Cameron stelt macht boven ideologie

Door Nick Cleggs Liberaal-Democraten in zijn kabinet op te nemen, heeft David Cameron het vooruitzicht op vijf jaar Downing Street veilig gesteld, meent Philip Stephens.

David Cameron is een ‘Conservative’ die geboren is om te leiden. De historische plicht van zijn partij om te regeren mocht niet worden verzaakt door ideologische tegenstellingen. Dus rekte hij de regels op en ging in zee met een groep progressieven.

Westminster ademt geschiedenis. Cameron is de jongste hoofdbewoner van Downing Street 10 sinds de Napoleontische tijd (Tony Blair was een paar maanden ouder). Hij leidt de eerste vredestijdcoalitie sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. De ‘Tories’ zijn terug na hun langste periode van politiek ballingschap sinds de breuk over de ‘Corn Laws’ (de graanwetten) van 1840.

Iedereen is het erover eens dat er sprake is van een nieuw landschap. De premier en zijn rechterhand willen regeren voor een periode van vijf jaar. Dat hoeft niet te betekenen dat er sprake is van stabiliteit.

Het is wel een feit dat de conservatieven en de progressieven met hun huwelijk de kiezer proberen te overtuigen van de ambtstermijn van de Tory-leider op nummer 10. Zij hebben immers een einde gemaakt aan de politieke duopolie die sinds het einde van het oorlogskabinet van Winston Churchill bestond.

Het resultaat is een regering die zal worden geleid door zowel pragmatisme als door het verenigen van politieke ideeën. De twee leiders zeggen dat zij beiden geloven in vrijheid, openheid en verantwoordelijkheid. Welke politicus zegt dat niet? Camerons verheffing van macht boven ideologie betekent dat omstandigheden en gebeurtenissen waarschijnlijk de rit zullen leiden.

Een ding waar we zeker van kunnen zijn is dat we, gezien de economische situatie, een pijnlijke periode van bezuinigingsmaatregelen in de publieke sector tegemoet gaan. Het ministerie van Financiën heeft al medegedeeld dat het repareren van de financiële tekorten gepaard zal gaan met ingrijpende bezuinigingen op de Britse uitgaven en aanzienlijke belastingverhogingen. Camerons Engeland zal ook nog een stap terug moeten doen in zijn betrokkenheid met Europa. De premier is een overtuigde Euroscepticus, hoewel in mindere mate dan William Hague, zijn minister van Buitenlandse Zaken. Cleggs enthousiasme voor de Europese Unie is een belangrijke rem op de vijandelijke houding van de ‘Tories’.

De premier is een Atlanticus, maar is gematigd in zijn speciale relatie met Washington. Hoewel voor de oorlog in Afghanistan – tenminste tot nu toe – toont hij weinig enthousiasme voor buitenlandse militaire avonturen.

Consensueel beleid en het opbouwen van een coalitie wordt in de meeste andere geavanceerde democratieën als normaal beschouwd. Het ging hier niet alleen om een nieuwe regering, verklaarde Cameron nogal plechtig, terwijl hij naast Clegg stond in de tuin van Downing Street. Het was het begin van een „nieuw beleid”. Blair, als ik het mij goed herinner, beloofde ooit een „new Britain”.

Er waren deze week momenten waarop het men vergeven zou worden te denken dat de coalitie een onderdeel was van een groot plan, speciaal verzonnen voor de verkiezingsdag. In feite werden de twee mannen in elkaars armen gedreven door de rauwe politieke werkelijkheid.

De eerste stembusuitslag zonder meerderheid sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw bood de Conservatieven slechts een heel onvaste greep op de macht. Aan het hoofd van een minderheidsregering zou Cameron constant tegen de gezamenlijke oppositie van Labour en de Liberaal-Democraten hebben moeten opboksen, zodra hij strenge economische maatregelen had genomen. Door de Liberaal-Democraten in zijn kabinet op te nemen, heeft hij het vooruitzicht op vijf jaar Downing Street veilig gesteld, als de samenwerking standhoudt.

Hieruit kunnen we opmaken dat Cameron eerder een centrumconservatief is in de traditie van Harold Macmillan dan een radicaal zoals Margaret Thatcher. „In de meeste opzichten gematigd”, zo beschrijft een collega hem. Zelf zegt de nieuwe premier dat hij niet geïnteresseerd is in „ismes”.

Camerons favoriete uitspraak – „er bestaat zoiets als de samenleving, maar dat is niet hetzelfde als de staat” – moet enerzijds gezien worden als een voorzichtige afkeuring van Thatchers individualisme, anderzijds als een verwerping van Labours voorliefde voor sterke overheidsbemoeienis.

Clegg is al evenzeer een pragmaticus. Cameron toont zich aanhanger van een sociaal liberalisme, dat dreigt te botsen met de vrij grote rechtervleugel van zijn partij. De leider van de Liberaal-Democraten is in zijn economische visie liberaler dan het grootste deel van zijn natuurlijke aanhang. Beide mannen, zo vermoeden sommigen, voelen zich meer op hun gemak in elkaars gezelschap dan bij de ideologische puristen van hun respectievelijke partijen.

Beiden behoren tot dezelfde politieke generatie van veertigers. Dat is in hun voordeel. Eveneens dat ze allebei in een welgestelde omgeving zijn opgegroeid en een voorliefde hebben voor goed gesneden kostuums, en dat ze hun standpunt delen tegenover burgerlijke vrijheden (die ze willen uitbreiden) en individuele vrijheid. En allebei hebben ze pijnlijke compromissen gesloten – Cameron door een referendum over het kiesstelsel te beloven, Clegg door Tory-beleid te accepteren op het gebied van o.a. immigratie en defensie.

Heel wat minder zeker is of hun gezamenlijke lef in staat is de coalitie in stand te houden. Aan de kant van de Tory’s zijn er nogal wat ministers en parlementsleden die nog steeds terugverlangen naar de rechtse overtuigingen van Margaret Thatcher. Zij zijn razend over Camerons besluit om een volksraadpleging over het kiesstelsel toe te staan.

De hardliners in Cleggs partij zijn al evenzeer verbijsterd. Als de Liberaal-Democraten al naar een coalitie verlangden, dan was het met medeprogressieven in de Labour Partij. Als Labour nu zelf komt met een jonge leider ter vervanging van de verslagen Gordon Brown, riskeert de partij van Clegg zijn aanhang links van het centrum te verliezen.

Cameron, van zijn kant, ziet de vader van het eenheidsconservatisme, de belangrijke politieke hervormer Benjamin Disraeli, als de grote inspirator voor zijn beleid. Van Disraeli heeft hij zijn sterke gehechtheid aan individuele verantwoordelijkheid, regionalisme en pragmatisme geërfd. Toch moet hij erop hopen dat de 19e-eeuwse premier ook het een en ander verkeerd zag. „Engeland”, zei Disraeli ooit, „houdt niet van coalities.”

Philip Stephens is columnist van de Financial Times.

©Financial Times