Een judaskus voor de president

Het draait allemaal om vertrouwen. Als iemand zich daar bewust van is, is het president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB). Als financieel toezichthouder weet hij als geen ander wat een gebrek aan vertrouwen kan veroorzaken. De kredietcrisis van 2007 was een angstaanjagend voorbeeld van het wegvallende vertrouwen tussen banken. De huidige Griekse schuldencrisis is zo mogelijk een nog beangstigender voorbeeld.

Maar ook het vertrouwen in DNB in het algemeen en Wellink in het bijzonder is steeds vaker onderwerp van discussie. Met enige regelmaat steekt er een felle storm van kritiek op over het functioneren van DNB. Gefaald bij ABN Amro, fouten gemaakt bij Icesave, niet hard genoeg gewaarschuwd voor de kredietcrisis, te laat in actie gekomen. En altijd wordt die kritiek gevolgd door die ene oproep: aftreden!

Ogenschijnlijk blijft Wellink daar stoïcijns onder. En waarom ook niet? Hij is oprecht overtuigd van de juistheid van zijn handelen en blijft onvermoeibaar herhalen waarom hij welke beslissingen genomen heeft in de crisis. Op alle kritiek heeft hij een goed beargumenteerd en goed gedocumenteerd verweer.

Wie hem aanhoort, kan vaak niet anders dan concluderen dat Wellink gelijk heeft. Het lijkt echter niet meer uit te maken of Wellink terecht in de verdediging gaat. Het negatieve beeld blijft bestaan. Zelf zei hij daar recent over dat de verwachtingen van wat een toezichthouder vermag te hooggespannen zijn.

Deze week kwam er een nieuw tegenslag voor Wellink bij. De Kamerfractie van het CDA maakte een draai van 180 graden door ineens vóór een parlementaire enquête te pleiten als vervolg op het eerste onderzoek van de commissie-De Wit naar de crisis. Daarmee is een ruime Kamermeerderheid voor een enquête.

Politiek gezien is de draai van het CDA begrijpelijk. De coalitie met de PvdA liep onlangs stuk, en in een enquête zal in elk geval oud-minister en oud-PvdA-leider Wouter Bos onder ede gehoord gaan worden over de keuzes die hij maakte tijdens de crisis. Dat kan de PvdA alleen maar schade opleveren, redeneren de christen-democraten.

Belangrijker is echter dat het CDA nu ook akkoord is met een verhoor van Wellink onder ede. Voor DNB zelf is dat overigens geen probleem: de geheimhoudingsplicht van de toezichthouder weegt zwaarder dan het onder ede horen. Het signaal is echter helder: het CDA zegt indirect het vertrouwen in Wellink op. Een eventuele herbenoeming na 2011, iets waar Wellink zelf wel eens op heeft gehint, lijkt daarmee uitgesloten. Gelijk hebben is nu eenmaal niet hetzelfde als gelijk krijgen.

Egbert Kalse