De Finse heksennacht

Walpurgisnacht was me tot dusver enkel bekend als de titel van een hoofdstuk in Faust en in De Toverberg en als de nacht waarop Hitler zelfmoord pleegde. Verder riep het woord nog ‘iets met heksen’ bij me op. Dit jaar had ik het geluk de nacht tussen 30 april en 1 mei in Helsinki mee te maken. Vappu heet het feest daar.

Op Vappu trekken studenten in gekleurde overalls door de anders zo stille straten. Ze wassen een standbeeld met champagne en zetten het een witte studentenpet op. Daarna worden ze heel dronken. De volgende dag zet iedereen een witte studentenpet op en wordt er een massale picknick gehouden in een park. Ook daar wordt iedereen heel dronken. Op het gebied van alcoholconsumptie, klopte het plaatje met mijn verwachtingen.

Heksen zorgden echter niet voor overlast en er maakte zich in mijn omgeving niemand van kant. Dat laatste zou me niet hebben verbaasd, aangezien ‘hoogste zelfmoordcijfer van Europa’ mijn eerste associatie is met de Finnen. De trage, stilistisch verantwoorde, onderkoeld humoristische films van Aki Kaurismaki, staven dat statistische cijfermateriaal. Ook in de Finse romans die ik het voorbije jaar las, staat zelfmoord centraal: De zelfmoordclub van Arto Paasilinna en De grens van Riikka Pulkkinen.

Toen ik Riikka in België leerde kennen, had ik wel al begrepen dat er ook niet-suïcidale Finnen bestonden, en gelukkig was zij nog even vrolijk toen ik haar in Helsinki terugzag.

Ook haar landgenoten gaven een enigszins stugge, maar goedlachse indruk. „Je ziet er bezopen uit”, deelde een wildvreemde de vriend die me vergezelde mee, waarna hij verduidelijkte dat het een grapje was: „Want ik zie er zelf bezopen uit.” Finse humor.

De films van Kaurismaki zijn bijzonder zwijgzaam over de rijkdom, het hoge opleidingsniveau en de mooie huizen van de Finnen. De acteurs dansen de Finse tango doorleefder dan de dertigers die ik op een spontaan buurtfeestje in het rond zag huppelen. In het echt is Helsinki kouder dan vanuit een Belgische filmzaal, dat wel.

Toen ik een Fin meedeelde dat de stad mij veel schoner, socialer, kleurrijker, gezelliger en luxueuzer voorkwam dan ik verwachtte, werd hij somber. „Je zou hier eens in januari moeten komen”, mompelde hij. „Dan is het pas donker.”

Toen begreep ik dat depressie ook bij een imago kan horen, en dat je daar op een heel onderkoelde manier trots op kan zijn.