Stemrecht bij Unilever wijzigt

Aegon, ING en ASR raken een deel van hun stemrecht bij Unilever kwijt. Een meerderheid van de aandeelhouders stemde gisteren voor het terugkopen van de cumulatief preferente aandelen die de drie financiële instellingen bezitten. De aandelen vertegenwoordigen een belang van 0,4 procent, maar geven 30 procent stemrecht. Unilever vindt deze verhouding „disproportioneel” en wil de invloed van de drie beperken.

Tussen 1926 en 1964 gaf het destijds noodlijdende Unilever de aandelen in drie tranches uit. De stukken geven een vast dividend van 4, 6 en 7 procent per jaar. De aandelen met een rendement van 4 procent kan Unilever terugeisen. Dit zal de was- en voedingsmiddelen fabrikant circa 35 miljoen euro kosten. Voor de aandelen met een dividenduitkering van 6 en 7 procent, geldt dat niet: dit zijn eeuwigdurende aandelen die alleen door de aandeelhouder zelf kunnen worden teruggegeven.

De drie instellingen zijn niet van plan dat te doen. Unilever biedt nu voor het totale pakket 155 miljoen euro. Volgens advocaat Marius Josephus Jitta, die namens Aegon, ING en ASR optreedt, is dit bedrag veel te laag. Hoeveel ING, Aegon en ASR met het teruggeven van de aandelen precies mislopen, valt volgens Josephus Jitta niet te bereken, omdat het eeuwigdurende aandelen betreft. Bij elkaar gaat het jaarlijks om miljoenen, bevestigt een woordvoerder van ING.

Unilever gaat nu met de drie financiële instellingen onderhandelen. Advocaat Josephus Jitta liet gisteren desgevraagd weten dat Aegon, ING en ASR bereid zijn de relatief grote zeggenschap gedeeltelijk in te leveren. Het hoge jaarlijkse rendement willen ze in principe behouden.

Bestuursvoorzitter van Unilever Paul Polman benadrukt dat de geboden prijs in zijn ogen reëel is. Het herstellen van de democratie binnen het concern is voor het bedrijf echter zo belangrijk, dat Unilever zich „flexibel” zal opstellen.