De vinger die alles kan maken

Er is één vinger die altijd heeft geleefd, de vinger die alles kan maken en die ook God heeft gemaakt.

Op de dag dat ik ben geboren, gaf God mij een leeg boek. Er stond een kruis voorop, en een wereldbol. Ik tekende er alle landen in, er waren precies genoeg bladzijden. Toen heb ik het boek teruggegeven en ging God de wereld maken.

Na vijf maanden ging hij dood, hij had het net afgekregen. Toen is hij in de lucht begraven, in de lucht boven alle landen.

Daarna gingen de mensen tekeningen en schilderijen over God maken. Als ik m’n ogen dicht doe, kan ik hem nog steeds zien: een witte snor, een baard die naar voren staat, bloemetjes op z’n haar.

Er is ook een God die onder de tuintjes is begraven. Die had een haai gemaakt die de andere God heeft gebeten, daardoor is hij doodgegaan.

God is een menerennaam. Ik noem hem Grot, want God is een scheldwoord. Mensen zeggen God als iets niet goed is gegaan.

Nina Marie Rosendaal, 6 jaar, uit Groningen