Alles uit de kaste

Romans uit India die over corruptie gaan, worden vaak gebracht in de vorm van satire. Waarom is dat eigenlijk? En wat wil Vikas Swarup er in zijn nieuwe roman mee bereiken?

Vikas Swarup: Zes verdachten. Uit het Engels vertaald door Caroline Meijer en Saskia van der Linden. Meulenhoff, 479blz. € 19,95

‘Kastelozenporno’, zo werd de acht Oscars winnende film Slumdog Millionaire door sommige critici genoemd. Daarnaast werd de maker van de film ervan beschuldigd het westerse clichébeeld van India te bevestigen: sloppenwijken, callcenters, prostitutie en poep op de stoep. Maar het debuut De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel van de Indiase schrijver-diplomaat Vikas Swarup, waarop de film gedeeltelijk gebaseerd was, gaf niet veel aanleiding te denken dat de film hier de hoofdschuldige was. Op dat callcenter na dan, want in de roman zelf is de hoofdpersoon ober in plaats van iemand die achter de telefoon zit.

Vikas Swarup, nu ambassadeur in Japan, wilde een beeld geven van India: katholicisme, corruptie, incest, verkrachting, doodslag: alles kwam ter sprake. En dat deed hij in een vorm die bij de westerse kritiek wel eens op weerstand stuit: in een verhaal over goed en kwaad dat van onwaarschijnlijkheden aan elkaar hangt.

Het succes van de film en daarmee met terugwerkende kracht van het boek dat in Nederland zo goed als onopgemerkt was gebleven, smaakte kennelijk naar meer. Want nog meer, al dan niet in de werkelijkheid gewortelde, clichés worden in zijn tweede roman Zes verdachten uit de kast getrokken: moord, corruptie (inclusief een corrupte Nigeriaan in India), Bollywood, domme Amerikanen, Al-Qaeda in Pakistan en nu wel een callcenter. En dat weer in een verhaal dat draait om goed en kwaad, arm en rijk.

Deze ingrediënten zijn nodig om het verhaal te vertellen van zes verdachten van de moord op Vicky Rai, gewetenloze playboy en zoon van een corrupte minister van Binnenlandse Zaken. Als lezer kan je er niet echt mee zitten dat deze Vicky Rai is vermoord: hijzelf heeft namelijk verschillende moorden op zijn geweten, waarvan de laatste die op een serveerster is die weigerde hem een drankje in te schenken na sluitingstijd. Omkoping waarborgt vrijspraak ook voor deze moord, maar tijdens het grote feest dat erop volgt, wordt Vicky neergeschoten. Een onderzoeksjournalist vertelt ons vervolgens het verhaal van zes verdachten, die elk een motief en wapen hadden. En dat zijn uiteenlopende types: een bestuurder die tijdens een seance per ongeluk de geest van de serveerster in de gedaante van Gandhi inslikt; een filmster die een dubbelgangster kweekt; een Amerikaanse vorkheftruckbestuurder die in India is voor een bruid op bestelling; een jongen van de Andamaneneilanden die postuum geëerd wordt om zijn onbarmhartigheid; een zakkenroller van mobieltjes en de corrupte vader van Vicky Rai, die af en toe hulp zoekt bij een goeroe die ook filmster Richard Gere van zijn twijfels afhelpt.

De rijken zijn slecht, de armen over het algemeen goed, en dat is allemaal wat karikaturaal neergezet. Maar dat laat onverlet dat de zes verhalen over de verdachten vaak mooie portretten opleveren die elke keer vrij onvoorspelbaar eindigen. De bestuurder die bij elke schok in Gandhi verandert is geestig. De inboorling, die erg zwart afsteekt bij de Indiase bevolking en maar anderhalve meter lang is, heeft weliswaar een iets te mooie inborst, maar is bij vlagen ook aandoenlijk door zijn vragen (‘ben jij een kannibaal?’ – ‘wat is een kannibaal?’) Daar komt bij dat Swarup een vlotte verteller is, en goeie dialogen schrijft. Geen wonder dat de BBC een hoorspel van de roman heeft gemaakt. Daarin schuilt ook wel weer Swarups tragiek: zijn betrokkenheid bij de Indiase maatschappij blijkt duidelijk uit de romans, maar het zijn Amerikaanse filmproducers en Britse radiomakers die ermee aan de haal gaan.

Maar behalve bewondering voor de vlotte manier van vertellen, roept de roman ook vragen op. De eerste hangt samen met een vorm die je de laatste tijd meer ziet bij Indiase romans die gepresenteerd worden als ‘hier wordt het echte India getoond’: ze gaan over corruptie en de vorm is bij voorkeur satirisch. Aravind Adiga kreeg de Booker Prize voor zijn satirische roman De witte tijger, en ook in zijn Tussen de aanslagen gingen enkele verhalen over corruptie met satire gepaard. Vikram Chandra’s voortreffelijke Godenspelen maakt er soms ook gebruik van.

Dat de verbeelding van het Indiase landschap is vervangen door corruptie, zal een teken des tijds zijn, maar de vraag is wel waarom satire zo vaak het middel is. Er is sprake van een wrange ondertoon, de betrokkenheid bij de problemen van de uitzonderlijke Indiase democratie zijn relevant. Maar de verpakking maakt dat er toch ook afstand is – en welk doel dat dient, is mij een raadsel. Is dit een vorm van ‘salonbetrokkenheid’ bij de arme kasteloze bevolking door goed opgeleide Indiërs, of is het onderwerp te gevoelig en is daarom de vlucht naar de veilige satire nodig? Of, in het geval van Swarup, heeft hij het nodig in zijn positie als diplomaat om eventueel het vangnet te kunnen gebruiken van: het is allemaal vooral grappig bedoeld?

Pregnanter is de vraag die het slot van Zes verdachten oproept. Daarin neemt de moordenaar op Vicky Rai het woord: ‘Ik ga ervan uit dat mijn daad opgevat zal worden als de voltrekking van gerechtigheid door een verontruste burger, een burger die het recht in eigen hand neemt wanneer de maatregelen van de gevestigde autoriteiten ontoereikend zijn. En de maatregelen van de gevestigde autoriteiten waren duidelijk ontoereikend.’ Waarna hij verklaart dat een revolutie, in dit geval om een einde te maken aan een democratie die gedijt op smeergeld en vriendjespolitiek, alleen kan ontstaan door dergelijke daden, en door de zakkenrollers en inboorlingen – ‘de voetsoldaten van een revolutie’ – met een gouden hart. Je kan het lezen als een merkwaardig pleidooi voor een extreme vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, die door Swarup niet wordt gerelativeerd. Terwijl je je als lezer bij een aanslag vanuit zogenaamde nobele motieven – afgelopen weekend weer door maoïstische opstandelingen – toch afvraagt of het doel de middelen heiligt.

Een pleidooi voor gewelddadige rechtvaardigheid in de vorm van satire loopt het gevaar uit te monden in verontrustende vrijblijvendheid.