DNA-profiel gaat vaker de EU rond

Vorige week bekende een man na een DNA-match de moord op Andrea Luten.

Ook misdaden over de grens worden steeds vaker met behulp van DNA opgelost.

Vijftien jaar later liep hij alsnog tegen de lamp, de Duitser die in 1994 de 72-jarige Fieny Wouters in Heerlen om het leven bracht. Net als vorige week in de moordzaak van Andrea Luten (zie inzet) gebeurde dat dankzij vergelijking van DNA-profielen. Sinds juli 2008 vergelijken Nederland en Duitsland elkaars DNA-databanken. Dat leidde vorig jaar tot een match met een 51-jarige man uit Kaiserslautern. Hij is in Duitsland inmiddels veroordeeld tot negen jaar celstraf.

De DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is sinds 2005 explosief gegroeid. In dat jaar werden de mogelijkheden verruimd om DNA-profielen bij veroordeelden en verdachten af te nemen. De databank bevat 98.000 persoonsprofielen en nog eens 42.000 sporenprofielen.

Dit jaar zal dat aantal nog verder toenemen, verwacht het NFI, want deze maand treedt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geheel in werking. Iedereen die in voorlopige hechtenis wordt genomen voor een delict waar minimaal vier jaar cel voor staat, moet DNA afstaan. Tot nu toe was die groep beperkt tot zedendelinquenten, veelplegers en geweldplegers.

Het aantal veroordeelden dat DNA moet afstaan zal naar verwachting verdrievoudigen. Wie tot de ‘doelgroep’ behoort, moet DNA-materiaal – veelal wangslijm of een haar – afstaan.

Het Openbaar Ministerie en de politie hebben inmiddels DNA-spreekuren in de gevangenissen en op politiebureaus om het materiaal af te nemen.

Zo kwam ook de verdachte van de moord op de destijds 15-jarige Andrea Luten in beeld. Het NFI kreeg zijn DNA nadat hij voor een ander delict was veroordeeld. Het NFI kon op 23 april aan de Drentse politie melden dat zijn DNA overeenkwam met materiaal dat indertijd op Andrea Luten was aangetroffen.

Tegen de verplichte DNA-afname wordt geregeld bezwaar aangetekend door verdachten, waarbij minderjarigen zich vaak beroepen op het VN-verdrag inzake de rechten van het kind. Inmiddels hebben de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat minderjarigheid geen uitzonderingsgrond is voor opname in de databank. Er staan daar inmiddels 12.491 minderjarigen geregistreerd, 12,9 procent van het totaal.

De DNA-databank brengt steeds vaker verdachten van ernstige misdrijven in beeld. Op weekbasis wordt zo’n 70 keer een match gevonden tussen een potentiële dader en DNA-sporen op de plaats van een misdrijf.

In Nederland is de databank gekoppeld aan het justitieel registratiesysteem van verdachte en veroordeelde personen. Daarnaast wisselt het NFI sinds 2008 dataprofielen uit met andere lidstaten van de Europese Unie, waaronder Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Luxemburg, Slovenië en recentelijk Finland, Bulgarije en Frankrijk. Volgend jaar volgen naar verwachting ook de overige 19 lidstaten van de Europese Unie. De uitwisseling die dagelijks plaatsvindt heeft tot nu toe 5.827 matches opgeleverd.

Hoeveel oude zaken in Nederland of in andere landen door die uitwisseling heropend zijn, is niet bekend. De 5.827 matches hebben vanuit het buitenland geleid tot 1.103 rapportages van het NFI aan het Openbaar Ministerie. Maar het NFI registreert niet het aantal opgeloste zaken als gevolg van DNA-bewijs.

Dat is volgens Kees van der Beek van het NFI ook nauwelijks mogelijk. „Een DNA-match is maar één opsporingsmiddel en op zichzelf onvoldoende voor bewijsvoering of veroordeling. Daar is meer voor nodig. Maar een door ons geconstateerde DNA-match kan er wel toe leiden dat een verdachte alsnog een bekentenis aflegt.”