Het beest op de beurs

De stemming was toch al nerveus op Wall Street, vorige week donderdag. De problemen in Europa, een flink stijgende dollar en onzekerheid over het economisch herstel en de koers van het monetaire beleid in de VS beloofden niet veel goeds voor de handelsdag.

Maar dat rechtvaardigde niet de abrupte en paniekerige daling van de Dow-Jonesindex die donderdagmiddag plaatsvond. De koersen kelderden met bijna 10 procent in een half uur. Sommige aandelen waren korte tijd niet meer dan een cent waard. De handel liep volledig vast.

Uiteindelijk sloot New York met een licht verlies. Maar de gebeurtenis blijft significant. Kennelijk is de aandelenmarkt tegenwoordig in staat om in een mum van tijd extreme koersuitslagen te genereren. De laatste van dit soort, in snelheid en omvang, kwam voor tijdens de krach van 1987.

Aanvankelijk werd gedacht dat menselijk falen de oorzaak was van de paniek. Maar een zogenoemde fat finger – waarbij een handelaar een foute en veel te grote order intoetst – lijkt na voorlopig onderzoek niet waarschijnlijk.

Dat is verontrustend. Een menselijke fout is een aanwijsbaar en ook te bestrijden euvel. Gisteren liet de Securities and Exchange Commission (SEC) echter in een sessie met het Amerikaanse Congres weten dat het de oorzaak van de koersval nog niet heeft achterhaald. Dat is pas echt angstwekkend. Kennelijk is er iets mis met het systeem zelf en komen zelfs de machtigste toezichthouders, waaronder ook de termijnbeursautoriteit CFTC, daar vier dagen na dato nog niet achter.

Het systeem zelf is afgelopen jaren dramatisch veranderd. Niet alleen de New York Stock Exchange of de Nasdaq zijn de plekken waar wordt gehandeld. Er zijn op dit moment in de VS een stuk of vijftig platforms waar aandelenhandel plaatsvindt. Die handel wordt gedomineerd door computergestuurde beleggers die een voortdurende, massale stroom van orders plaatsen. Steeds meer in fracties van een seconde. Deze high frequency traders zijn al goed voor tweederde van alle beursomzet.

Financiële derivaten drijven ook hier de handel voort. De order waarmee het donderdag vermoedelijk allemaal begon, behelsde zogenoemde mini-termijncontracten op de Standard & Poor’s beursindex. Dat is een instrument waar normaal massaal in wordt gehandeld, maar deze ene order wist als een vlinder een orkaan te veroorzaken.

De gebeurtenis is eens te meer een bewijs dat het huidige financiële stelsel een waterhoofd is voor de reële economie. Zwaar, groot, allesoverheersend en niet langer een weergave van de werkelijkheid, maar juist de factor met de grootste invloed. Een goed werkende, open en liquide financiële markt is van groot belang voor de vrije economie. En er moet omhoog én omlaag gespeculeerd kunnen worden. Maar er zijn, zeker met het oog op de kredietcrisis, tekenen dat de sector als een dolle stier door de samenleving rost.

Het temmen van het beest, zonder dat het zijn karakter en impulsen verliest, is nu een van de grote opgaven.