Nederland fiscaal sterk concurrerend

Nederland heeft een reputatie van hoge belastingen. Maar de fiscale tarieven voor bedrijven zijn zeer concurrerend, blijkt uit recent onderzoek van KPMG.

Nederland heeft het gunstigste fiscale ondernemingsklimaat in Europa. In een internationale vergelijking van de belastingheffing voor ondernemingen staat Nederland op de derde plaats, na Mexico en Canada.

Dit blijkt uit een onderzoek van accountant- en adviesbureau KPMG in tien landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en West-Europese landen. In het onderzoek is gekeken naar de vennootschapsbelasting, de loonbelasting en andere vormen van belasting waar een ondernemer mee te maken heeft. Daarbij gaat het om ondermeer lokale, regionale en stedelijke belastingen. De totale belastingendruk is omgerekend naar een index (de zogenoemde Total Tax Index) waarbij de belastingdruk in de Verenigde Staten als maatstaf is genomen.

In het belastingonderzoek is gekeken naar de belastingheffing voor een niet-financiële onderneming. In de meeste internationaal vergelijkende studies wordt vaak alleen gekeken naar de vennootschapsbelasting.

In 2008 is een vergelijkbaar onderzoek gedaan, waarbij Nederland toen op de tweede plaats stond, na Mexico en voor Canada.

„In dit onderzoek is gekeken naar landen waarmee Nederland moet concurreren en blijkt dat Nederland een concurrerend systeem van belasting heffen heeft”, zegt Jaap Bellingwout, partner bij KPMG Meijburg & Co. „De randvoorwaarden zijn goed. Het wordt tijd om dat internationaal onder de aandacht te brengen, want in het buitenland bestaat vaak het beeld dat de belastingen in Nederland voor reële bedrijfsactiviteiten relatief hoog zijn.”

Nederland is met name aantrekkelijk voor bedrijven die veel aan onderzoek en ontwikkeling doen. Alleen in Australië wordt research & development fiscaal gunstiger behandeld. De positie van Nederland als kenniseconomie is al jaren in het gedrang. De groei van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling ligt ten opzichte van het bruto binnenland product al bijna tien jaar stil, terwijl de meeste andere Europese landen een groei laten zien. Nederland wil tot de vijf beste kennissamenlevingen van de wereld behoren. Deze ambitie sprak de Tweede Kamer vorig jaar september unaniem uit in de motie van PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer. Daarvoor zou Nederland zo’n 3 procent van het bruto binnenlands product moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling – op dit moment komt Nederland net boven het OESO-gemiddelde van 1,5 procent uit. „Het investeren in speur- en ontwikkelingsactiviteiten blijft een bedrijfsbeslissing”, zegt Bellingwout. „Maar fiscaal zijn de randvoorwaarden erg gunstig.”

In het onderzoek is ook gekeken naar de belastingheffing in 41 steden, ondermeer naar de onroerendezaakbelasting. Den Haag en Amsterdam staan op zes en zeven. De lijst wordt aangevoerd door Vancouver, daar is het belastingklimaat voor een niet-financiële onderneming het gunstigst.

Het belastingonderzoek is een vervolg op eerder onderzoek. Daaruit bleek dat Nederland de goedkoopste vestigingsplaats in Europa is voor buitenlandse bedrijven. De concurrentiepositie van Nederland is „aanzienlijk verbeterd”, zegt Elbert Waller, hoofd internationale zaken van KPMG. „Twee jaar geleden had Nederland nog te maken met een kostennadeel ten opzichte van Frankrijk en Groot-Brittannië.”

In de onderzoeken is gekeken naar de kosten, inclusief belastingen, bij het opstarten van een bedrijf en naar de operationele en fiscale kosten over een periode van tien jaar. Per sector zijn onder meer de kosten van huisvesting, energie, transport, telecommunicatie en arbeid onderzocht. Het onderzoek wordt meegefinancierd door instellingen die belang hebben bij buitenlandse investeringen in Nederland. „Deze sponsoring maakt mogelijk dat Nederland meedoet in het onderzoek”, zegt Waller. „Het heeft uiteraard geen invloed op de resultaten.”