Catalaanse vuurstierfokkers in het nauw

Het seizoen voor Zuid-Catalaanse stierenfeesten is weer geopend. Fokkers en liefhebbers zien de toekomst van de feesten echter somber in.

Afwisselend schreeuwend en tongklikkend leidt Pedro Fumadó jr. zijn stieren de wei uit, rechtstreeks een doolhofje van betonnen muren en ijzeren schuifdeuren in. Hier selecteert hij de beesten die later die middag tijdens het dorpsfeest in het nabijgelegen Mas de Barberans zullen aantreden. Sommige dieren stellen zich nogal weigerachtig op. „Ze hebben maanden niet gewerkt, de vakantie heeft te lang geduurd”, verklaart de 26-jarige Fumadó grappend.

Mas de Barberans is het dorp dat traditioneel het Zuid-Catalaanse seizoen van stierenfeesten opent. In geïmproviseerde houten of stalen arena’s wordt met de beesten gesold en voor ze weggerend, ze worden door de straten gejaagd. Vaak ook worden brandende fakkels op hun hoorns gebonden. De feesten in dit gebied rond de Ebro-delta kennen echter één groot verschil met die in veel andere Spaanse regio’s en met het klassieke stierengevecht zoals dat in de grote stenen arena wordt opgevoerd. De stieren worden niet geprikt en gestoken tot ze doodgaan. Na afloop gaan ze levend terug de wei in.

Dit jaar vinden de volksfeesten rond de Ebro plaats terwijl in het Catalaanse regioparlement fel gedebatteerd wordt over een verbod op stierenvechten in de regio (zie inzet). Ook al vallen de dorpsfeesten niet onder dit verbod, veel liefhebbers volgen de ontwikkelingen in het parlement wantrouwig.

Ondertussen vormt de economische crisis in Spanje een misschien nog wel grotere bedreiging. Voor de fokkersfamilie Fumadó zijn de feesten haar belangrijkste inkomstenbron. „Mijn over-overgrootvader heeft deze fokkerij opgericht, ik ben de vijfde generatie”, zegt Pedro jr. trots. „Zonder deze feesten zouden we niet bestaan.”

De dorpen betalen echter steeds minder voor hun dieren, vertelt zijn vader, terwijl hij zijn veewagen vol koeien en stieren de heuvel naar Mas de Barberans oprijdt. Ook gemeentes moeten door de crisis in Spanje bezuinigen. „Hadden ze eerst wel 1.500 euro over voor twee dozijn stuks vee, nu is dat hoogstens 1.000 euro.”

In een handvol gemeentes zijn al referenda gehouden over het intrekken van de gemeentelijke bijdrage aan de stierenactiviteiten. Alle keren stemde de bevolking voor afschaffing. In Mas de Barberans (bijna 700 inwoners) is daar geen sprake van. Burgemeester Josep Lleixà helpt vanavond persoonlijk mee met de organisatie van het feest. Hij laadt prijsbekers uit de kofferbak van zijn auto en verkoopt entreebewijzen. Vanwege de crisis zijn deze dit jaar 2 euro goedkoper. Lleixà beaamt dat zijn gemeente de leveranciers van de beesten minder kan betalen dan vorige jaren. Het feestbudget is dit jaar met zeker eenvijfde teruggeschroefd tot 15.000 euro, zegt hij.

Het enthousiasme van veel burgers lijkt er niet onder te lijden. Rond zes uur ’s avonds nestelen circa tweehonderd inwoners zich in de arena die is opgezet aan de rand van het dorp. Het is een rond gevaarte opgetrokken uit steigerbuizen en houten planken en afgesloten met golfplaten. Erbuiten blaast de fanfare zijn instrumenten in. Twee snackwagens vullen de lucht met een geur van gebraden worsten en uien.

Op de tribunes zitten vooral families, met blikjes bier, frisdrank en bekertjes zonnebloempitten. In de loopgang onder hen, waar het de hele avond zonnebloempitschillen zal regenen, houden zich jongeren op. De ruimte tussen de tralies die hen van de arenavloer scheiden, is net breed genoeg om doorheen te glippen. Voor de stieren niet.

De jongens dagen de dieren uit door wild met hun armen te zwaaien. De stieren rennen dan op hen af, waarna de jongens veilig achter de tralies duiken. Zodra een van hen valt en door de stier op de hoorns dreigt te worden genomen, jagen ze hem met zijn allen weg. De fanfare speelt in korte intermezzo’s dramatische muziek.

Als het goed donker is, is het tijd voor de bou embolat, Catalaans voor vuurstier. Eerst komt de stier de arena in gerend. Aan het touw om zijn schouders wordt hij door enkele tientallen jongeren naar een houten blok getrokken. Op zijn hoorns worden ijzeren beugels geschroefd waaraan fakkels vastzitten. Jennifer, het meisje van 18 dat enkele dagen eerder tot mooiste van het dorp is het uitgeroepen, mag de fakkels aansteken.

Daarna is de stier los. Met het vuur nog geen halve meter boven zijn hoofd, rent hij op iedereen af die maar beweegt. De jongeren vluchten op het laatste moment naar podium en vluchtheuvel die voor dit onderdeel zijn opgezet. Als de stier zich schrapzet voor weer een aanloop schopt hij met zijn voorpoten zand achter zich het publiek in. In de frisse avondlucht maakt de adem uit zijn neus kleine wolkjes. Na een half uur, als de stier uitgeput is, wordt het vuur gedoofd en wordt hij terug de vrachtwagen ingejaagd.

Dezelfde stier was diezelfde ochtend in de wei van de Fumadós nog de rust zelve. „Het is zijn instinct om zich in de arena veel agressiever te gedragen”, verklaart Fumadó jr. desgevraagd. Maakt het vuur hem echt niet wilder? „Welnee, het voelt voor hem hetzelfde als dat jij en ik een halsketting om zouden doen.”

Burgemeester Lleixà toont wel enig begrip voor het stierenvechtverbod dat in het regioparlement behandeld wordt. „Niet elke traditie hoeft te worden gehandhaafd, enkel en alleen omdat het een traditie is. De Romeinen gooiden christenen voor de leeuwen. En het is denk ik goed dat dit niet meer gebeurt.” Niettemin verdedigt hij de praktijk van bou embolat omdat er, vindt hij, een levensgroot verschil is tussen het klassieke stierengevecht en zijn feest. „De mens loopt hierbij bijna nog meer gevaar. De stier overleeft het wel.”

Fotoserie over Catalaans stierenvechten: nrc.nl/buitenland