Kunstfestival tussen theater en toeval

Theater Lotte van den Berg/ OMSK: En Passant, Carly Wijs: F=ma. Gezien: 7/5 Kunstenfestivaldesarts, Brussel. T/m 29/5. Inl.: www.kfda.be

Honderden mensen vieren feest in het hart van Brussel, aan een plein schuin tegenover de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS). Zuidelijke muziek, dansende echtparen, verliefde jongeren. Het is rond middernacht. De feestvierders gooien handenvol witte confetti in het rond, alsof het sneeuwt. Ze maken deel uit van de voorstelling En Passant, geregisseerd door de Nederlandse theatermaker Lotte van den Berg. In haar opzet is de grens tussen theater en toeval, regie en willekeur, moeilijk te trekken.

Afgelopen weekend opende het Brusselse Kunstenfestivaldesarts, dat jaarlijks in mei plaatsvindt. Het festival is gericht op nieuwe stromingen in het theater met het accent op performance, dans, video en film. Het klassieke repertoire ontbreekt, met als enige uitzondering Een poppenhuis van Henrik Ibsen in de regie van de Argentijn Daniel Veronese.

Volgens artistiek leider Christophe Slagmuylder toont deze vijftiende editie „de hedendaagse internationale creatie” waarin de zorg om het „nu” wordt uitgedrukt. Een intrigerend motto van Peter Sloterdijk, geïnspireerd door Kafka, moet de uiteenlopende stijlen van het festival vangen: „Steeds onder zelf gebouwde daken te zijn, betekent gevangene te worden van een voorbije vrijheid.”

Plots bevriezen de feestvierders uit En Passanten staren ons, toeschouwers, aan. Ze nodigen ons uit deel te nemen, maar de invitatie is vergeefs: de wereld tussen feestvierders en toeschouwers blijft gescheiden. Dat kan niet de bedoeling zijn Van van den Berg ervaringstheater. Een van de feestacteurs beklimt een hoge ladder. „Spring!” roept men hem toe. Hij blijft onbewogen staan. Hij kijkt omhoog en met zijn blik gaan we mee, en ontdekken in de hoogte het glimmende oog van een camera.

Later op de nacht is een projectie van het feest in de schouwburg te zien: van de menigte is nauwelijks iets over. Als in de diepte van een ravijn zijn de mensen wat bijeengeveegde kruimels.

Actrice en performer Carly Wijs, afkomstig van de Toneelacademie in Maastricht, vindt haar ideeën bij de Albanese schrijver Ismail Kadare. In de novelle Maannacht (1985) beschrijft hij het verstikkende proces van roddels en geruchten in een communistische maatschappij. Een jonge, zelfstandig vrouw wordt slachtoffer van een lastercampagne. Wijs noemt haar performance met een natuurkundige formule F=ma: kracht is massa maal versnelling. Eén kleine roddel kan fatale gevolgen hebben.

Wijs en twee performers vertellen op een leeg, zwart toneel het verhaal, in het Engels. Beethovens Mondscheinsonate weerklinkt. De maanbol schijnt. In deze maannacht gebeuren de ergste dingen, tot de dood volgt. De uitvoerders spreken de zaal rechtstreeks aan. Aan de ene kant is dat een indringende vorm, alsof wij medestanders van die laster zijn. Anderzijds ontbeert de uitvoering hierdoor spanning tussen de spelers.

Dat is jammer. Hoe strikt zowel Van den Berg als Wijs zich aan Sloterdijks woorden hebben gehouden is moeilijk te zeggen, toch is in beide optredens iets te herkennen van een „voorbije vrijheid”. Van den Bergs cameraoog en de teksten van Kadare maken ons bewust van gevangenschap, al denken we vrij te zijn.