De Vries in het defensief

Jack de Vries is niet de eerste bewindsman die een buitenechtelijke relatie is begonnen en hij zal ook wel niet de laatste zijn. Zijn pech is dat zijn escapades met een ondergeschikte breed in de media zijn opgediend, en dat iedereen nu weet dat de staatssecretaris van Defensie niet meer bij vrouw en kinderen woont, maar tijdelijk in een militaire kazerne.

Ook van ministers en staatssecretarissen behoren particuliere gedragingen tot een domein waar de media in principe terughoudend zouden moeten zijn. Het probleem was echter dat het relationele uitstapje van de staatssecretaris van Defensie niet zonder politieke risico’s was, gelet op zijn gevoelige functie.

De Vries, tevens kandidaat-Kamerlid voor het CDA, heeft in een verklaring, waarin hij „de relatie op de werkvloer” toegaf, tijd gevraagd „om te zoeken naar een goede oplossing voor onze privésituatie”. Hij voegde eraan toe: „Ik hoop dat dit wordt gerespecteerd.” Die tijd is hem gegund en anders wel zijn gezin. Maar de vraag is of de CDA-bewindsman bij zichzelf niet ook te rade moet gaan over zijn politieke toekomst op de korte termijn.

Wat het CDA verder van plan is met zijn ‘spindokter’, die een van de intimi is van premier Balkenende, moet het zelf weten. Van algemener belang is of de staatssecretaris van Defensie kan blijven functioneren alsof er niets is gebeurd. Het gaat hier niet om een moreel oordeel, maar om politieke feiten die zijn ontstaan doordat de relatie van De Vries met zijn naaste medewerker, die inmiddels bij Defensie is overgeplaatst, in de publiciteit is gekomen.

Tot die feiten behoort bijvoorbeeld dat de staatssecretaris dinsdag bij de Tweede Kamer, waar hij vragen over het Veteranenbeleid had moeten beantwoorden, verstek liet gaan omdat het hem allemaal wat te veel was. Dat is menselijk, maar wel een probleem. Bij het eerstvolgende publieke optreden van De Vries, waar dat ook over gaat, zal iedereen toch vooral het avontuur in het hoofd hebben waarin hij zich heeft gestort. Ogen zullen in zijn rug priemen.

Kan de staatssecretaris, die net als zijn collega’s demissionair is, dan wel functioneren?

Zijn geloofwaardigheid bij Defensie staat ook op het spel. Hij was de bewindsman die in 2007 een gedragscode invoerde, met teksten als: „Leidinggevenden in onze organisatie hebben een bijzondere verantwoordelijkheid. Zij geven te allen tijde het goede voorbeeld.” En: „Ik schaad de belangen van Defensie niet en geef in houding, voorkomen en gedrag het goede voorbeeld.”

Inmiddels ligt De Vries overhoop met de militaire vakbonden, waarmee hij al een cao-conflict had. De FNV-bond AFMP vindt dat hij „sterk aan gezag en geloofwaardigheid heeft ingeboet”.

De staatssecretaris van Defensie heeft de eerste verantwoordelijkheid voor wapenaankopen, zoals de JSF, en personeelsbeleid. Het is niet uit te sluiten dat De Vries zich in een situatie heeft begeven waarin hij chantabel was. Dat mag een bewindsman niet overkomen. Het enige voordeel van de huidige publiciteit is dat dit gevaar nu is afgewend. En overigens: een demissionair kabinet kan in zijn laatste maanden wel zonder een staatssecretaris van Defensie.