Te gast bij een kleine platinakoning

Dankzij de ‘platinakoning’ heeft Rustenburg een stadion. Eerste deel in een rondreis langs de negen speelsteden van het WK voetbal in Zuid-Afrika.

Rustenburg, 12 mei. - De speelstad heet volgens de FIFA-agenda officieel Rustenburg. Maar wie in de slaperige mijnplaats in het noordwesten van Zuid-Afrika de FIFA-bordjes richting het plaatselijke stadion volgt, laat de stad al snel weer achter zich. Als op zaterdag 12 juni Engeland en de VS hun eerste groepsduel spelen, dan is dat niet in Rustenburg zelf maar in het plattelandsdorp Phokeng. Dankzij een rechtszaak, een ambitieuze koning en de negentiende-eeuwse boerenleider Paul Kruger woont hier de rijkste stam van Afrika. In elk geval op papier.

Het stadion was een ideetje van de koning. „Het is het enige stadion tijdens het WK dat eigendom is van de lokale gemeenschap”, zegt Joseph Rapetsana, een van de bestuurders van de Bafokeng en assistent van de koning. „Het was bedoeld voor als Zuid-Afrika ooit de Olympische Spelen zou organiseren, maar het wereldkampioenschap voetbal is een mooi begin.”

Rapetsana is een ‘kgosana’, wat letterlijk ‘kleine koning’ betekent. Als een van de stamoudsten van de Bafokeng dient hij met alle egards behandeld te worden. „Niet gaan zitten voordat hij zit, spreek hem aan met zijn titel en val hem nooit in de rede”, had de blanke communicatieman van de Bafokeng vooraf gewaarschuwd. „Maar verder is hij best relaxed.”

De kleine koning voldoet niet bepaald aan het beeld van een traditioneel leider in Afrika. Strak in het pak, zijn duim vastgekleefd aan de Blackberry, ontvangt hij gasten in een vergaderzaal waar de raad van bestuur van een willekeurige multinational zich niet voor zou schamen.

Paul Kruger, die later president van de Transvaal-republiek zou worden, vertelt de kleine koning, had eind negentiende eeuw even buiten Phokeng, temidden van het Bafokeng-volk, zijn boerderij Boekenhoutfontein. „Toen Kruger onze koning vroeg hoe wij ons volk dachten te ontwikkelen, antwoordde hij dat we in elk geval onze grond hadden.” Maar dat was een misverstand, zei Kruger. „De blanke kolonisten hadden papieren waarop het recht op de grond was vastgelegd. Wij niet. Hij adviseerde ons om boerderijen te kopen, zodat we konden aantonen dat dit onze grond was.”

Duizenden onderdanen vertrokken op verzoek van de koning naar de diamantmijnen in Kimberley, drie uur verderop. Met het geld dat ze daar verdienden werd een aantal landerijen, waaronder Boekenhoutfontein, aangeschaft. „Wat niemand toen wist was dat diep onder de grond de rijkste platina-aders van de wereld lagen”, glimlacht de kleine koning.

Na decennialange juridische procedures dwongen de Bafokeng in 1999 mijngigant Implats om een deel van de opbrengsten voor de lokale gemeenschap te reserveren. Zeven jaar later kregen de Bafokeng zelfs 13,2 procent van de aandelen in het bedrijf (ter waarde van circa 4 miljard euro) in handen. De Royal Bafokeng Holdings, het bedrijf dat namens de ondernemende stam de investeringen beheert, houdt kantoor in het zakenhart van Johannesburg. Om de risico’s te spreiden zijn inmiddels ook grote aandelenpakketten in andere sectoren aangeschaft.

„Met het rendement wil de koning zijn 300.000 onderdanen ontwikkelen”, zegt communicatieman Martin Bekker, bij een tentoonstelling in het Bafokeng-hoofdkwartier waarop het ‘Masterplan 2035’ uit de doeken wordt gedaan. De koning is architect van opleiding en heeft het plan zelf met een stedenbouwkundige uit Singapore in elkaar gedraaid. Boven afbeeldingen van krotten staat ‘nu’ en boven foto’s van gigantische villa’s en spierwitte appartementencomplexen ‘toekomst’. Ezelkarren moeten vervangen worden door lightrail en taxi’s, en er moeten recreatiegebieden, hoogwaardige ziekenhuizen en scholen komen. „Is het niet geweldig? Eindelijk een Afrikaans volk dat zelf profiteert van de opbrengst van de bodemschatten”, jubelt Bekker. „Misschien dat het er niet precies zo uit gaat zien als op deze plaatjes, maar het begin is er.” Die waarschuwing was niet ten overvloede. „Van de grootse plannen is volgens mij alleen het stadion en het basiskamp voor het Engelse team gerealiseerd”, sombert activist Thusi Rapoo als we met de auto tussen de mijnschachten en de vervallen huisjes in het nabijgelegen dorpje Luka doorrijden. De plannen zijn volgens hem „te extravagant om waar te zijn”.

Rapoo: „Ze geven ons iets om naar uit te kijken, zodat we niet in opstand komen. Als het wereldkampioenschap hier voorbij is, dan ben ik benieuwd of ze met evenveel enthousiasme al die andere plannen gaan uitvoeren.”

„Dream no small dream, it lacks magic”, luidt het motto van de koning volgens de tentoonstellingsdisplays. „We hebben nog voor honderd jaar platina”, zei de kleine koning met de Blackberry. „Dan moet je ver vooruit plannen.”