De schuldigen aan de olieramp wijzen naar elkaar

De verantwoordelijken voor de Amerikaanse olieramp werden deze week onder ede gehoord in het Congres.

Terugkerende vraag: stelt BP de slachtoffers schadeloos?

In dezelfde zaal als waar in 1912 schipbreukelingen gehoord werden over genegeerde waarschuwingen voor ijsbergen, onvoldoende reddingsboten en een tekortschietende reddingsactie, zaten deze week de verantwoordelijk bestuurders van „waarschijnlijk Amerika’s grootste ecologische en economische ramp in decennia” naast elkaar. „Toen was de Titanic technologisch zo ontwikkeld dat hij niet kon zinken”, zei senator Robert Menendez. „Nu zou uw olieplatform zo ontwikkeld zijn dat een olieramp uitgesloten was.”

BP’s hoogste bestuurder in de VS zat links, de topman van de eigenaar van het geëxplodeerde en gezonken boorplatform Deepwater Horizon in het midden en helemaal rechts een van de topmanagers van oliedienstverlener Halliburton. Ze spraken voor het eerst sinds het begin van de ramp, drie weken na dato, onder ede.

Gedrieën zaten ze onder de imposante kroonluchters, tussen de met wit marmer beklede muren en de pilaren aan weerszijden van de zaal. Maar tegen de aanvallende senatoren in het Amerikaanse Congres vormden ze allesbehalve een front.

Want ook al is het „natuurlijk ongepast om nu al conclusies te trekken” (BP-bestuurder Lamar McKay), is praten over de oorzaak „niet meer dan speculatie” (Steven Newman van Transocean) en „zou niemand moeten willen daarover zo snel mogelijk uitspraken te doen” (Tim Probert van Halliburton), alle drie wezen de ander als verantwoordelijke aan. Híj heeft het gedaan.

Zo ontstond een nette cirkel van wijzende vingers. BP stelde dat de zogeheten blowout preventer – een noodstop op de zeebodem – het niet deed, waardoor de olie nu op 1,5 kilometer diepte de zee in gutst. Alle apparatuur is in handen van Transocean, dus dat bedrijf draagt schuld.

Op zijn beurt wijst Transocean naar Halliburton, dat vlak voor de ontploffing nog de boortunnel had gevuld met cement, een standaard- maar potentieel gevaarlijke operatie. Halliburton zelf stelt daarop weer dat niets op het platform gedaan werd zonder opdracht van de machtigste partij van de drie: BP.

„Jullie moeten je verhaal eens op elkaar afstemmen”, zei senator Lisa Murkowski hoofdschuddend. „Jullie waren daar samen aan het werk.”

De bestuurders werden dinsdag gehoord; twee verschillende Senaatscommissies met elk tientallen Congresleden die deel wilden uitmaken van het politieke theater. Tegelijkertijd begonnen in New Orleans, dichter bij de ramp, twee dagen van hoorzittingen onder leiding van de kustwacht. Ook justitie en BP zelf hebben onderzoek ingesteld. Hiermee ontstaat een curieuze situatie: terwijl de volle omvang van de ramp nog zichtbaar moet worden, zijn vriend en vijand bezig de schuldige te zoeken.

Hoe groot de ramp daadwerkelijk is, bleef onduidelijk. De zichtbaarheid van de olie is beperkt: niemand weet hoeveel zich bevindt onder de roestkleurige laag op zee. De toegang tot het gebied voor buitenstaanders is afgeschermd. „Hoeveel bewegend beeld is er eigenlijk”, vroeg senator Barbara Boxer daarover aan McKay. Die zei eerst de vraag niet te begrijpen. Om daarna onder dwang te beloven dat hij het beeld zal overdragen aan de Senaatscommissie.

De beschikbaarheid van materiaal is ook bij het vaststellen van de oorzaak een probleem: niet alle logboeken van de Transocean-werknemers zijn op het vasteland digitaal opgeslagen en nog op te roepen. De laatste zeven uur aan papieren verslagen van voor de explosie zijn vergaan.

De bestuurders stelden zich terughoudend op, spraken op zachte toon en Transocean-topman Newman had het zelfs over een „zeer emotionele tijd voor het bedrijf”. Dit in tegenstelling tot de aanvallende toon van zowel de senatoren als het publiek. Dat bestond uit jonge vrouwen die met een tekst op hun strakke shirts vragen waarom energiewinning levens moet kosten.

Ook de in het roze uitgedoste beroepsdemonstranten van Code Pink waren luidruchtig aanwezig. Eerst waren zij tegen de Irak-oorlog, de afgelopen jaren moesten bankiers het ontgelden en nu dan de oliesector. „Wij zijn gewoon tegen slechte mensen in het algemeen”, verklaarde Medea Benjamin. „BP Bad People” stond op haar bord. Toen de BP-bestuurder wegliep jouwden ze hem na: „Hey hey Lamar McKay, how many fish did you kill today?”

Er is één vraag die blijft terugkomen: zal BP de economische slachtoffers betalen? Het bedrijf zegt van wel, maar niemand die het lijkt te geloven. De vrees voor decennia aan juridisch getouwtrek is groot. „Ik weet zeker dat uw pr-mensen hebben aangeraden nu gewoon te zeggen dat BP gaat betalen”, zei senator Maria Cantwell. Nee echt, bezweerde McKay. „Wij zullen alle legitieme claims honoreren.”

„Definieer legitiem eens.”

„Hard te maken. Het is ons doel ons redelijk op te stellen en snel aan claims tegemoet te komen.”

Met name BP’s reputatie lijkt onder de ramp te lijden. Het helpt niet dat het olieconcern de laatste jaren een aantal geruchtmakende ongevallen in de VS heeft gehad. „Er zijn kwesties geweest en we moeten veranderen. Dat doen we ook. Zoiets vereist echter een cultuuromslag.”

„Inderdaad”, zei senator Ron Wyden bijtend, „en uw cultuur is er een van incident op incident.”

In februari verzekerde het olieconcern de Amerikaanse toezichthouder nog toegerust te zijn voor een ramp in de Golf van Mexico. Dat blijkt nu anders: er waren onvoldoende drijvende plastic pijpen beschikbaar om de olie op het water tegen te houden, er lopen nog steeds tests naar het toedienen van oplosmiddelen en de afgelopen weken moest een stalen koepelconstructie gebouwd worden om de olie in op te vangen. Dat experiment mislukte.

McKay’s repliek? „We hebben nog nooit zoiets meegemaakt en we hebben het er duidelijk moeilijk mee. Achteraf hadden we plannen voor een diepzeeramp moeten hebben. Dit was alleen een onvoorspelbaar ongeval.”