Eén nacht niet goed slapen...

Eén slapeloze nacht kan al voor ontregeling van de suikerhuishouding zorgen.

En dat is een voorteken van suikerziekte type 2.

Of je nu uit bent geweest of uren met een ontroostbare baby hebt staan hannesen: één nachtje weinig slapen en je wordt traag, prikkelbaar en opvallend hongerig. Dat is niet alleen een kwestie van vermoeide hersenen in de sluimerstand, blijkt nu. Ook de suikerhuishouding raakt in de war. Zo sterk zelfs, dat mensen voortekenen gaan vertonen van suikerziekte. Dat schrijven onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum in het juninummer van Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism.

Het was al bekend dat dagen of weken achter elkaar weinig slapen slecht is voor iemands energiehuishouding. Nu blijkt slechts één korte nacht al funest. Proefpersonen werden 20 tot 25 procent minder gevoelig voor insuline, een hormoon dat de hoeveelheid suiker in het bloed reguleert. Hans Romijn, een van de onderzoekers: „Kennelijk is slaap belangrijker voor onze suikerhuishouding dan we dachten.”

Het lichaam compenseert voor de insulineongevoeligheid door extra insuline aan te maken. Zo blijven de bloedsuikers stabiel. Op zich niets aan de hand dus. Ware het niet dat insulineongevoeligheid een voorloper is van suikerziekte type 2, de vorm die veel voorkomt op oudere leeftijd en bij mensen met overgewicht. Esther Donga, ook een van de onderzoekers: „De effecten van één slechte nacht verdwijnen waarschijnlijk na een paar goede nachten. Mensen die chronisch minder dan 5 à 6 uur per nacht slapen, hebben een verhoogde kans op daadwerkelijke suikerziekte. Bij hoeveel slaaptekort de overgang zit tussen tijdelijke en blijvende schade, weten we nog niet.” Overigens is meer dan acht tot negen uur slapen ook niet goed. Dan stijgt de kans op suikerziekte weer.

De Leidse onderzoekers lieten negen gezonde proefpersonen en zeven mensen met diabetes type 1, de variant die veel voorkomt bij jongeren, de nacht doorbrengen in een slaaplaboratorium. De proefpersonen moesten 8,5 uur in bed liggen, daarvan mochten ze vier uur slapen. De volgende ochtend kregen ze insuline toegediend en glucose die gelabeld was, zodat de onderzoekers konden zien waar de suiker bleef. Normaal zorgt insuline dat onder andere spieren glucose kunnen opnemen uit het bloed. Bij slapeloze proefpersonen – met of zonder diabetes – namen spieren 20 procent minder suiker op. Bij de gezonde proefpersonen werd ook de lever (die glucose aanmaakt) minder gevoelig voor insuline. Zit er veel suiker in het bloed, dan vertelt insuline de lever dat hij geen suiker hoeft te maken. Bij slapeloze proefpersonen bleef de lever ondanks de insuline tóch suiker aanmaken, 22 procent meer dan normaal.

Waarom hebben we dan toch zo’n honger als we slecht geslapen hebben? Donga: „Dat komt door de ontregeling van twee andere hormonen: ghreline en leptine. Ghreline geeft eetlust, leptine remt honger juist.” Na een korte nacht stijgt het ghrelinegehalte in het bloed, na twee korte nachten daalt daarbij het leptinegehalte, en krijgen we meer trek.

Volgens Donga leveren deze veranderingen een gevaarlijke mix van risicofactoren op. „Slaaptekort kan via leptine en ghreline leiden tot meer eten en dus meer kans op overgewicht. Dat geeft weer meer risico op suikerziekte type 2. Tegelijkertijd veroorzaakt slaaptekort insulineongevoeligheid, wat óók weer de kans op suikerziekte vergroot.” Beide onderzoekers benadrukken dat we in de westerse wereld de afgelopen halve eeuw zo’n 1 à 2 uur per nacht minder zijn gaan slapen. En dat het percentage mensen dat minder dan zeven uur per dag slaapt, net als het aantal diabeten, toeneemt. Romijn: „Wat we natuurlijk willen weten: kan voldoende slaap helpen om diabetes type 2 te voorkomen?”