Gemeenten vangen illegalen toch op, illegaal

Gemeenten mogen sinds dit jaar geen uitgeprocedeerde asielzoekers meer opvangen.

Uit moreel oogpunt en uit angst voor overlast doen veel gemeenten het toch. Stiekem.

Bedroefd staart de 42-jarige uitgeprocedeerde Soedanees in zijn koffiekopje. Hij vluchtte in 2001 naar Nederland en woont, nadat hij vele asielzoekerscentra van binnen heeft gezien, sinds twee jaar met twee andere vluchtelingen in een krappe kamer in Utrecht, verzorgd door Stichting Noodhulp Dakloze Vreemdelingen. Maar sinds begin dit jaar schrikt hij van elk binnenkomend telefoontje: „Misschien is het wel het bericht dat deze noodopvang definitief de deuren sluit en dat ik ook hier weer weg moet.”

Sinds 1 januari van dit jaar moesten alle gemeenten de noodopvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers staken. Dat was voor toenmalig staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak (PvdA) een voorwaarde om in 2007 in te stemmen met de generaalpardonregeling. Het openhouden van de gemeentelijke noodopvang zou meer mensen kunnen aantrekken.

Uitgeprocedeerden kunnen vanaf begin dit jaar onder voorwaarden aanspraak maken op rijksopvang. Zo kunnen zieken in sommige gevallen worden opgevangen. Maar ouders met (kleine) kinderen vallen in principe niet onder deze regeling. Gemeenten zitten in een spagaat: enerzijds moeten zij de regels van het ministerie opvolgen, maar ze willen de uitgeprocedeerden niet op straat laten staan. Uit moreel oogpunt, maar ook uit angst voor overlast.

John van Tilborg is voorzitter van het Landelijk Overleg Gemeentebesturen Opvang en Terugkeerbeleid (LOGO), waarbij ruim honderd gemeenten zijn aangesloten. Hij noemt de stand van zaken „een schande”. Volgens hem biedt 80 tot 90 procent van de 31 grote Nederlandse gemeenten nog wel degelijk een vorm van hulp aan uitgeprocedeerden. Maar openheid daarover ontbreekt: „De meeste houden hun beleid geheim. Ze willen vooral de verstandhouding met het ministerie niet schaden.”

Utrecht is wel open over zijn beleid. De gemeente biedt hulp aan 21 uitgeprocedeerden. „We hebben als gemeente een zorgplicht”, zegt D66-wethouder Victor Everhardt. „Ik heb het zo vaak meegemaakt dat hier mensen op de stoep staan en aankloppen voor hulp. Ik begrijp heel goed dat de landelijke overheid dit probleem wil aanpakken, en juridisch staat ze ook volkomen in haar recht. Maar je kunt je ogen niet sluiten voor de probleemgevallen, daar is echt maatwerk nodig.”

Ook wethouder en locoburgemeester Marco Florijn (PvdA) van Leeuwarden heeft vaker te maken met uitgeprocedeerden die in zijn gemeente bivakkeren. Leeuwarden helpt ongeveer 80 mensen in de regio aan onderdak.

Het beleid van de regering leidt volgens Florijn soms tot kafkaëske situaties: „Kort geleden kwam er een vrouw op het gemeentehuis met haar pasgeboren dochtertje. De moeder had sinds een paar dagen een verblijfsvergunning, maar omdat haar dochtertje geboren was toen de vrouw illegaal in Nederland was, was haar dochtertje stateloos. Dat soort mensen laat ik niet voor mijn deur staan.”

Florijn heeft er niet alleen ethische bezwaren tegen om de uitgeprocedeerden die bij het gemeentehuis aankloppen de deur te wijzen: „Voor de landelijke overheid zijn de mensen die uitgeprocedeerd zijn en niet willen meewerken haar probleem niet meer. Maar ik heb ze wel door mijn gemeente lopen.” Dat vormt mogelijk een probleem voor de veiligheid: „Deze mensen moeten toch op een of andere manier in hun onderhoud voorzien.”

De minister van Justitie begrijpt dat gemeenten het gevoel kunnen hebben in een spagaat te verkeren, aldus een woordvoerder. De gemeenten willen de richtlijnen van het ministerie volgen, maar hebben ook een zorgplicht. „Maar het is van groot belang dat aan vreemdelingen die moeten terugkeren naar hun land van herkomst geen valse hoop wordt gegeven dat zij toch nog een kans hebben in Nederland te mogen blijven”, aldus de minister in een verklaring.

Eind vorige maand besloten de minister en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in een overleg tot de oprichting van een meldpunt voor gemeenten. Wethouders die geconfronteerd worden met uitgeprocedeerde asielzoekers in hun gemeente, wordt gevraagd contact op te nemen met het ministerie.

„Vervolgens wordt per geval bekeken of deze mensen mogelijk nog door ons geholpen kunnen worden”, aldus de woordvoerder van het ministerie. „In de korte periode waarin wij daarnaar kijken, kan de gemeente de persoon eventueel opvang bieden. Maar langer dan een nacht zal dat niet zijn.”

De VNG laat weten „veel vertrouwen te hebben” in het meldpunt. Wethouder Florijn is minder enthousiast: „Natuurlijk is het een stap in de goede richting, maar het is absoluut geen oplossing voor het probleem”. Ook LOGO-voorzitter John van Tilborg is kritisch: „Stel, ik heb een dakloze vreemdeling in mijn gemeente en ik bel dat meldpunt. Na onderzoek blijkt dat de persoon volgens het ministerie terecht de deur gewezen is. Wat dan?”