Journalistenheroïek en het lijden van Oost-Timor

Balibo. Regie: Robert Connolly. In 2 bioscopen ***

Roger East is zo’n journalist van middelbare leeftijd bij wie passie en betrokkenheid allang zijn geblust door cynisme en alcohol – u kent het type. Tot de spoorloze verdwijning in 1975 van vijf jonge Australische tv-journalisten die de landing van Indonesische bezettingstroepen in Balibo, Oost-Timor, vastleggen. East wordt uit zijn sluimer gewekt door de vurige Oost-Timorese rebel José Ramos-Horta. East zegt toe minister van Informatie van Horta’s jonge en gedoemde bewind te worden als hij eerst het lot van de ‘Balibo Five’ mag onderzoeken.

Roger East is een fictief karakter, de ‘Balibo Five’ zijn echt. In 1975 werd het nieuwe bewind in het net onafhankelijke Oost-Timor verdacht van communisme: Australië en de VS keken weg toen bondgenoot Indonesië het eiland onder de voet liep.

Balibo gaat over het historische onrecht dat Oost-Timor werd aangedaan. Maar een westers publiek krijg je pas warm voor derdewereldleed als het zich kan verplaatsen in blanke ooggetuigen. In de film snijdt de Oost-Timorees Ramos-Horta die kwestie aan. „Om 40.000 bruine doden geeft u niets”, verwijt hij Roger East. „Maar worden vijf blanke journalisten gedood, dan moet het recht opeens zegevieren.”

Indirect een soort zelfverwijt van de filmmaker, want het zij zo: ook in Balibo ligt de klemtoon eerder op westerse journalistenheroïek dan op het lijden van Oost-Timor. Regisseur Robert Connolly doet dat overigens bekwaam. De reis van Roger East richting Balibo doorsnijdt hij met diezelfde tocht, even eerder, door de vijf van Balibo. Zo kan East het dorp waar de journalisten een warme avond beleven, uitgemoord terugvinden.

Het zwakke punt van Balibo is de wankelmoedige houding van Roger East: eerst uitgeblust, dan onversaagd op jacht naar de primeur, dan weer doodsbenauwd, dan weer suïcidaal dapper. Iets te abrupt om helemaal geloofwaardig te zijn: East is minder een karakter dan een belichaming van het wankelmoedige westerse geweten.