Zij verdienen niks aan het WK

Over een maand begint het WK voetbal in Zuid-Afrika.

De stadions vallen duurder uit. De kaartverkoop valt tegen. Wat houdt het land eigenlijk aan het WK over?

Ze was al een van de beroemdste kunstenaars van Zuid-Afrika, maar sinds kort zit Esther Mahlangu (74) ook in zaken. „Ik ben begonnen in de hospitality industry”, straalt de oude dame, sjokkend over haar ommuurde erf ten oosten van Johannesburg. Ze ontgrendelt een fors traliehek van een vrolijk beschilderd huis. „Twee jaar terug speciaal gebouwd voor het wereldkampioenschap voetbal”, wijst Mahlangu. „Al het familiegeld zit erin.”

Maar terwijl het WK al over een maand begint, is er nog geen boeking binnen. „De overheid heeft altijd gezegd dat we in Zuid-Afrika een groot tekort hebben aan kamers, dus dat zit wel goed.”

Iedereen zou rijk worden in Zuid-Afrika. Toen Sepp Blatter van de internationale voetbalfederatie FIFA in 2004 bekendmaakte dat Zuid-Afrika het WK mocht organiseren, zongen duizenden kelen in de zwarte woonwijk Soweto dat ‘het geld nu zal binnenstromen’.

Maar veel mensen hebben hun verwachtingen inmiddels getemperd. Straatverkopers die dachten dat ze rondom de stadions op speeldagen zaken konden doen, hebben van de politie te horen gekregen dat ze juist op die speeldagen niet welkom zijn.

Slechts officiële FIFA-sponsors, zoals McDonald’s en Coca-Cola, mogen met de verkoop van eten en drinken aan de voetbalfans verdienen. Grote Zuid-Afrikaanse bedrijven die het in hun hoofd halen om in reclames toespelingen te maken op het wereldkampioenschap, krijgen direct een batterij advocaten op hun dak. De vlag, ‘2010’, de afbeelding van een voetbal en zelfs ‘Zuid-Afrika’ zijn in advertenties niet toegestaan in combinatie met het woord ‘wereldkampioenschap’. Vrijwel alle inkomsten uit marketing en sponsoring gaan naar de FIFA. Alleen met de opbrengst van de kaartverkoop kan een gastland de investeringen terugverdienen.

Sinds de eerste ramingen zijn de kosten van nieuwe stadions, infrastructuur en veiligheidsmaatregelen voor het WK al verdrievoudigd. De overheid hield in 2004 rekening met 1,7 miljard euro, terwijl inmiddels de kosten volgens ramingen rond de 4 miljard euro liggen. En de kaartverkoop verloopt minder voorspoedig dan begroot. Vooral buiten Zuid-Afrika zijn minder kaartjes voorkocht dan voorzien. Het aan de FIFA gelieerde bedrijf Match, dat reispakketten verkoopt en hotelkamers doorverhuurt, heeft inmiddels naar schatting de helft van de aanvankelijk gereserveerde kamers weer teruggegeven aan de eigenaars, die ze nu zelf moeten verhuren.

„De verwachtingen van het WK zijn altijd te hooggespannen geweest”, zegt Gillian Saunders van Grant Thornton, een consultancy- en accountancybedrijf. „Maar dat betekent niet dat het toernooi voor Zuid-Afrika als geheel niet goed zou zijn.”

Saunders ergert zich aan media die de laatste maanden suggereren dat Zuid-Afrika aan de organisatie van het sportevenement bijkans failliet zou gaan. „Misschien dat op microniveau van het WK mensen niet direct veel beter worden, op macroniveau kan ik niet zien waarom het WK slecht zou zijn voor Zuid-Afrika.”

Terwijl buitenlandse supporters bij het WK in 2006 in Duitsland gemiddeld 2,5 wedstrijd bezochten, zullen mensen die naar Zuid-Afrika vliegen volgens Saunders tussen de vier en vijf wedstrijden zien. Totaal ongeveer 373.000 bezoekers zullen zo’n 800 miljoen euro uitgeven. En omdat normaal gesproken de wintermaanden juni en juli voor Zuid-Afrika laagseizoen zijn, zal het WK geen invloed hebben op de reguliere vakantie-industrie, denkt Saunders.

Ook op de lange termijn is het beeld minder somber dan critici doen geloven. „Mede dankzij het WK is Zuid-Afrika al na twee kwartalen uit de recessie. We hadden een investeringspakket nog voordat de crisis toesloeg”, zegt ze, verwijzend naar de miljarden die de overheid in nieuwe wegen, stadions en openbaar vervoer heeft gestoken. Volgens haar „conservatieve” schatting is zeker een half procent economische groei in 2010 rechtstreeks tot het WK te herleiden.

En voor de Zuid-Afrikanen is het WK, zestien jaar na het einde van de apartheid, „de lijm die het land bij elkaar houdt”, heeft onderzoeker Udesh Pillay van de Human Sciences Research Council al eens opgemerkt. „Mensen die vanuit het buitenland naar Zuid-Afrika kijken of louter naar cijfers kijken, zien niet wat het organiseren van zoiets groots voor de sociale cohesie in het land kan betekenen”, zegt Laurine Platzky, de WK-coördinator van de West-Kaapprovincie. „Het toernooi biedt een grote kans om te laten zien dat voetbal een niet-raciale en niet-klasse- of -seksegebonden sport is die niet alleen door achtergestelde zwarten in arme wijken gespeeld wordt”, zegt zij.

Tijdens de apartheid was voetbal in Zuid-Afrika een vrijwel exclusief zwarte sport, terwijl rugby en cricket vooral door witte Zuid-Afrikanen gespeeld werden. „Maar bij de eerste voetbalwedstrijd in het nieuwe stadion in Kaapstad zat een compleet gemengd publiek”, zegt Platzky. „Zuid-Afrika is door de apartheid terecht compleet geïsoleerd, door het WK maken onze kinderen nu kennis met de rest van de wereld. En de wereld leert ons weer kennen.”

Lees meer over het WK op Sport, pagina 14 en 15