De euro is een succes, de banken zijn het probleem

Bij al het geweld van de financiële markten en de stevige koersdaling van de euro zou je bijna vergeten dat de euro een succes is. Een belangrijk reden voor de introductie van de euro was om de landen van de eurozone te laten profiteren van de lage rentes die geassocieerd zijn met de status van reservemunt. De Amerikaanse dollar was decennialang ’s werelds enige reservemunt en de rente in de Verenigde Staten was daardoor structureel lager dan de rente elders ter wereld. De lagere rente leidde tot meer investeringen, meer werkgelegenheid en grotere economische groei. Dit ‘exorbitante privilege’, zoals de voormalige Franse president Valéry Giscard d’Estaing het ooit aanduidde, stelde Amerikanen ook in staat om jarenlang boven hun stand te leven. Ze gaven meer uit dan ze verdienden, de eigen woning diende als geldautomaat.

Sinds de totstandkoming van de eurozone genieten de eurolanden een vergelijkbaar privilege als de VS. Door het versterken van de omvang en liquiditeit van de financiële markten heeft de introductie van de euro geleid tot een lagere reële rente, niet alleen op staatsobligaties maar ook op bedrijfsobligaties, hypotheken en consumptief krediet. De rentedaling was het meest geprononceerd aan de randen van de eurozone. Spanje, Ierland en Griekenland lieten – tot de crisis uitbrak – een bovengemiddelde economische groei van zo’n 5 procent per jaar zien. De cohesie, dat wil zeggen het naar elkaar toegroeien van het inkomen per hoofd van de bevolking in de eurozone, deed zich daadwerkelijk voor. Dit strekt ook landen als Duitsland en Nederland tot voordeel omdat een belangrijk deel van hun export naar landen binnen de Europese Unie gaat en hun afzetmarkt op deze manier groter wordt.

Het is ridicuul om Spanje, Ierland en Portugal als ‘laveloze en onbetrouwbare partners’ te bestempelen, zoals Matthieu Segers afgelopen dinsdag op deze pagina deed. Totdat de economische crisis uitbrak hadden deze landen hun begroting vrijwel net zo goed op orde als Duitsland en Nederland. Voor Griekenland geldt dat niet, maar het is onjuist en kortzichtig om alle perifere landen over één kam te scheren.

Het waren de banken die de hausse in de europeriferie mogelijk maakten door aan Spanje, Griekenland, Ierland en Portugal tegen dezelfde voorwaarden grote geldbedragen uit te lenen als aan Duitsland en Nederland. Ze verzuimden voor de landen in de periferie van de eurozone een reële risicomarge in rekening te brengen. Een neveneffect hiervan was dat de Europese leiders in slaap werden gesust; als de financiële markten geen problemen voorzagen, waarom zouden zij – gewone stervelingen – dat dan wel doen? De markt heeft toch altijd gelijk?

Het veelomvattende pakket maatregelen dat de landen van de eurozone, het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB) afgelopen zondag presenteerden is niet toereikend om de eurocrisis op te lossen. Het gaat immers niet louter om een liquiditeitscrisis maar om een solvabiliteitscrisis. Behalve dat de landen die nu in moeilijkheden verkeren moeten bezuinigen, is het tevens nodig dat de crediteuren zoals de Engelsen zeggen een haircut krijgen, of in goed Nederlands: de banken moeten geknipt en geschoren worden. De overmatige schuldenlast moet worden geherstructureerd door de vorderingen op Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland gedeeltelijk af te boeken. Het grootste risico op moral hazard doet zich namelijk niet voor bij de politici, zoals telkenmale wordt beweerd, maar bij de financiers.

In de VS zijn de winsten van de banken alweer tot recordhoogte gestegen. Dat zijn dezelfde financiële instellingen die in 2008 met tientallen miljarden dollars aan overheidssteun overeind moesten worden gehouden. Voor het eerst in de geschiedenis hebben de trading desks van de vier grootste Wall Street-banken een kwartaal lang elke dag winst geboekt. Goldman Sachs, JP Morgan, Bank of America en Citi Group verdienden gedurende de eerste 65 handelsdagen van 2010 elk zo’n honderd miljoen dollar. Terwijl de verliezen in 2008 werden afgewenteld op de belastingbetalers, komen de winsten nu weer terecht bij een selecte groep financiers, handelaren en bankbestuurders. Voor hen is het een loterij zonder nieten.

De financiële hervormingen die worden voorgesteld, zoals hogere kapitaaleisen en het splitsen van de activiteiten voor commercial banking en investment banking, zullen onvoldoende soelaas bieden. Een verdergaand voorstel voor hervorming van het financiële stelsel komt van Laurence Kotlikoff, hoogleraar economie aan de Universiteit van Boston, die het concept van Limited Purpose Banking propageert. Banken mogen niet meer gokken met andermans geld, omdat de staat, als de verliezen maar groot genoeg zijn, daarvoor moet opdraaien. Alle banken zouden daarom moeten worden omgevormd tot beleggingsfondsen of coöperaties zoals de Rabobank. Het risico wordt zo op transparante wijze beperkt tot de aandeelhouders dan wel leden, terwijl kleine depositohouders worden beschermd door het depositogarantiestelsel.

Onder invloed van de globalisering is de wereldeconomie instabiel geworden. De banken hebben hierin, door grootscheepse risico’s te nemen zonder deze correct te prijzen, een sleutelrol gespeeld. Het is onbestaanbaar dat zij ongeschonden uit de strijd tevoorschijn komen.

Reageren kan op nrc.nl/mees (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)