De president-commissaris op de voorpagina

Maandag stond de blauwe advertentieflap zelfs onderop de vóórpagina! Ik zeg zelfs, omdat ik wel eens heb gehoord dat niets zo duur is als een ingezonden mededeling op de 1 van een krant, en dan ook nog naast Kamagura. Maar het is natuurlijk mogelijk dat de onthoofde redactie van NRC Handelsblad haar president-commissaris voor een vriendenprijsje heeft gematst, of dat Derk Sauer maar hoeft te bellen, en alle pagina’s liggen voor hem open; dat zie je vaker in baas-knechtverhoudingen. Het Gesprek staat tegenwoordig op twee bladzijden per exemplaar. Dat impliceert bij de STER al een vermogen.

Hebben de flarden zin?

Dat Sauer de televisiepoot onder zijn media-imperium wil verstevigen begrijp ik. De zender waarover hij als ceo heerst, zwalkt over alle kanalen, maar zelfs als je ’m vindt weet je meestal nog lang niet waar je naar kijkt, want dat zeggen ze er bij Het Gesprek nooit bij, zoals ze ook nooit namen van regisseurs, redacteuren of interviewers vermelden. Logisch dat ze bij gebrek aan een eigen gids plek zoeken voor minstens hun aanvangstijden.

Kortgeleden is Harry de Winter – die zich vorig jaar voor duur geld in de onderneming kocht om er zijn muziekuurtje Wintertijd in onder te brengen – programmadirecteur geworden. Kan hij nog iets maken van de zender die na allerlei starterspoeha (‘de beste interviewers van Nederland’, ‘spraakmakende gasten’, ‘overal op de kabel’) al drie jaar kwalitatief en financieel nood lijdt? Of moet Sauer er persoonlijk de schouders onder zetten?

Voor de aardigheid prikte ik dezer dagen nog eens een paar keer naar het geadverteerde aanbod. Er bleek weinig veranderd. Technisch ziet het er nog altijd sjofel en onbeholpen uit: televisie uit de bezemkast. Wel vielen me twee crapauds op die ik een jaar eerder nog niet op de studiovloer had opgemerkt. Frits Barend – niet meer altijd met zijn dochter Barbara naast wie hij toen zes keer per avond schaamteloos reclame maakte voor hun sportglossy Helden – blijkt de sterpresentator te zijn gebleven, met Theodor Holman als goede tweede. Tsja. Herhaald wordt er ook nog tot vervelens toe. En je bent er na een kwartier of een half uur kijken en luisteren nog steeds niet achter wie met wie in gesprek was: dienstverlenende titels zijn anathema. Je hebt de indruk dat één iemand (Harry de Winter zelf?) ’s morgens vroeg de uitzendband op de fiets naar de machine brengt, ‘m inlegt, start, en dan weer hard naar huis rijdt om er die dag nooit meer naar om te kijken.

Afgelopen vrijdagavond (7 mei) viel ik om kwart over negen in wit beeld zonder geluid. Er was niet eens ruis. Om kwart over tien was er nog steeds een helderwit scherm zonder geluid. Geen tekst waarmee men zich bij mogelijk teleurgestelde kijkers wegens een onverhelpbare storing probeerde te verontschuldigen. Geen stem om even iets toe te lichten.

De paar keren dat ik wél iets kon zien, keek ik eerst naar telefonische (dus asynchrone) praatjes over de Expo van Shanghai – niet actueel, dus de hartstikke moderne commentaarsnelheid was volstrekt overbodig. Later nog naar een documentaire met de broers van wijlen Pim Fortuyn – beduimeld onderwerp, beduimeld gemaakt. En toen nog naar The Putin System – uit het repertoire van EénVandaag. Gezamenlijke kijktijd gauw vijf kwartier. Informatiewaarde: nul.

Wat willen die amateurs toch?

En is het nou verstandig om er alleen in de NRC mee te adverteren? We weten allemaal dat die krant wordt gelezen door zeer hoogopgeleide mensen die ’s avonds zelfs niet door een seconde Vechten tegen de Taliban gestoord willen worden. Dan is ‘t toch even contraproductief als wanneer de Amsterdamse dorpszender AT5 zou gaan adverteren in The New York Times?

Tenzij AT5 The New York Times al had gekocht, natuurlijk.

Jan blokker

Lees alle eerdere columns van Jan Blokker via nrcnext.nl/blokker