Ga doen waar je het meest over praat

De werking van de hersenen en de grens tussen levende en dode materie. Deze twee facetten van de moleculaire biologie boeiden Francis Crick buitensporig. Het erfelijkheidsmolecuul DNA zou hij als eerste in elkaar zetten. En daarmee plaatste hij zich in het rijtje Newton, Darwin, Einstein.

Robert Olby: Francis Crick. Hunter of Life’s Secrets. Cold Spring Harbor Laboratory Press, 538 blz., circa € 35,-.

Al heel jong raakt Francis Crick (1916-2004) – samen met James Watson ontdekker van de structuur van het DNA – gefascineerd door het onverwachte van de wetenschap. Een kinderencyclopedie laat hem zien hoe mooi het is om dingen te ontdekken. Maar hij voorziet een probleem: is er nog wel voldoende over om te ontdekken als hij daar eenmaal aan toe is? Gelukkig stelt zijn moeder hem gerust: ‘Maak je geen zorgen, Ducky, er zal nog genoeg voor je overblijven.’

Diezelfde wetenschap laat hem ook zien dat niet alles wat de Bijbel vertelt waar kan zijn. Op 12-jarige leeftijd zweert hij het geloof van zijn ouders af. Zo zijn al vroeg in Hunter of Life’s Secrets, de monumentale biografie van wetenschapshistoricus Robert Olby, de voornaamste thema’s duidelijk neergezet: Cricks liefde voor de wetenschap en zijn intense afkeer van de religie: ‘Wat is er belangrijker dan onze ware plaats in het universum te vinden door een van die onzalige sporen van het vroege geloof te verwijderen?’

Toch zal het even duren voor hij daar aan toekomt. Geboren op 8 juni 1916 in Northampton, waar zijn vader en oom een schoenenfabriek hebben, wil hij al vroeg natuurkundige worden, maar het lukt hem niet om in Oxford of Cambridge te komen. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, raakt hij voor de Britse marine betrokken bij de ontwikkeling en detectie van magnetische en akoestische mijnen.

Atoombom

Na de oorlog weet hij eigenlijk niet goed wat hij aan moet met zijn carrière. Met de ontwikkeling van de atoombom en van de radar hebben natuurkundigen de oorlog helpen winnen, en dat vertaalt zich in veel aandacht en gestaag stijgende onderzoeksbudgetten. Wat ligt er dus meer voor de hand daarin verder te gaan?

Maar Crick ziet dan al een belangrijkere rol weggelegd voor de biologie. De zogenaamde Gossip Test – waarover je het liefste praat, boeit je het meeste – brengt hem tot de twee onderwerpen die hem zijn hele verdere leven zullen bezighouden: de werking van de hersenen en de grens tussen levende en dode materie, een gebied dat we tegenwoordig de moleculaire biologie zouden noemen. Beide passen bij zijn groeiende atheïsme: ‘De God-hypothese is failliet en we zijn geëvolueerd uit niet-levende materie via natuurlijke selectie.’ Beide ook wil hij proberen te begrijpen in termen van hun onderliggende structuur. Sterker nog, zijn ultieme doel is de biologie te verklaren vanuit de natuurkunde en de scheikunde.

Hij besluit onderzoek te gaan doen naar de structuur van eiwitten met behulp van röntgentechnieken en belandt in het Cavendish Laboratory in Cambridge waar hij in 1951 de twaalf jaar jongere Watson ontmoet. Samen storten ze zich op de ontrafeling van de structuur van DNA. Een ontdekkingstocht vol blunders en gemiste kansen, ruzies, onmin en felle concurrentie.

Toch begrijpen Watson en Crick als eersten hoe het erfelijkheidsmolecuul DNA in elkaar zit. Daarmee leggen ze de basis voor al het moderne genetisch onderzoek. Wie tegenwoordig een afdrukje wil hebben van de wetenschappelijke publicatie van hun ontdekking, niet meer dan zeshonderd woorden en gepubliceerd in Nature van 25 april 1953, moet diep in de buidel tasten. Maar bij verschijning maakte het niet veel los. Er gebeurde ook zo veel méér: de Mount Everest werd beklommen, Stalin overleed en koningin Elisabeth kwam op de Britse troon.

Na een frustrerend jaar in de VS stort Crick zich volledig op het ontrafelen van de genetische code: hoe wordt de informatie in het DNA vertaald naar eiwitten die in de cel al het werk doen? Het idee van een gen had halverwege de vorige eeuw weliswaar postgevat, maar als een volslagen abstract concept – niemand wist wat een gen eigenlijk was. Maar binnen tien jaar is dat opeens wel duidelijk. En hoewel Crick zelf niet de doorslaggevende experimenten doet, speelt hij toch een leidende rol in het onderzoek en doorziet hij als eerste (in 1958!) hoe het proces in elkaar steekt. De Nobelprijs voor natuurkunde is vier jaar later niet meer dan een logisch vervolg.

Zenuwcellen

In de jaren zeventig gooit Crick zijn wetenschappelijke carrière over een andere boeg en vertrekt hij opnieuw naar de VS, vooral wegens de slechte omstandigheden voor wetenschappelijk onderzoek in het Verenigd Koninkrijk. Aan het Salk Institute for Biological Studies in San Diego werpt hij zich op zijn ‘andere’ geliefde gespreksonderwerp, het onderzoek naar het ontstaan van het menselijk bewustzijn. Dat blijkt echter wat weerbarstiger, al weet Crick zich opnieuw een belangrijke positie in dit onderzoeksveld te verwerven. In zijn boek The Astonishing Hypothesis betoogt hij dat het bewustzijn volledig te verklaren is uit de activiteit van zenuwcellen in het brein.

Zonder twijfel zal Francis Crick toetreden tot het pantheon van de allergrootste wetenschappers als Galileï, Darwin, Newton en Einstein. Net als zij ontdekte hij een grote waarheid die als een volslagen verrassing kwam. Net als zij deed hij niet één, maar een aantal baanbrekende ontdekkingen, zij het niet allemaal in zijn eentje. En net als zij grondvestte en domineerde hij een nieuwe discipline. Graag had hij nog de zetel van het bewustzijn blootgelegd en daarmee de doodsteek gegeven aan de religie. Zover is het niet gekomen. Hij moest genoegen nemen met het verklaren van het leven.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Francis Crick, James Watson en Maurice Wilkins kregen in 1962 de Nobelprijs voor fysiologie of geneeskunde, en niet die voor natuurkunde, zoals in de bespreking van de Crick-biografie in Boeken stond (Ga doen waar je het meest over praat, 14 mei). De Nobelprijs 1962 voor natuurkunde ging naar Lev Landau.