijn met draadnagels, het puntige uiteinde naar boven. Is het een origineel exemplaar, werkelijk in gebruik geweest of heeft een eigentijdse vakman een natuurgetrouw exemplaar getimmerd? Of doet deze vraag niet ter zake? Is het louter de bedoeling van de directie om de historische kennis van een internationaal publiek aanschouwelijk bij te spijkeren? Of gaat het erom, de mensen weer eens op een andere manier te trakteren op een griezelig verzetje?

Die vragen zijn weer actueel nu we in Parijs, in het Musée d’Orsay een echte guillotine kunnen bezichtigen, een exemplaar uit 1872. Het apparaat maakt deel uit van de tentoonstelling Misdaad en Straf, die voornamelijk bestaat uit schilderijen en prenten van beroemde kunstenaars over hetzelfde onderwerp. De toeloop is overweldigend: 4000 bezoekers per dag in plaats van de gebruikelijke 2000. In laatste aanleg is dit succes vooral te danken aan Robert Badinter, jurist, voormalig minister van justitie en nu lid van de raad van bestuur van het museum. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij de afschaffing van de doodstraf in 1981. Nu wilde hij perse dat deze valbijl in de expositie werd opgenomen, anders zou hij verdere medewerking weigeren. Een kwart eeuw had dit meer dan vier meter hoge gevaarte op een rijkszolder staan verstoffen. Maar nu toch nog voor de betrekkelijke eeuwigheid gered. Bij Badinter heeft dus het leerzame aspect de doorslag gegeven.

Ik vroeg me af of ik naar dit pronkstuk van rechtskundig gefundeerde bloeddorst zou gaan kijken. Nee. Sinds Marinus van der Lubbe in 1933 door de nazi’s is onthoofd, ben ik tegenstander van de doodstraf. Toen was ik zes. Maar ik weet een ander middel om voorstanders te bekeren. Lees het ooggetuigeverslag van de onthoofding van de beruchte misdadiger Troppmann, geschreven door Toergenjev. Hij kreeg van een vriend een toegangsbewijs. De bijl valt. Even is het stil en dan verdringen geestdriftige dames elkaar om hun zakdoekje in het bloed van de geëxecuteerde te drenken. En, schrijft Toergenjev, u zult willen weten wat voor geluid de guillotine maakt. ‘Alsof een reusachtig ondier zijn keel schraapt.’