Europese Commissie wil meer economische coördinatie

Gestaag begint in de eurolanden door te dringen dat een monetaire unie ook afstemming van economische politiek vergt. Dat wist iedereen wel, maar men sloot er de ogen voor.

„Ongelooflijk,” zegt een hoge Europese functionaris, „hoe we al die jaren hebben zitten slapen. De cijfers waren er, maar niemand besteedde er aandacht aan. Kijk maar.” Hij pakt een dik rapport dat de Europese Commissie elk half jaar uitbrengt, vol cijfers en statistieken over de economieën van alle 27 lidstaten. Ergens voorbij pagina 200 zet hij zijn vinger bij ‘Griekse betalingsbalans’. „Hier, 2002-2006: -11.8 procent van het bbp. 2008: -13,8 procent. Hoe hebben wij dit kunnen laten passeren?”

Het kwartje begint te vallen. Europese politici en ambtenaren beginnen met terugwerkende kracht te beseffen hoe naïef en onoplettend ze jarenlang zijn geweest. Wat sommige economen en politici al vanaf de introductie van de euro heeft gezegd, dringt mede door de Griekse schuldencrisis ook tot de anderen door: ze hebben op een roze wolk geleefd. Als een muntunie goed wil functioneren, moeten soevereine staten in die unie hun economieën tot op zekere hoogte op elkaar afstemmen. Ofwel: om de euro stabiel te houden is het niet genoeg dat alle eurolanden hun begrotingstekorten onder een bepaalde grens houden. Ze moeten óók zorgen dat elk land zijn economische beleid – tot dusver puur nationaal – afstemt op wat andere doen. Niet alleen begrotingen moeten binnen bepaalde grenzen blijven, ook zaken als betalingsbalans, pensioenbeleid en loonpolitiek. Wie nog twijfelt, slaat voorgaande edities van de Economic Forecasts er maar op na: de cijfertjes waren er, maar iedereen dacht dat hij ze kon negeren.

De voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, zei het woensdag zo: „We kunnen geen monetaire unie hebben zonder politieke unie. Als de lidstaten zo’n politieke unie niet willen, dan is er geen monetaire unie meer.”

Daags na een dramatisch weekend waarbij de euro bijna crashte, presenteerde Barroso een plan getiteld ‘Reinforcing Economic Governance’. Vorig jaar had dit nog een schandaal veroorzaakt. Europa is de afgelopen jaren meer intergouvernementeel geworden. De crisis heeft die tendens versterkt – zoals crises altijd tot meer nationalisme en protectionisme leiden. In zo’n periode regeringen vragen om méér Europese integratie, vraagt het onmogelijke. Maar Barroso zet hen voor het blok.

Het euro-management moet op drie manieren versterkt worden, stelt het plan. Eén: het Stabiliteitspact moet versterkt en vooral beter – naar de letter – worden uitgevoerd. Dit betekent onder meer dat landen ook bij voorspoed, op straffe van boetes, hard moeten blijven snijden in de nationale schuld. Ook moeten nationale begrotingen in de ontwerpfase worden getoetst aan Europese criteria. Twee: er moet een permanent crisismechanisme komen, dat lijkt op het mechanisme van 750 miljard euro dat zondag werd opgetuigd om Portugal, Spanje en andere zwakke eurolanden voor wegglijden te behoeden. Zo’n mechanisme, dat eurolanden solidariteit belooft mits ze keihard saneren, presenteert de Commissie binnenkort. En drie: er moet meer economische ‘governance’ komen.

„Tot nog toe was de euro een auto op twee wielen”, zegt een Commissie-functionaris die meewerkte aan het plan. „Op een rechte weg en met weinig verkeer is dat eng, maar het gáát. Maar als er bochten komen, en drukke kruisingen, dan crasht zo’n auto. Dan heb je echt vier wielen nodig.” Met deze metafoor bedoelt hij dat de euro – de auto – niet ver komt met alleen gemeenschappelijke afspraken over begrotingstekort en nationale schuld (de twee wielen). „Je moet er stevige coördinatie van nationale economische politiek bijdoen: de andere twee wielen.”

Frankrijk heeft altijd zo’n economisch ‘bestuur’ van de eurozone gewild. Parijs noemde het zelfs ‘economische regering’. Voor Duitsland was dit onbespreekbaar. Zo’n Europees economisch bestuur zou een te sterke tegenvoeter worden van de Europese Centrale Bank, die het monetaire beleid van de euro op onafhankelijk moet uitoefenen. Die onafhankelijkheid was voor Duitsland cruciaal voor het opzetten van de euro. De ECB is geboetseerd naar voorbeeld van de Bundesbank, het baken van stabiliteit van de Deutschmark, Europa’s sterkste munt vóór de euro. Als Franse politici met hun vingers aan de monetaire knoppen zouden komen, zou voor Duitsland de wereld te klein zijn.

Maar de tijden veranderen. ‘Economisch bestuur’ is nu voor bondskanselier Angela Merkel bespreekbaar. Ze begrijpt nu dat de economische verschillen in de eurozone te groot zijn geworden – wie de gapende kloof tussen Griekenland en Duitsland ziet, snapt dat de vrijblijvendheid voorbij is. Iemand moet Duitsland en Griekenland kunnen waarschuwen dat continue loonmatiging bij de één en doorgaande salarisstijgingen bij de ander tot centrifuge-effecten leiden. Kan een Italiaan eerder met pensioen dan een Nederlander? Mogen Duitse spaarcenten een huizenboom in Spanje cofinancieren? Merkel zei gisteren in Aken: „Als de euro faalt, faalt niet alleen de munt, maar ook het idee van Europese eenwording. We hebben een gemeenschappelijke munt, maar geen politieke en economische unie. Dit is precies wat we moeten veranderen.”

Of er voldoende politieke wil in alle hoofdsteden is om zo’n economisch geïntegreerd Europa te bouwen, moet blijken. Voormalig ECB-bestuurder Tommaso Padoa-Schioppa heeft de hoop nog niet opgegeven. Hij schrijft vandaag in de Financial Times: „Terugkeer naar de oude wereld van flexibele wisselkoersen, waarbij elk land zichzelf wijsmaakt dat het geïsoleerd van de buren kan groeien […] kan enkel economische misère, conflict en gevaar voor de wereldveiligheid tot gevolg hebben.”