Een cynicus bekeert zich tot Robin Hood

Robin Hood. Regie: Ridley Scott. Met: Russell Crowe, Cate Blanchett, Mark Strong, Oscar Isaac, Max von Sydow. In 93 bioscopen. ****

Hollywood haalt Robin Hood elke generatie opnieuw uit de mottenballen. Na Douglas Fairbanks, Errol Flynn, Sean Connery en Kevin Costner is het in 2010 de beurt aan Russell Crowe om de gentlemanbandiet tot leven te wekken.

Vanavond opent regisseur Ridley Scott met Robin Hood het festival van Cannes. Ooit heette het script Nottingham en was de held de sheriff, een redelijk man in de knel tussen een corrupt regime en bosanarchist Robin Hood. Iets te radicaal voor Hollywood: na veel bewerkingen is Robin Hood, net als de nieuwe Batman en James Bond, gewoon een ‘prequel’, ofwel proloog. Hoe huurling Robin Longstride uitgroeit tot Robin Hood.

Sherwood Forest, de sheriff en vadertje Tuck: ze spelen nauwelijks een rol in dit hooggestemd epos over een cynicus die door de liefde van fiere weduwe Marion zijn geweten hervindt en de natie redt. Robin Hood neemt zichzelf erg serieus, maar is lichter van toets dan Scotts eerdere epen Gladiator en Kingdom of Heaven. De vrolijke legende van Robin Hood staat geen echte tragiek toe, wel een strijd voor vrijheid en vaderland. Ging Scotts kruistochtfilm Kingdom of Heaven (2005) over de ‘War on Terror’, in Robin Hood keren de strijders gedesillusioneerd huiswaarts. Hood is sergeant in het leger van Richard Leeuwenhart, die zich na zijn kruistocht een weg door Europa plundert. Als Hood zijn vorst massamoord op moslims verwijt, raakt hij in ongenade. Leeuwenhart sneuvelt, Hood keert terug naar een onder belastingen zuchtend Engeland.

Tegen militaire avonturen en belastingen: Robin Hood bedient zo links én rechts. Toch kan de film bogen op een relatief volwassen script vol complexe intriges en spitse dialogen. Glossy gefilmd, met Scotts vertrouwde flair voor veldslagen, belegeringen en charges, levert dat een zwierige actiefilm op die zijn clichés – boeren die in een brandend huis worden samengedreven – in een frisse context plaatst. Met een centrale rol voor ‘bad king John’ (Oscar Isaac), een ambivalent karakter vergeleken met de wufte intrigant in eerdere films. John is een koppig arrogante vorst die door machinaties van favoriet Godfrey (Mark Strong), een Franse dubbelspion, gemene zaak moet maken tegen zijn opstandige baronnen en Robin Hood. Zij eisen dat hij de Magna Charta, een grondwet, tekent.

Het eind van Robin Hood suggereert een vervolg. Dat bepaalt de kassa: de film test ook het hitpotentieel van Russell Crowe na het floppen van zijn thriller State of Play. In Robin Hood etaleert Crowe routineus zijn ruige, doorleefde charisma. Zijn romance met Cate Blanchett overtuigt, maar zal tieners wat geriatrisch aandoen. Een risico, maar dat is deze ‘extreme makeover’ van een vertrouwde legende sowieso.